Die politiewet komt er wel

Ook al ging het van hoorzitting naar vragenrondes naar overuren, de nationale politie van Opstelten komt wel door de Eerste Kamer. Net op tijd voor de verkiezingen.

Politiek redacteur

Den Haag. Het liefst had de oppositie in de Eerste Kamer het debat en de stemming over de nieuwe nationale politie stiekem uitgesteld tot na de verkiezingen van september. Om in de campagne te kunnen volhouden dat het kabinet-Rutte „niet één belangrijke wet” door het parlement heeft gekregen, zoals D66-leider Alexander Pechtold onlangs zei.

Het lukte minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) niet altijd om een vloek te onderdrukken, op de momenten dat hij te horen kreeg wat de Eerste Kamer nú weer van hem wilde voordat dat debat er uiteindelijk van kon komen.

Er kwam een hoorzitting. Er kwamen schriftelijke vragenrondes. En bij wijze van uitsmijter wilde de senaat als strikte voorwaarde, binnen een week, het inrichtingsplan van de nationale politie ter inzage hebben. Op het moment dat de senaat dat verzoek deed, moesten hele hoofdstukken nog geschreven worden.

Al die verzoeken leidden tot flink wat overuren op het ministerie, maar maandagavond was het dan eindelijk zover en begon de finale van de behandeling van de nieuwe Politiewet. Het gaat om een grote verandering: de huidige 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politiediensten gaan op in één nationaal korps. In de Eerste Kamer waren eerst de senatoren aan de beurt. Gistermiddag verdedigde minister Opstelten zijn plannen in de Eerste Kamer.

Verkiezingen of niet, de senaat was afgelopen maanden vele malen kritischer over het wetsvoorstel dan de Tweede Kamer dat was. Die stemde in december vorig jaar unaniem in met de wet, na één flinke dag debat waarin de minister enkele toezeggingen had gedaan. Hij kwam bijvoorbeeld met de garantie dat er straks per vijfduizend Nederlanders minstens één wijkagent zal zijn. Lang niet voldoende om de wet waterdicht te maken, vond de Eerste Kamer. PvdA-senator Ruud Koole: „Ze hadden meer tijd moeten uittrekken, alles beter moeten doordenken. Dat had de minister nu veel gedoe bespaard.”

Dat deed de Tweede Kamer niet, dus was het aan de senaat. Die organiseerde eerst een ronde schriftelijke vragen. Een normale gang van zaken. Maar toen moest er een hoorzitting met deskundigen komen, en dat gebeurt bijna nooit.

De gasten op die hoorzitting waren stuk voor stuk flink kritisch. Hoogleraar criminologie Jan Terpstra vertelde bijvoorbeeld dat hij had geprobeerd om een lijstje te maken met alle doelstellingen van de nieuwe nationale politie. Maar bij doel nummer 42 stopte hij met tellen. Terpstra: „Als ik de stukken mag geloven, gaat de politie niet alleen effectiever en efficiënter werken, maar krijgt die ook een andere cultuur. De bureaucratie wordt minder, er komt meer ruimte voor vakmanschap en de lokale democratie wordt bevorderd. En de politie komt ook nog dichter bij de burger te staan.” De kans is groot dat heel veel niet gaat lukken, zei Terpstra.

Na die hoorzitting maakten de senatoren het de minister in hun tweede schriftelijke vragenronde nog moeilijker. Hoe zit het bijvoorbeeld met de positie van de regioburgemeester? De burgemeester van de grootste gemeente van een regio zou moeten bemiddelen als de burgemeesters onderling ergens niet uitkomen. Welke gemeente hoeveel agenten krijgt, bijvoorbeeld. Maar aan wie legt die regioburgemeester verantwoording af? „Die regioburgemeester is een merkwaardige figuur”, met „een deerniswekkende positie”, zegt Ruud Koole.

Dan was er nog de positie van de korpschef: die had te veel zelfstandige macht naar de zin van de senaat. Opstelten heeft ervoor gekozen de politie als ‘aparte rechtspersoon’ in de wet vast te leggen. Dat betekent dat de korpschef zelfstandig kan werken, in plaats van dat hij direct onder het ministerie valt. Volgens PvdA, D66 en GroenLinks, maar ook volgens Opsteltens eigen VVD, betekent deze aparte rechtspositie in de praktijk dat de korpschef te veel zijn eigen gang kan gaan.

De waslijst aan bezwaren leidde er twee weken geleden toe dat Opstelten voorstelde om met een reparatiewet te komen. Hij deed dat zonder overleg met Gerard Bouman, ‘kwartiermaker’ van de nationale politie. Terwijl Bouman de beoogde baas is van het nationale politiekorps.

Blij was Bouman dus niet. Maar ja, „uiteindelijk moet de minister bepaalde besluiten zelf nemen”, zegt iemand van het ministerie van Veiligheid en Justitie over die spanningen aan de top. De druk op de minister werd de afgelopen weken steeds groter. Nee, zegt dezelfde bron, „bepaalde mensen vonden het niet leuk dat ze pas later van die wijzigingen hoorden. Maar de minister is eindverantwoordelijk.”

De wijzigingen perken de macht van de korpschef in. Niet langer de chef, maar de minister zelf stelt de begroting en het jaarverslag vast. En de minister, niet de korpschef, gaat over de uiteindelijke verdeling van de agenten. En: waar eerst stond dat de korpschef overleg voert met de regioburgemeesters en de voorzitter van het college van procureurs-generaal, staat nu dat de minister dat overleg doet. „De korpschef is aanwezig”, benadrukt Opstelten.

Opstelten beloofde de wijzigingswet, met in totaal elf punten, naar de Tweede Kamer te sturen nádat de senaat heeft ingestemd met zijn oorspronkelijke wetsvoorstel. Het was maandagavond niet de inhoud van de wet, maar de keuze voor die procedure waarop Opstelten de meeste kritiek kreeg.

Want die was mede ingegeven door politieke scoringsdrift, suggereerde bijvoorbeeld D66-senator Thom de Graaf: „De snelheid van het proces zou hier wel eens de vijand van de zorgvuldigheid kunnen zijn.” Een wet goedkeuren waarvan nu al duidelijk is dat die nog gewijzigd moet worden? „Dat is een ongebruikelijke en onwenselijke weg”, zei De Graaf, en het betekent dat de Kamer nu zou moeten stemmen over een „gemankeerd wetsontwerp”.

Ook Opsteltens eigen VVD was kritisch. Senator Menno Knip zei dat de behandeling van het wetsvoorstel „gerust kan worden betiteld als een worsteling”. Hij zou de wet pas steunen als de beloofde wijzigingen in de herfst naar de Tweede Kamer gaan. De PVV zei datzelfde – CDA en voormalig gedoogpartner Gerrit Holdijk (SGP) laten het nog in het midden. Maar de kans dat ze tegenstemmen is heel klein. Dit succes kan Opstelten dus eigenlijk niet meer ontgaan. PvdA’er Ruud Koole zegt daarover: „Ik gun het Opstelten heus om deze wet op zijn naam te krijgen. Mits het zorgvuldig gebeurt.”

De afgelopen maanden zei minister Opstelten bij zo ongeveer elk probleem dat de nationale politie oplossingen zou brengen. Loopt er iets niet goed in de strafrechtketen? Als de nationale politie er is, gaat de samenwerking veel beter, beloofd. Nog steeds ICT-problemen? De nationale politie biedt uitkomst. Agenten die zich niet gesteund voelen door hun leidinggevende? Met de nationale politie wordt dat anders en gaan de chefs weer achter hun mensen staan. Dus als dag één van de nationale politie straks een feit is, beginnen de uitdagingen pas echt.