Premier Rutte, wat nu?

In Brussel werd Nederland gepakt in snelheid. Het Nederlandse parlement ratificeerde het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), dat werd veranderd voordat het in werking is getreden. Hetzelfde overkwam de Duitse Bondsdag, dat het ESM-verdrag goedkeurde hoewel het de avond tevoren was veranderd door concessies van bondskanselier Merkel. Premier Rutte zei dat Nederland zich niet laat rommelen in een bankenunie. Dit is precies wat hem overkwam, doordat Merkel door de knieën ging.

Duitsland werd in de tang genomen door een traditionele, Latijnse combine. Het was een opzetje van de Franse president Hollande, de Italiaanse premier Monti en zijn Spaanse collega Rajoy. Die Welt am Sonntag kopte: Europa greift nach unserem Geld. Dit klopt – ook naar Nederlands geld. Het ESM mag directe steun aan banken verlenen zonder dat het ESM-verdrag dit toestaat. De altijd behoedzame Frankfurter Allgemeine Zeitung noemde de combine een „brutale afpersingsactie”.

In de Bondsdag werd Verarschung – een weinig parlementaire uitdrukking – de omschrijving om het bedrog te kenmerken. Het Duitse parlement heeft nog een veiligheidsklep. Het is staande jurisprudentie van het Duitse grondwettelijke hof dat elke bail-out, van staten of banken, de goedkeuring vereist van het Duitse parlement. Er is geen algemene machtiging.

Het Nederlandse parlement kan daarentegen niet terugvallen op een grondwettelijk hof. Het ESM mag bankensteun verlenen, hoewel het Nederlandse parlement dit nooit goedkeurde. Daarom had premier Rutte in Brussel zijn oordeel moeten opschorten, hangende een parlementaire uitspraak. Dit betekent: nee zeggen.

De strategie van de premier is het verbond met Berlijn. Nederland praat in op de Duitsers om sterke knieën te houden, maar de druk op Merkel werd zo groot dat zelfs de domineesdochter uit de Duitse Democratische Republiek deze niet kon weerstaan. De eurozone is een chantagezone geworden. Stel: Rutte roept nee. De eerste gillende keukenmeiden zijn de Nederlandse diplomaten. Zij roepen: isolement! Vervolgens komen Hollande, Monti en Rajoy als dolle kikkers met dreigementen, vergezeld van jezuïtische teksten uit de koker van president Van Rompuy van de Europese Unie. Voor hen is Nederland het keffertje dat hangt aan de broekspijpen van Merkel. Hun respect voor parlementaire democratie is nul.

Voordat geld wordt getransfereerd, is Europees bankentoezicht de laatste dijk. Dit vereist spijkerhard onderhandelen. De Europese Unie richtte de Europese Raad voor financiële Systeemrisico’s (ESRB) op. Voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) is ook ESRB-voorzitter. Vorig jaar voegde de Spaanse regering zeven noodlijdende regiobanken samen tot één grote: Bankia. Wie zeven hoofdzonden combineert, oogst uiteraard niet de christelijke deugd. Deze fusie maakte van Bankia een levend lijk, maar too big to fail. Waar was Draghi? Waar was de eurocommissaris voor concurrentiebeleid, de Spanjaard Almunia? Zij kijken eerst waar hun hart ligt – respectievelijk in Italië en Spanje. Dit is menselijk, maar corrumpeert elk toezicht.

Nederland en Duitsland moeten samen de structuur voor Europees bankentoezicht dicteren. De Bundesbank maakt de opzet in één dag. Willen Frankrijk, Italië en Spanje dit niet? Dit is geen probleem. Dan krijgen ze ook geen geld.

De guerrilla over kleine letters wordt verbeten. Griekenland wil soepele voorwaarden. Italië wil ESM-geld zonder extra voorwaarden. Spanje wil ESM-geld voor een bankenprobleem van eigen makelij. Frankrijk, de architect van de Latijnse combine, wil een ESM met een banklicentie, om in één keer de hele Franse bankensector te redden. Daarom willen deze landen de transferunie, met Duitsland en Nederland als waarborg.

Het mentaliteitsverschil tussen Duitsland en Nederland met hun legalistische tradities enerzijds en mediterraan Europa anderzijds is diep geworteld. Schuld is gerelateerd aan schuldtoewijzing of schuldvraag. Het Franse la dette of Italiaanse il debito heeft een heel andere gevoelswaarde dan het Nederlandse ‘schuld’. Het geld is op. Hoe komen we aan vers geld? Geld haalt men bij landen met een overschot op de lopende rekening. Nederland heeft een afspraakobsessie en Zuid-Europa niet. Een afspraak is een afspraak zolang de omstandigheden gelijk blijven. Als ze veranderen, verandert men ook de afspraak, desnoods eenzijdig. Europese verdragen zijn vodjes papier geworden.

Monti wilde niet slechts winnen, maar triomferen. Dit zet kwaad bloed. Hiervoor zal hij nog boeten. De eurozone kan alleen overleven als mediterraan Europa zijn concurrentiekracht herstelt. Hiervoor zijn tijd, geduld en impopulaire maatregelen nodig. Portugal komt er langzamerhand bovenop, maar Italië, Spanje en Frankrijk hebben ongeduld. Zij willen onmiddellijk naar de transferunie en chanteren zich ernaartoe. De nooit gekozen Monti degradeerde zich hierbij tot mobleader. Duitsers, Nederlanders en Finnen zien zich gerold en blijven zitten met een wrokkig gevoel. In mediterraan Europa neemt de druk voor structurele hervormingen af. De afpersing werkte immers.

Rutte kan niet altijd rekenen op bondgenoot Merkel. Zij wordt gechanteerd met het Duitse oorlogsverleden. Daarom moet Rutte zelf het spel harder spelen. Thatcher kon nee zeggen en Reagan ook. Zij waren karakterpolitici. De geschiedenis zal het premierschap van Rutte beoordelen op de mate waarin hij de Nederlandse bevolking behoedt voor een Europese transferunie. Dit is op gezette tijden een nee waard.