Taxichauffeurs

Hand opsteken als je nog nooit een Amsterdamse taxichauffeur tot in het tiende geslacht hebt vervloekt.

„Ik weet het, ik weet het”, zegt Mekki Aulad Ahmed (42) terwijl hij mij rondleidt door zijn kantoor. „Onze reputatie is niet best.”

Mekki is een veteraan. Taxichauffeur sinds 1992. Toen het in 2000 gedaan was met het monopolie van Taxi Centrale Amsterdam (TCA), zag hij in de taxibranche steeds meer chauffeurs met een laakbaar arbeidsethos.

In 2009 schopte een taxichauffeur een man dood op het Leidseplein. Mekki richtte toen een belangenvereniging (BTO, Belangenvereniging Taxichauffeurs en Ondernemers) op om de wereld te tonen dat het niet allemaal gajes is, die taxichauffeurs. Afgelopen weekend liep dat imago weer een flinke deuk op toen een taxichauffeur een meisje aanreed en zwaargewond achterliet.

„Zo’n chauffeur behoort tot de vijf procent die het voor de rest verpest”, zegt Mekki. Daarvoor had Mekki mij uitgelegd dat de meeste taxichauffeurs brave gezinshoofden zijn. Maar er is een aantal – „5 procent” – dat de rest een slechte naam bezorgt. Mekki beschrijft ze als jong – „begin twintig” – arrogant – „ze denken dat ze The Godfather zijn” – en onverantwoordelijk: „Ze willen vooral in een dikke Mercedes rondrijden.”

Mekki’s telefoon rinkelt. In het Arabisch: „Ja, ik zit hier met iemand van de krant. Echt ongelofelijk wat die chauffeur heeft gedaan – doorrijden na een ongeluk. Dit zijn de rotte appels die het voor ons verpesten.” Mekki houdt mij met een schuin oog in de gaten om te zien of ik wel noteer hoe streng hij is in zijn veroordeling. „Hsoema” (beschamend), zegt Mekki en schudt dramatisch zijn hoofd.

Er komen twee Turkse collega’s van Mekki binnen. Eén van hen staart mij heel lang aan voordat hij vraagt: „Wat denk je? Was de chauffeur Turks of Marokkaans?”

„Turks” antwoord ik.

De man grijnst meewarig.

Zondag spelen de Amsterdamse taxichauffeurs een voetbaltoernooi. Mekki hoopt op flink wat media-aandacht. Waarom? „Dan kunnen wij een positief imago uitdragen en een bijdrage leveren aan de samenleving.” Ja, een typische belangenbehartiger, ook in zijn taalgebruik.

Of ik weet dat sommige taxichauffeurs ook drugs dealen. Weer schudt Mekki zijn hoofd. Hij praat over de eer die een taxichauffeur in zijn werk moet leggen. Dan wat vrolijk gemopper over jeugdige taxichauffeurs. „De jeugd van tegenwoordig... Toen ik net begon...”

Maar het komt goed, incha’allah. Mekki hoopt, en verwacht, dat vanaf oktober eindelijk gecontroleerd gaat worden of een wet die vorig jaar werd ingevoerd ook nageleefd wordt. Deze wet eist dat taxichauffeurs zich aansluiten bij een controleerbare taxiorganisatie. Ook moet in alle taxi’s een track-and-trace-apparaat geplaatst worden waarmee je elke beweging kunt nagaan. Mekki: „Met zo’n apparaat had je meteen uitgevonden welke taxichauffeur dat meisje vrijdag had aangereden.”

Mekki heeft tot slot nog een mooi cijfer paraat: „Amsterdam zal door deze strenge wet in één klap 20 procent minder taxichauffeurs tellen. De rotte appels zullen als eerst vertrekken.”

Ik knik. Ja, rotte appels – dat ze gauw mogen wieberen.