Van racisme was niks te merken

De gevreesde gewelddadigheden in Polen en Oekraïne bleven uit. Het EK heeft de bevolking juist verbroederd.

Sportredacteuren

Warschau/Charkov. Racisme, discriminatie, neonazistisch geweld, voetbalvandalisme, politieke demonstraties in de Poolse en vooral Oekraïense steden. Van alle doemscenario’s die in de aanloop naar het Europees kampioenschap voetbal waren geschetst, kwamen er uiteindelijk maar bar weinig uit. Wat betreft de aan voetbal gerelateerde gewelddadigheden bleven de incidenten in Polen en Oekraïne beperkt tot een confrontatie tussen Poolse en Russische supporters in Warschau.

De waarschuwingen voor racisme, vooral geuit in de Britse media, hielden met name veel Engelse supporters thuis. Maar in en rond de acht stadions was niets terug te zien van de schokkende beelden die het BBC-programma Panorama kort voor het toernooi had uitgezonden. „Ik weet niet waarom de BBC dit programma heeft gemaakt”, zegt Artem Frankov, hoofdredacteur van het Oekraïense tijdschrift Football. „Alle nuance was eruit gehaald. Ik heb in Oekraïne alleen maar blije fans gezien. Er is geen onvertogen woord gevallen.”

Die constatering lijkt juist. Zeker in Charkov, waar het Nederlands elftal zijn drie wedstrijden afwerkte, ontstonden warme banden tussen de lokale bevolking en de supporters, die gezamenlijk zorgden voor een zeven dagen durend voetbalfeest. „We zien ze met lede ogen weer vertrekken”, zei voetbalsupporter Stas Gorbatsjov kort na de uitschakeling van Nederland. Charkov is inmiddels teruggekeerd in de oude staat: een grote stad met grote pleinen, een prachtig stadion, een charmant nieuw vliegveldje, maar ook met een kolossale hoeveelheid achterstallig onderhoud en veel verborgen armoede onder de anderhalf miljoen inwoners.

Ook in Polen is de ergernis groot over de geschetste omvang van racisme. Verslaggever Robert Blonski van de kwaliteitskrant Gazeta Wyborcza spreekt van een „kleine kern raddraaiers”. Volgens hem waren de hooligans die verantwoordelijk waren voor de gevechten met Russische supporters allesbehalve exemplarisch voor Poolse voetbalfans. Jan Tomaszewski, voormalige doelman van het Poolse elftal en parlementariër, sprak van bandieten en terroristen.

In Polen was het enthousiasme groot over het EK, vooral op dagen dat het nationale elftal speelde. Maar ook na de uitschakeling van Polen verdween de positieve sfeer niet uit de speelsteden. Supporters uit andere landen werden warm verwelkomd en de grootste fanzone in Warschau (100.000 toeschouwers) was bij elke wedstrijd goed tot zeer goed gevuld.

Wat het toernooi Oekraïne en Polen en hun bevolking heeft gebracht – het grootste sportevenement op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie sinds het uiteenvallen van dat rijk – zal de toekomst moeten uitwijzen. Feit is dat de landen door het EK beschikken over moderne vliegvelden, prachtige stadions en vooral in Polen nieuwe snelwegen, bruggen en spoorwegen. Maar wie in Charkov of Kiev ook maar 200 meter buiten de gebaande paden trad, zag een economie die kampt met een snel afbrokkelende infrastructuur rond verouderde scholen, ziekenhuizen en woonwijken. Wat de economische ontwikkeling betreft staat Polen er beter voor dan Oekraïne. Maar Polen profiteert als lid van de Europese Unie van financiële steun en de open markt. Op dit moment is het van alle EU-landen de sterkst groeiende economie. En dat is te zien in de grote steden, die qua voorzieningen niet onderdoen voor westerse steden.

Politici van de Oekraïense en Poolse oppositie wezen de afgelopen maanden op de miljarden die de overheid uitgaf om het voetbaltoernooi en de komst van tienduizenden buitenlandse supporters mogelijk te maken. „Wij betalen hiervoor zoals je in het drukke openbaar vervoer stapt, en eruit komt zonder portemonnee”, schreef de oud-minister van Sport in Oekraïne, Ostap Semerak, twee weken geleden in de Kyiv Post. „Alleen waren het tijdens Euro 2012 niet zakkenrollers die er met ons geld vandoor gingen, maar onze hoogste staatslieden.”

Mede door veel grote EK-projecten niet aan te besteden liepen de kosten voor Oekraïne volgens schattingen op tot 10 miljard dollar, waarvan volgens Semerak zo’n 30 procent verdween als gevolg van corruptie.

Voetbaljournalist Frankov erkent direct dat overheidsdienaren tientallen miljoenen verdienden aan het EK, een Oekraïner weet niet beter. Toch ziet Frankov voor de bevolking ook positieve gevolgen. „We hebben hier de afgelopen 21 jaar nooit blauwgele vlaggen gezien in de steden, in auto’s, aan de gevels. Dit toernooi, de Oekraïense ploeg, heeft de mensen in Oekraïne ook bij elkaar gebracht. Buiten het voetbal is er namelijk niet veel dat de mensen bindt.” En ook de Polen voelden die verbondenheid. Zij kwamen vooral tijdens de beslissende wedstrijd tegen Tsjechië massaal voor hun patriottisme uit.

Cijfers over de economische spin-off van het EK zijn nog niet bekend. Maar dat de Polen en Oekraïners goede zaken hebben gedaan, was overal waarneembaar. Hotels waren volgeboekt, terrassen stroomden over en restaurants puilden uit.

De vraag blijft of al die prachtige stadions na het EK rendabel geëxploiteerd kunnen worden. Daar heeft de bevolking van de gastlanden een hard hoofd in. Maar dat vooruitzicht spoelt het gevoel van algehele trots niet weg.