Zomerlezen

E.J. Dijksterhuis: De mechanisering van het wereldbeeld. Amsterdam University Press, 590 blz., € 64,50 (gratis via dbnl.org)

‘Wanneer men wil verklaren, hoe het komt, dat iets gebeurt, zal men toch eerst zeker moeten weten, dat het gebeurt.’

Met deze cruijffiaanse wijsheid avant la lettre legde E.J. Dijksterhuis in 1950 het gedachtegoed en de drijfveren van de Renaissance-astronoom Johannes Kepler (1571-1630) uit. In De mechanisering van het Wereldbeeld beschrijft hij hoe, vanaf de Griekse tijd, natuurwetenschappers de werkelijkheid steeds beter en preciezer in wiskundige formules vastleggen. Dijksterhuis schuwt ook zelf de formules niet. ‘Zondermeer een van de klassieke werken uit de Nederlandse wetenschappelijke literatuur’, noemde de Groningse geschiedenishoogleraar Klaas van Berkel het boek in een nawoord bij de in 2006 uitgekomen editie. Het boek verscheen in 1950 en Dijksterhuis kreeg er in 1952 de P.C. Hooftprijs voor. Toch verscheen de tweede druk pas in 1975 – tien jaar na Dijksterhuis’ dood. Het was wel steeds verkrijgbaar in het Engels en Duits.

Dijksterhuis schrijft de geschiedenis van de natuurwetenschap grotendeels als een interne ontwikkeling. Hij heeft het nauwelijks over de maatschappelijke invloeden (oorlog, wereldhandel) die de wetenschap hun richting geven. Voor die sociale geschiedenis van de wetenschap kwam later belangstelling.

Wim Köhler