De premier van Kashmir heeft last van Twitter-trollen

Ik laat me niet verjagen door trollen, twitterde Omar Abdullah, de premier van India’s noordelijke deelstaat Jammu en Kashmir afgelopen vrijdag. Hij behoort tot de selecte groep van twitterende politici in India, en hij heeft ruim 150.000 volgers. Maar Abdullah behoort ook tot een andere categorie: politici die hun posities niet te danken hebben aan hun kwaliteiten, maar aan hun afkomst. Abdullahs vader en opa waren eveneens premier in Kashmir.

De ‘trollen’ waar Abdullah naar verwijst, zijn internetgebruikers die opmerkingen posten met als enige reden de discussie te verstoren. Soms zijn hun acties minder onschuldig en wordt iemand van internet gepest. Wie de twittertijdlijn van de premier van Jammu en Kashmir erop naslaat, ziet echter geen pesterige trollen-tweets. Wel reacties van kiezers die hem legitieme verwijten maken. Over gaten in een weg, over aanhoudende stroomstoringen, over gevoeligheid voor kritiek.

Het is de arrogantie van hun overheden die menigeen in India, de grootste democratie ter wereld, irriteert. Jonge Indiërs hebben hun buik vol van de prinsjes in de politiek, en van de onkunde en corruptie die ze meebrengen. Vorige week moest voor de derde keer in drie jaar een minister uit de centrale regeringscoalitie in New Delhi aftreden wegens beschuldigingen van zakkenvullerij.

Premier Abdullah Omar (42) werd met hoon overladen. Maar hij hield vol dat hij last heeft van „venijn en gescheld” op Twitter. „Trollen zijn mensen die dingen zeggen om je te ergeren en een reactie uit te lokken”, legde hij uit aan een nieuwsgierige volger. In die definitie past iedereen die iets zegt wat de premier niet zint. „Hoe durven we Omar lastig te vallen. Kashmir is van zijn familie”, reageerde iemand op internet.

In India geldt vrijheid van meningsuiting, totdat je iets op internet plaatst. Dan treedt een bepaling in werking uit de Information Technology Act die in april vorig jaar werd aangepast. Sindsdien zijn providers en sociale netwerksites verplicht informatie te weren die „kwetsend” kan zijn op religieuze, etnische of persoonlijke gronden. In de wet staan termen als „afkeuringswaardig” en „minachtend”. Wordt de informatie niet binnen 36 uur ontoegankelijk gemaakt, dan kan elke Indiër aan de rechter vragen de betreffende site te blokkeren.

Sindsdien spanden twee burgers rechtszaken aan tegen 22 internetbedrijven, waaronder Yahoo, Google (eigenaar van onder meer YouTube) en Facebook.

Onlangs maakte Google bekend dat het aantal verzoeken uit India om materiaal te verwijderen met bijna vijftig procent was gestegen. Opmerkelijk was dat in India, meer dan in welk ander land dan ook, vooral de overheid vroeg om ingrijpen.

Begin juni protesteerde de Indiase afdeling van Anonymous, de ‘hacktivisten’ die opkomen voor internetvrijheid, tegen „de groeiende overheidscensuur op het internet”. Enkele sites van overheidsinstanties en internetproviders werden tijdelijk ontoegankelijk gemaakt. Hoewel Anonymous-aanhangers de uitvinders zijn van trolling, lieten ze premier Abdullah Omar met rust.

Correspondent India