Onderzoeksraad: fouten bij aannemer Grolsch Veste

De Grolsch Veste na het ongeval, met links het ingestorte deel het dak dat in aanbouw was. Foto NRC / Eric Brinkhorst

Onder druk van de opleverdatum heeft de hoofdaannemer de oorspronkelijke planning voor de uitbreiding van het Grolsch Veste-stadion losgelaten. Hierdoor werd te veel gevraagd van de nog niet afgebouwde basisconstructie en stortte het dak in, concludeert de Onderzoeksraad voor de Veiligheid.

Bij de instorting kwamen twee bouwwerkers om en raakten er negen gewond. In een tussenrapportage in augustus concludeerde de Onderzoeksraad al dat het mis ging doordat al met de afbouw werd gestart terwijl de basisconstructie nog niet gereed was. Essentiële onderdelen van de basisconstructie zoals koppelstaven ontbraken. Ook was de verankering aan de achterkant van de tribune niet gestabiliseerd.

De Onderzoeksraad concludeert:

“De hoofdaannemer had een coördinatie- en controleverplichting, maar nam geen maatregelen om de stabiliteit van de bouwconstructie te waarborgen terwijl er zichtbaar onderdelen ontbraken. Bovendien besloot de hoofdaannemer onder druk van de opleverdatum de oorspronkelijke planning los te laten en de afbouw van de tribune parallel te laten uitvoeren met de opbouw van constructie.”

De raad wijst erop dat de basisconstructie niet met een afbouw had moeten worden belast voordat die was afgerond.

“Hoewel essentiële onderdelen ontbraken, werd de staalconstructie van het dak in aanbouw al wel belast. Aan de constructie hingen twee hangbruggen (samen circa 3.000 kilo). Op het dak lagen dakplaten (35.000 kilo). De videowall die werd opgehangen, weegt ruim 8.000 kilo. Daarnaast werd het dak belast met het gewicht van de tien werknemers die aan de afbouw werkten.”

Volgens de Veiligheidsraad moet het veiligheidsbesef in de bouwsector sterk verbeteren om soortgelijke ongevallen in de toekomst te voorkomen. Bij dergelijke complexe bouwprojecten is de verantwoordelijkheid voor veiligheid volgens de Raad niet duidelijk belegd. “Hierdoor voelt in de praktijk niemand zich verantwoordelijk voor de veiligheid van het bouwproject.”