Seks met liedjes

Ik kan me nog goed herinneren hoe ik als kind met mijn vader een gesprek had over giraffes: hoe ze aan hun lange nek waren gekomen. Ik had sterk het gevoel dat de giraffes zo lang smachtend naar de blaadjes boven hun hoofd hadden gekeken dat ze het begrip ‘reikhalzend’ letterlijk hadden gemaakt en met behulp van een heleboel doorzettingsvermogen hun nek steeds iets meer hadden uitgerekt. Mijn vader legde toen uit dat het zo niet werkt: de giraffe die per ongeluk de langste nek heeft, vindt de blaadjes, kan op die manier overleven en krijgt kinderen – die op hun beurt ook weer een langere nek hebben. Zo werkt de evolutie.

Evolutie in de natuur blijft fascinerend, zowel in het echt („Kijk eens naar deze natte mosklever… door zijn zweterige voorkomen vermoeden zijn vijanden dat hij niet goed zal smaken”) als in horrorfilms („Maar professor – dit kán niet. U zei dat hun radioactieve slijmklieren alleen in het water werken!” „Ja… het lijkt erop dat ze… evolueren.”)

En nu is er een project dat niet kijkt naar het evolutieproces in de natuur, maar het probeert toe te passen op cultuur: op muziek. Volgens de bedenkers is ook cultuur onderhevig aan natuurlijke selectie: mensen kiezen wat ze mooi vinden en kopiëren het, terwijl andere dingen niet genoeg aangepast zijn en stil ten onder gaan (kom alsjeblieft terug Valensia!). Kopiëren is altijd imperfect, als dat spel waarbij je een woord moet doorfluisteren: je begint bij ‘groentenkraam’ en eindigt met ‘leverpastei met aap’. En zo ontstaat er culturele evolutie: hits en mislukkingen.

Zij proberen dit proces te onderzoeken door middel van de Darwin Tunes: een computerprogramma dat gebruikmaakt van menselijke beoordeling om een stuk muziek te creëren. Het begon met een paar door de computer willekeurig gegenereerde geluidjes, die deelnemers op een site mochten beoordelen. Vervolgens was het voor de meest favoriete stukjes ruis een goeie dag: zij mochten seks hebben met elkaar. Hun remixbaby’s konden weer beoordeeld worden, en nu, meer dan twee jaar later, kan je beluisteren wat het verschil is tussen bijvoorbeeld muziekgeneratie 400 en de meest recente versie, generatie 5690. En het werkte: er kwamen meer akkoorden, meer ritmes en 5690 klinkt behoorlijk goed. Het is helemaal elektronisch, waardoor de bliepjes soms enigszins doen denken aan een goedkope lounge-CD van het Kruidvat – maar misschien is 5690 zo’n beetje een modderkruiper: zeker gaaf genoeg om uit het water te zijn geklommen, maar het heeft nog een lange weg te gaan. En de onderzoekers kwamen onder andere met een conclusie die zo in een damesblad kan: de seks moet beter. Bij sommige nakomelingen was bijvoorbeeld de baslijn opeens weg.

Een geweldig project (waar je overigens nog steeds zelf op de site aan mee kan doen), omdat het niet per se het béste stuk muziek oplevert, maar ook een zoektocht is naar de gedeelde smaak: wat vinden de meeste mensen het mooist? Misschien is dit computerprogramma de designer van de toekomst: ontwerpen van stoelen die seks met elkaar moeten hebben, schoenen die worden gekruist, waardoor het steeds tot het ultieme, meest universeel geliefde product komt. Waarna je zo’n product koopt en zelf pauwblauw verft – het zal ook wel in onze genen verankerd liggen dat we wel een beetje origineel willen zijn, tenslotte.