Afstudeerfilms: lelijke kinderen, dolende zielen

Dolende idealisten en jongeren die hunkeren naar roem figureren in de nieuwe lichting examenfilms van de Filmacademie.

Denise Tan, midden, speelt in Magnesium van Sam de Jong een ambitieuze jonge turnster.

Examenfilms Filmacademie. Te zien t/m 15 juli. In: Eye, Amsterdam.

De Nederlandse Film- en Televisie Academie (NFTA) moedigt zijn studenten aan om persoonlijke films te maken. Films die dicht bij de maker blijven volgens het ‘write about what you know’-principe. Hoewel de studenten nog vrijwel allemaal begin twintigers zijn en relatief weinig levenservaring hebben, blijkt het toch een goed advies van de studieleiders om films te maken die reflecteren op hun leefwereld. Want zoals elk jaar is er een aantal genrefilms waarin juist helemaal niets persoonlijks zit en die zijn teleurstellend vlak. Technisch goed gemaakt, maar zielloos.

Dit geldt vooral voor het gladjes gefotografeerde Het lot van Lotte Lammers (regie: Alain Friedrichs) over een studente die getuige is van een moord en daarna ten prooi valt aan door drugs gevoede paranoia: zit de moordenaar achter haar aan? Ook Sisters overtuigt niet. De mysterieuze thriller van Marta Abad Blay over twee zussen van wie de ene spoorloos verdwijnt is vooral bedacht als etalage voor de studenten van de afdeling visuele effecten, maar die trucages trekken of te veel aandacht door hun kitscherigheid, of ze zijn technisch gezien nauwelijks overtuigend.

De jeugdfilm De club van lelijke kinderen (regie: Jonathan Elbers), naar een boek van Koos Meinderts, is al een stuk sterker. De vormgeving en de locaties zijn fraai. Het verhaal over een fascistoïde premier die lelijke kinderen in een kamp opsluit waarna een jongen met flaporen in opstand komt, wordt met schwung verteld.

Bij de weinig opzienbarende nieuwe lichting is een opvallende verschuiving te constateren. Vroeger was de verhouding tussen het aantal documentaires en fictiefilms ongeveer gelijk, dit jaar is de balans geheel ten faveure van de fictiefilm uitgeslagen. Er zijn tien fictiefilms gemaakt en slechts vier documentaires. Navraag leert dat een aantal studenten in de afstudeerrichting documentaire is overgestapt naar de fictieklas, dus het zegt nog niets over een eventueel penibele toekomst voor de rijke documentairetraditie in Nederland.

Van de vier documentaires zijn er twee echte egodocumenten. Regisseur Joep van Osch doet in Roem met veel zelfspot verslag van zijn al jaren durende zoektocht naar roem. Zijn gloriemoment komt als hij als derdejaars filmstudent in De wereld draait door mag komen, een optreden dat naar meer smaakt. Waarom hunkeren hij en zovele anderen zo naar aandacht en bekendheid? Van Osch bezoekt allerlei deelnemers aan talentenjachten op zoek naar een antwoord en spaart daarbij zichzelf niet. Door zijn relativerende humor wordt de documentaire nooit navelstaarderig.

In Wij zijn er klaar voor zoekt maakster Laura Hermanides jonge idealisten op. Deelnemers aan allerlei Occupy-protesten, maar ook een jongen die zijn eigen groenten kweekt. Hun idealen botsen af en toe met haar eigen scepsis en die van haar filmploeg; discussies die ze ook in haar film heeft opgenomen. Gesprekken die hun zorgeloze hedonisme blootleggen, maar soms ook pijnlijk eerlijk zijn.

De experimentele, conceptuele documentaire A Twist in the Fabric of Space (regie: Morgan Knibbe) won de VPRO Documentaireprijs voor beste documentaire. In abstracte en associatieve beelden, inclusief harde porno, laat Knibbe zien hoe de mens op zoek gaat naar extase om te ontsnappen aan het verstikkende conformisme. Knibbe liet zich daarbij inspireren door het gedachtegoed van de filosoof George Bataille.

De Amerikaan Aaron Douglas Johnston speelt samen met zijn vriendin Cat Smits de hoofdrol in zijn film 9/11 A Love Story. Ze spelen fictieve personages die autobiografisch geïnspireerd zijn. Net als zijn personage Joel werd Johnston verliefd op een Nederlandse (Smits) en bleef hij hier. In de film eindigt hun relatie tijdens de herdenking van tien jaar 9/11. Het levert een John Cassavetes-achtige film op vol heftige emoties. Johnston besluit zijn film met beelden van zijn eigen huwelijk met Cat Smits. Verwarrend voor wie niet weet dat Johnston met Smits is getrouwd. Johnstons idee van een persoonlijke film wordt hier ijdel narcisme.

Voor regisseur Sam de Jong is een persoonlijke film er eentje die niet zozeer autobiografisch is, maar een film die je nog lang bijblijft. Dat komt dan door de sterke visie van de maker op zijn materiaal. Zijn film Magnesium is er een uitstekend voorbeeld van. Aan de vooravond van een kampioenswedstrijd besluit een jonge turnster tot abortus, maar dat mag pas na vijf wettelijk verplichte dagen bedenktijd. Door misselijkheid en concentratieverlies dreigt het ambitieuze meisje de wedstrijd te verliezen. Magnesium doet door zijn quasidocumentaire cameravoering, die dicht op de huid van zijn jonge hoofdpersoon zit, een beetje denken aan de Dardenne-broers, maar is toch ook eigen genoeg om een krachtige indruk achter te laten. Dit komt mede door zijn uitstekende hoofdrolspeelster Denise Tan, een getalenteerd gymnaste die in haar eerste filmrol intens spel aflevert. Magnesium werd gepasseerd voor de prijs voor beste fictiefilm, een trieste misser van de jury die de voorkeur gaf aan de wisselvallige komedie Van de wereld van Joppe van Hulzen.