Schattige reality-tv

Shamba Shape-Up, een soort Extreme Home Makeover, is een hit in Kenia. Want wie in het land geïnformeerd wil worden, moet televisie kijken.

Redacteur Conflict & Ontwikkeling

In de schaduw van een flinke boom, even buiten de stad Kakamega in het westen van Kenia, zit Vincent, in een zwart-wit overhemd met druk patroon. Op zijn shamba (Swahili voor ‘kleine boerderij’) onderhoudt hij zestien familieleden – zijn vrouw en twee kinderen, zijn vader en moeder, en zijn broers en zussen met hun gezinnen. Hij verbouwt lokale groentes, en houdt koeien, kippen en bijen. Maar daarvan rondkomen is niet gemakkelijk. Vincent vertelt, de handen om een knie geslagen, over zijn problemen: genoeg water bij zijn gewassen krijgen, mollen die zijn oogst opeten en het delen van het huis met elf kippen. Sheela, de zus van Vincent, weet daar nog wel wat aan toe te voegen: de kleine, rokerige kerosinelampen geven niet genoeg licht om de kinderen bij te leren lezen.

Naast Vincent zitten twee meelevend knikkende tv-presentatoren: Naomi Kamau en Tonny Njuguna, absolute sterren in Kenia. Maar zij maken geen zwaarmoedige documentaire over ontwikkelingproblematiek op het Keniaanse platteland. Nee, dit is aflevering negen van het realityprogramma Shamba Shape-Up: een soort Keniaanse versie van Extreme Home Makeover. In plaats van villa’s in Amerikaanse buitenwijken worden hier kleine boerderijen opgeknapt en met behulp van landbouwexperts productiever gemaakt. Inclusief aanstekelijke Afrikaanse achtergrondmuziek en het enthousiaste uitroepen: „Let’s shape up this shamba!”

De problemen van de boeren in de show lopen uiteen van ziektes en insecten die de oogst aantasten, tot het bijhouden van de financiën, en van het voeden van de koeien in het droge seizoen tot het koken in een kleine ruimte op een vuur met veel rookontwikkeling. Het eerste seizoen is bijna afgelopen en inmiddels kijken er elke week bijna vier miljoen mensen. Het programma wordt zowel in het Engels (op zaterdag) als het Swahili (op zondag) uitgezonden. Er zijn plannen om ook in Oeganda, Tanzania en Zuid-Soedan uit te zenden.

Televisie wordt steeds toegankelijker voor de plattelandsbevolking van Afrika. Waar voorheen alleen transistorradio’s betaalbaar waren voor arme boeren, zijn er nu veel goedkope zwart-wit-tv’s uit China op de markt. Voor ongeveer 30 dollar – de prijs van een geit – kan een boer zo’n tv’tje al kopen. Zelfs een oude kleuren-tv heeft hij al voor 80 dollar. In Kenia heeft nu zo’n 65 procent van de bevolking een televisie. Daarmee loopt het land achter op bijvoorbeeld Zuid-Afrika en Nigeria, maar voor op omringende landen als Tanzania, Ethiopië en Oeganda. Internet is voor de meeste Afrikaanse boeren echter nog onbereikbaar – volgens het Africa Human Development Report 2012 heeft zelfs in Zuid-Afrika en Kenia bijna 90 procent van de plattelandsbevolking nog nooit internet gebruikt. De boeren zijn voor hun informatievoorziening dus vrijwel volledig afhankelijk van radio en tv.

David Campbell is de bedenker van Shamba Shape-Up en directeur van Mediae, een stichting die media inzet voor ontwikkeling en educatie. „Wij denken dat edutainment – een combinatie van entertainment en educatie – de beste manier is om informatie bij een groot publiek te krijgen”, vertelt hij over de telefoon vanuit Nairobi. „Voorheen maakten we een soap voor de radio. Tot 1998 konden we daarmee een enorm publiek bereiken, want de Keniaanse overheid controleerde de ether en er waren dus weinig kanalen. Maar vanaf 1998 is de FM-markt geliberaliseerd. Nu zijn er 138 FM-zenders en dat heeft het publiek gefragmenteerd.”

Terwijl het radiopubliek fragmenteerde, kregen steeds meer Kenianen een televisie. „Mensen vertrouwen de tv en er zijn nog maar vier tv-stations”, vertelt Campbell. Zijn eerste tv-programma werd Makutanu Junction, een soap waarin allerlei ontwikkelingsproblemen in de verhaallijn verwerkt zitten, zoals vrouwenbesnijdenis, abortus, malaria, hiv, lokale corruptie, enzovoorts. Inmiddels zijn er twaalf seizoenen gemaakt, met elke week zo’n 7.2 miljoen kijkers in Kenia, Oeganda en Tanzania. Van die kijkers bleek 70 procent op het platteland te wonen.

„Dat zette ons aan het denken”, vertelt Campbell. „Steeds meer Kenianen hebben televisie, maar het aantal tv’s in steden is zo’n beetje hetzelfde gebleven sinds 2000. Alle groei zit dus op het platteland. Toch zijn er helemaal geen programma’s die gaan over het platteland, of die gericht zijn op agricultuur.”

En dat is vreemd, vindt Campbell. Want het verhaal van Vincent en zijn familie uit aflevering negen staat niet op zich. Van de ruim 43 miljoen Kenianen woont slechts 22 procent in de stad. De rest woont op shamba’s. Ook veel stedelingen hebben een shamba even buiten de stad, waar ze groentes telen om in hun levensonderhoud te voorzien. „Veel van die shamba’s zouden vele malen productiever kunnen zijn”, zegt Campbell, die zelf agricultuur studeerde. En dus bedacht hij Shamba Shape-Up.

Vergeleken met Nederlandse of Amerikaanse realityshows doet de Keniaanse serie schattig en vriendelijk aan. Geen gelukstranen met tuiten, geen beledigingen over en weer en geen schreeuwerige presentatoren. Campbell: „In Nederland zijn realityshows weerzinwekkend. Kenianen zouden zo’n show nooit kijken. Mensen hebben hier veel meer respect voor elkaar en voor ouderen. Ze willen niet kijken naar iemand die vernederd wordt, dat vinden ze verschrikkelijk. Shamba Shape-Up is dus heel gemoedelijk. Het gaat echt om onderwijs.”

Op Vincent’s boerderij wordt het beeld aan het eind van aflevering negen gevuld met zestien glimlachende gezichten. Er is een nieuwe regenton gebouwd, er zijn zelfgemaakte mollenvangen geïnstalleerd, hij heeft les gehad in het houden van bijen, er is een lamp op zonne-energie aangeschaft en de kippen lopen nu in een ren, in plaats van in huis.

In elke aflevering wordt aan de kijkers heel specifiek uitgelegd hoe zij zelf soortgelijke problemen kunnen oplossen: hoe je een goede waterton bouwt (en dus minder watertekort hebt), hoe je kuilvoer maakt (waardoor je koeien meer melk geven), welke planten je het beste naast elkaar kunt plaatsen (om ziektes tegen te gaan), hoe je je grond verrijkt (om meer te oogsten), hoe je een fornuis bouwt dat minder energie gebruikt, hoe je microkrediet aanvraagt, en ga zo maar door.

Na elke aflevering kunnen kijkers ook een sms sturen, waarop ze een flyer toegestuurd krijgen met alle informatie uit het programma en telefoonnummers van experts die in het programma werden geraadpleegd. „De eerste weken stuurden we een paar duizend flyers per aflevering”, zegt Campbell. „Nu zijn dat er al 10.000 per show. We hebben dit seizoen nog vier afleveringen te gaan, dus we gaan de 16.000 wel halen denk ik.”

Maar hoe is nu te meten of kijkers hun shamba na het zien van de show ook écht productiever maken? „Door heel veel enquêtes af te nemen”, zegt Cambell. „Voor de show, na de show, bij mensen die de show wel en niet hebben gekeken. We stellen vragen als: gebruikt u mest, weet u wat bodemtesten is? Zo kunnen we kijken waar mensen hun informatie vandaan halen en of ze hun gedrag ook echt veranderen.”

Hoe het kan dat veel Afrikaanse boeren zo weinig geïnformeerd zijn, daar weet Campbell wel een antwoord op. Hij betoogt vurig: „Er gaan enórme bedragen van donors naar onderzoeksinstituten. Om bijvoorbeeld zaad te ontwikkelen dat tegen een bepaalde pest kan. Daarmee zeggen ze boeren te helpen, maar dat is niet waar. Boeren testen hun grond niet, boeren kopen geen nieuwe soorten zaad, boeren mengen geen mest door hun grond, ook al kunnen die dingen hun oogst verdubbelen. En waarom niet? Omdat niemand geld stopt in het overbrengen van die kennis naar de boeren! Als we van shamba’s goede bedrijfjes willen maken, moeten we geld stoppen in educatie.”

De afleveringen van Shamba Shape-Up zijn te zien op shambashapeup.com