Van topman naar risico

Bob Diamond maakte van Barclays een wereldspeler in het zakenbankieren. Tegelijk was hij met zijn exorbitante salaris een mikpunt.

Bob Diamond. Foto Reuters

Wie is de volgende? Want het is een illusie om te denken dat met het opstappen vanochtend van Bob Diamond, bestuursvoorzitter van Barclays, een einde is gekomen aan het schandaal rond rentemanipulatie.

Barclays schikte vorige week met de Amerikaanse en Britse toezichthouders en betaalde een boete van 290 miljoen pond (363 miljoen euro). Maar nog twintig andere banken worden onderzocht wegens pogingen de Libor en Euribor, twee internationale rentetarieven, te manipuleren om zo de winst op te krikken.

En morgenmiddag moet Diamond verschijnen voor de Lagerhuiscommissie voor Financiën. Vrij van enige verantwoordelijkheid kan hij vertellen wie er nog meer op de hoogte was van rentemanipulatie. Zo dachten Barclays-handelaren kennelijk dat de vicepresident van de Bank of England er toestemming voor had gegeven.

De Amerikaan Robert Edward ‘Bob’ Diamond (1951) begon zijn carrière bij Barclays in 1996, na eerdere functies als effectenhandelaar bij Credit Suisse en Morgan Stanley. Al snel kreeg hij de kans om in New York een investeringstak op te zetten: Barclays Capital. Dat slaagde er onder zijn leiding in 2008 in voor een koopje een deel van de portefeuille van de failliete Amerikaanse bank Lehman Brothers over te nemen. Het werd de transactie van de eeuw genoemd, en lanceerde BarCap als wereldwijde speler.

Diamonds promotie in 2010 tot bestuursvoorzitter kwam dan ook niet als een verrassing. Maar hij was ook „het onacceptabele gezicht van de bankenwereld”, die „63 miljoen pond voor wat dealtjes en rommelen met papier” verdiende, zoals Labour-politicus Peter Mandelson hem twee jaar geleden omschreef. Diamond was een van de best betaalde bankiers ter wereld. In 2011 verdiende hij 20,9 miljoen pond in aandelen en bonussen en salaris, in 2010 kreeg hij een bonus van 8 miljoen pond – evenveel als de boete die Barclays toen kreeg opgelegd wegens het verkeerd informeren van klanten over twee investeringsfondsen.

Diamond zelf vond de discussie over de bonuscultuur een heksenjacht, en zei in 2010 dat banken moesten ophouden berouw te tonen. Maar hij veranderde van toon: vorig jaar probeerde hij bankieren in meer een sociale context te plaatsen.

Gisteren schreef hij de Barclays-werknemers: „We weten allemaal dat deze gebeurtenissen niet representatief zijn voor onze cultuur, en het is mijn verantwoordelijkheid om uit te zoeken hoe dit kon gebeuren.” Hij had het over een ‘zerotolerant’-beleid: werknemers die de reputatie van de bank zouden beschadigen, zouden worden ontslagen.

Hij onderschatte dat hij zelf een bedrijfsrisico was geworden. Tot vandaag. Toen schreef hij: „De druk van buitenaf (...) heeft een niveau bereikt dat de bank kan beschadigen. Dat kan ik niet laten gebeuren.”