Valse start van onderhandelingen over een mondiaal wapenverdrag

Het begin van de mammoetonderhandelingen over een ambitieus verdrag voor het wereldwijd aan banden leggen van de handel in wapens, is gisteren in New York op een teleurstelling uitgelopen. Door diplomatieke onenigheid over de Palestijnse kwestie werden de gesprekken opgeschort, nog voordat ze van start konden gaan.

Egypte, dat afstand neemt van de VS en Israël, eist dat de Palestijnse delegatie als de vertegenwoordiging van een volwaardige staat mag deelnemen aan de gesprekken. Waarnemers gaan ervan uit dat de VS en Israël de conferentie zullen verlaten, indien die wens wordt ingewilligd. Het formele begin van de onderhandelingen is in ieder geval met zeker een dag uitgesteld.

De besprekingen over het wapenverdrag, waaraan jaren van voorbereiding vooraf zijn gegaan en waarvoor delegaties uit meer dan 150 lidstaten van de Verenigde Naties naar New York zijn gekomen, zullen volgens plan meer dan drie weken in beslag nemen. De opzet is, op basis van eensgezindheid, bindende afspraken te maken over voorwaarden waaronder wapens mogen worden geëxporteerd. Zo moet worden voorkomen dat ze in verkeerde handen vallen, dat wil zeggen in de handen van terroristen, milities en criminelen. Indammen van de wapenproductie op zichzelf en het soevereine recht op zelfverdediging staan nadrukkelijk niet ter discussie.

Geen land verzet zich tegen het formuleren van de doelstelling van een veiliger wereld. Maar over de concrete uitwerking lopen de meningen zo uiteen dat veel waarnemers de totstandkoming van een ‘hard’ verdrag als een utopie bestempelen. In principe moet het verdrag alle conventionele wapens omvatten, dus alle niet-nucleaire, maar een aantal landen, zoals China, willen kleine wapens uitzonderen. Onder andere de VS willen munitie er niet bij. Het grootste struikelpunt vormt de vraag of mogelijke schending van mensenrechten in het ontvangende land een reden moet zijn wapenexport te verbieden, en de vraag wie dat dan moet controleren.