Cirkels om lang naar te kijken

Roland Schimmel, Het onschuldige oog. T/m 30/9 in het Van Abbemuseum, Eindhoven. Inl: vanabbe.nl

Dat is niet veel, is wellicht een reactie van passanten bij de muurschildering van Roland Schimmel – drie zwarte cirkels, op een witte ondergrond. Maar, als die passanten doorlopen, is er kans dat die cirkels wel op hun netvlies blijven hangen. Schimmel werkt namelijk met optische effecten, zoals nabeelden. En een zwarte cirkel op wit, zeker als je die ziet door het raam van de zonovergoten binnenplaats in het Van Abbemuseum, dat onthoudt je netvlies even – zelfs wanneer de rest van jou al bijna in het belendende museumrestaurant zit.

Wie minder haast heeft, en beter naar die zwarte cirkels kijkt, ziet nog heel wat meer. Want eromheen draaien cirkels, in heel zachte pasteltinten, waardoor de cirkels in planeten veranderen en de muur een kosmos wordt. En zoals dat hoort bij het staren in een hemel, ontwaar je steeds meer. Op de witte muur verschijnen meer cirkels, geschilderd in wat een bouwmarkt levend wit noemt, steeds meer en meer.

Maar, welke zijn nog werkelijk geschilderd, en wat zijn de nabeelden die opdoemen door het turen? Vaak is het met kunst zo dat hoe langer je kijkt, hoe beter je ziet. Bij Schimmel niet. Hij speelt zulke optische spelletjes dat hoe langer je kijkt, hoe minder je begrijpt wat je nu echt ziet.

Kunst is een spel van kijken maar het duurde nog tot de jaren zestig vorige eeuw voor er zich een hele kunststroming aan zou wijden, de Op Art. Golvende lijnen, 3D-effecten in het platte vlak, natuurlijk kon dit enkel ontstaan in de tijd van de psychedelica, die bewezen dat geometrische patronen ergens standaard in ons brein zitten. Waar komen die non-figuratieve hallucinaties anders vandaan? Abstracte kunst staat er niet zo ver af, was de conclusie. Kijk maar hoe vertrouwd de schilderingen van Schimmel overkomen.

Ook is dit het soort kunst waar je langer naar wilt kijken. Op kunstbeurzen, een visuele kakofonie, is het altijd fijn om ergens een schilderij van Schimmel te zien. Het werkt als een rustpunt. Het idee dat mensen langer naar kunst zouden moeten kijken, is ook een puntje van aandacht in musea. Ze zijn blij met alle bezoekers, maar volgens onderzoek staan die gemiddeld maar zeven seconden voor een kunstwerk.

Dat zou langer mogen zijn. Daarvoor heeft het Van Abbemuseum Het Oog: de amandelvormige binnenplaats achter glas waardoorheen nu deze muurschildering te zien is. Om de zoveel maanden is er een kunstenaar te gast, die publiekelijk een schildering of installatie maakt. Vervolgens gaat de witkwast erover, en is een nieuwe aan de beurt.

Soms is de deur naar het Oog dicht. Conservatoren vinden het niet fijn als het binnenregent, maar een suppoost opent deze op verzoek. In de ruimte ligt asfalt en staat een bankje. Een vreemde akoestiek maakt dat je geluiden in je hoofd hoort, net zoals je beelden ziet die er niet zijn. Wie er gaat zitten voor meer dan zeven seconden, zal merken dat deze kijksituatie iets weg heeft van de sacrale manier waarop abstract expressionisme en minimalisme wel wordt gepresenteerd.

Bij Rothko en Newman, meesters van de leegte, hoor je eigenlijk zelfs een traantje te laten. Van zo’n plechtige overkill is hier ook wel sprake. Maar tegelijk is het werk te mooi om zomaar aan voorbij te lopen. Wie denkt: ‘Hee, drie zwarte cirkels’, die heeft echt iets gemist.