Twist over vaag akkoord eurotop

Hoe moet het Europese noodfonds ESM worden ingezet? Nederland en Finland willen strenger zijn dan andere europartners.

Mag het noodfonds ESM geld lenen aan banken in plaats van staten? Diplomaten en functionarissen in Brussel zeggen van wel. Maar op de vraag of het noodfonds staatsobligaties mag opkopen van een euroland, zonder een zware Europese inspectie, geeft iedereen een ander antwoord. Wat blijkt? Regeringsleiders kwamen er zelf niet uit vorige week. Maandag moeten euroministers van Financiën alsnog beslissen.

Eerst de controverse over het noodfonds ESM dat direct geld gaat lenen aan banken. Volgens sommigen in de Eerste Kamer schendt dit de regels van het ESM-verdrag, waarover ze moeten stemmen. Hetzelfde gebeurde vrijdag in Berlijn: de Bondsdag moest stemmen over het ESM-verdrag dat kan veranderen.

Nergens in het verdrag staat dat het ESM direct geld mag lenen aan banken. Toch, zeggen nationale en Europese experts, is het niet strijdig met het verdrag. Artikel 19 staat de bestuurders van het ESM, de euroministers van Financiën, toe om unaniem te beslissen de lijst instrumenten uit te breiden. In artikel 12 staat al dat het ESM kan zorgen voor ‘stability support’ voor ESM-leden, zonder te specificeren of alleen staten of ook banken geholpen mogen worden. De conclusies van de eurotop verwijzen hiernaar: die beginnen met de vaststelling dat „het noodzakelijk” is „de vicieuze cirkel tussen banken en staten te doorbreken”.

Over de tweede ‘deal’ van de top, het plan om het noodfonds staatsobligaties te laten opkopen van eurolanden, heerst opperste verwarring. Europees president Van Rompuy en de Italiaanse premier Monti zeiden vrijdag dat regeringsleiders besloten hadden dit mogelijk te maken. Een land moet een officiële aanvraag doen bij het fonds en een Memorandum of Understanding tekenen met de voorwaarden erin. Er komt géén zware inspectie aan te pas, zeiden zij. Het IMF blijft erbuiten. Als zo’n land zich houdt aan de strenge landenaanbevelingen van de Commissie en andere bestaande afspraken worden geen verdere eisen gesteld.

Nederland en Finland betwisten dit. Zij zeggen dat er wel een zware inspectie komt, mét IMF en ECB. Gisteren schreef de Finse premier Katainen aan zijn parlement dat hij samen met Rutte een plan heeft geblokkeerd om het noodfonds indirect staatsobligaties te laten opkopen. Iets wat Rutte niet ontkent.

Wie er gelijk heeft? Volgens een minister die bij de onderhandelingen was, was hierover ’s nachts zoveel onenigheid dat de slottekst van de top „opzettelijk vaag” is gehouden. Regeringsleiders verklaren dat „bestaande EFSF/ESM-instrumenten flexibel en efficiënt worden gebruikt om markten voor lidstaten te stabiliseren”. Staatsobligaties opkopen is één van die instrumenten. Toezicht door ECB, Europese Commissie en IMF wordt nergens genoemd. Commissie-aanbevelingen wel. Euroministers, staat er, „moeten deze beslissingen op 9 juli uitgevoerd hebben”.

Katainen merkte op dat alles wat het ESM doet, unanieme goedkeuring vereist. „Dit is onmogelijk door Finse en Nederlandse oppositie.” Het ESM-verdrag stelt dat „in noodgevallen” goedkeuring volstaat van landen die 85 procent van het kapitaal inbrengen – mits ECB en Commissie instemmen. Nederland en Finland hebben samen 7,5 procent. Het wordt nog moeilijk maandag.