Ook zij is niet de koningin

Opnieuw kan de nummer één van de wereld in het vrouwentennis vroegtijdig naar huis. Er is al jaren geen dominante kracht.

Redacteur Tennis

Londen. Als de goden je willen vernietigen, noemen zij je eerst veelbelovend. Het aforisme van de Britse schrijver Cyril Connolly ging over zijn eigen mislukte ambities, maar hij had het net zo goed kunnen hebben over het hedendaagse vrouwentennis.

Gisteren sneuvelde de Russische nummer één van de wereld Maria Sjarapova in de vierde ronde op Wimbledon. Ze was op het schild gehesen nadat ze vorige maand op Roland Garros haar Career Grand Slam voltooide. Net zo hard stortte ze in Londen weer ter aarde.

En zo gaat de zoektocht naar een tenniskoningin verder. Kim Clijsters, de laatste vrouw die twee grandslamtitels achter elkaar won, zei het twee weken geleden al. „In het huidige spelersveld zie ik niemand die het vrouwentennis kan domineren”, sprak de Belgische voormalig nummer één van de wereld in een persconferentie tijdens het grastoernooi in Rosmalen. De afgelopen tien grandslamtoernooien kenden negen verschillende winnaressen en het is boven aan de vrouwenranglijst al jaren een komen en gaan van nieuwe gezichten. Geen dominante kracht inderdaad. „Alleen misschien Sjarapova”, zei Clijsters er nog achteraan.

Maar het was gisteren weer als vanouds. Nog voor de kwartfinales van de vrouwen sneuvelde de aanvoerder van de plaatsingslijst. Sjarapova kreeg geen vat op de agressief spelende Duitse Sabine Lisicki (6-4 en 6-3), de nummer vijftien van de wereld. Maar ook Clijsters, in de late herfst van haar carrière, overleefde het niet tegen haar Duitse tegenstander Angelique Kerber: 6-1 en 6-1.

In de tijd van de sterke tennisvrouwen, tussen 1981 en 1997, won de nummer één van de wereld veertien keer op Wimbledon (Chris Evert eenmaal, Martina Navratilova zes keer, Steffi Graf zes keer en eenmaal Martina Hingis). Sindsdien won de ranglijstaanvoerster van het moment nog maar drie keer in Londen. Zelfs tijdens de dominantie van de Belgische duo Justine Henin en Clijsters en de zussen Williams lukte het alleen Serena Williams om op het belangrijkste grandslamtoernooi te winnen als nummer één.

Clijsters had er op het toernooi in Rosmalen ook geen verklaring voor. En wat maakt het uit? „Ik heb alle situaties meegemaakt. Toen Justine Henin en ik en de zusjes Williams de prijzen verdeelden, werden de mensen dat beu. Het is ook niet snel goed. Dat wil zeggen, bij de pers. Maar het is nu in ieder geval interessant om elk grandslamtoernooi af te wachten wie er boven komt drijven.”

Terwijl het mannentennis – kwalitatief – een vlucht heeft genomen, zitten de vrouwen volgens kenners al jaren op hetzelfde niveau. Clijsters won na haar rentree in 2009 drie grandslamtoernooien. Knap van de Vlaamse, maar het zegt volgens critici vooral veel over het niveau.

De Franse tennisser Gilles Simon zorgde vorige week voor opschudding door de gelijke betaling weer eens ter discussie te stellen. „Je kunt heel hard werken en voor miljoenen fans zingen. Of je werkt net zo hard en je staat te zingen onder de douche”, zei de Fransman. Ofwel: het gaat niet om de opoffering voor de sport, wel om de amusementswaarde van het ‘product’. En die is bij mannen hoger, aldus Simon. „Kijk maar naar het verschil in ticketprijzen voor de grandslamfinales van mannen en vrouwen.”

Heel vrouwelijk Wimbledon viel over Simon heen. Sjarapova zette de Fransman vorige week al weg door te zeggen dat er „meer mensen bij mij komen kijken dan bij Gilles Simon”.

Gisteren voegde ze eraan toe dat vooral de media zich druk maken over de staat van het vrouwentennis. „Als iemand als favoriet geldt, dan is het de taak van de media om daar een verwachtingspatroon omheen te creëren”, aldus de Russin. „Ik kan wel nummer één zijn, als ik tegen iemand speel die bij wijze van spreken uit het bos gewandeld komt moet ik nog steeds gewoon een wedstrijd spelen om te winnen. En een sensatie hangt altijd in de lucht. Dat is sport. Daarom kijken we er met zijn allen naar.”