'Mijn muziek viel verkeerd bij de geheime dienst'

De Koerdische zangeres Chopy al-Fatah woont in Nederland maar treedt op in landen als Turkije en Irak. Dat gaat niet zonder slag of stoot.

Redacteur Midden-Oosten

Als zangeres Chopy Fatah in Iraaks Koerdistan is krijgt ze meteen een glimlach op haar gezicht. „Dat is niet patriottisch of nationalistisch, mijn wortels liggen daar. Ik ben helemaal eigen met de cultuur, de taal en alles. Maar ik ben ook gewoon Nederlandse hoor.”

Het interview heeft plaats thuis bij de Nederlandse Chopy in haar doorzonwoning. De Koerdische Chopy zingt in plaatsen als Qamishlu (Syrië), Batman (Turkije) en Erbil (Irak) voor menigten van een paar honderd tot honderdduizenden mensen.

Chopy (afgeleid van serchopy, de voordanser in een Koerdische dans) werd in 1983 geboren in de Iraaks-Koerdische oliestad Kirkuk in de tijd dat Saddam Hussein de Koerden terroriseerde. Haar familie vluchtte en kwam na twee jaar van omzwervingen in 1988 in Nederland terecht.

„Mijn vader had zijn muzikale archief meegenomen. Ik ben zijn cassettebandjes gaan beluisteren en zo heb ik mijn liefde ontwikkeld voor de Koerdische muziek.”

De Koerdische muziek staat dichterbij de Turkse muziek dan bij de Iraanse of Arabische. „De Koerdische en de Turkse muziek hebben een beetje dezelfde sound en ze delen instrumenten als violen, de zorna, een soort fluit, en de davul, een trommel met twee vellen waarop met een knuppel en een dun stokje wordt geslagen.”

Chopy zou afgelopen voorjaar voor een miljoen mensen optreden in Diyarbakir, hoofdstad van het Koerdische deel van Turkije, ter gelegenheid van Nowruz, het Koerdische nieuwjaar dat 21 maart plaatsheeft. „Maar het hele feest ging niet door. De Koerden wilden het concert dit jaar een paar dagen eerder houden, in het weekeinde zodat iedereen er massaal kon zijn, maar de Turkse autoriteiten gaven geen toestemming. De mensen gingen protesteren en uiteindelijk heeft de politie heel hard ingegrepen; er zijn zelfs doden gevallen. Ik ben nog naar het veld gegaan waar het concert zou worden gehouden om te laten zien: wij zijn er wel.”

De circa dertig miljoen Koerden zijn het grootste volk zonder eigen staat. Ze vormen een vrij aanzienlijke minderheid in Turkije, Iran, Syrië en Irak. Sinds de val van Saddam Hussein hebben ze een de facto onafhankelijke staat in het noorden van Irak, waar ze kunnen doen wat ze willen. Maar in de drie andere landen worden ze onderdrukt. „Als Koerd houd je het gevoel niet te worden gehoord.”

Vijf jaar geleden trad Chopy voor het eerst in Turkije op. „De atmosfeer is nu nog steeds even gespannen als toen. Altijd traangas. Of gevechten met stenen. Daarom steun ik ook de Koerdische partij van Ahmet Türk. Ik heb in 2009 in een open brief aan Ahmet Türk aangeboden om zonder financiële tegenprestatie concerten te geven.”

Chopy zingt met name op traditionele muziek, omdat dat de basis is en omdat de bevolking daarnaar vraagt. Maar haar nieuwe cd’s zijn moderner, met Koerdische pop en rock. De rock-cd is deze week uitgekomen. „Ik ben ook voor vernieuwing. Vandaar dat ik rockmuziek, die al in Iraans Koerdistan bekend is, ook naar Iraaks en Turks Koerdistan wil brengen.” Ze zingt ook in het Engels. Met haar Engelse videoclips heeft ze Libanon bereikt.

Haar teksten zijn deels van dichters uit de jaren veertig, deels van nieuwe tekstschrijvers. „De meeste nummers gaan over liefde, verboden liefde. Sommige teksten gaan alleen maar over vrouwen. Of ze gaan over Koerdistan.” De strekking is meestal niet politiek, al worden ze het soms in de context: „Een Koerd die in het Koerdisch zingt”.

Ze heeft twee keer in Syrisch Koerdistan, in Qamishlu, opgetreden, drie en vier jaar geleden, dus ruim voor de opstand zestien maanden geleden begon. „De Koerden daar zijn heel anders dan alle andere Koerden. Ik begin met een paar ballades en dan bouw ik het op tot dansnummers. Ik zing hele vrolijke nummers, want de mensen daar houden van dansen. Altijd in voor een feestje en ondanks hun kritieke toestand houden ze toch hoop. Dat motiveert mij dan ook weer als Koerd.

„Op mijn tweede concert zong ik liedjes met het woord Koerdistan erin. Iedereen begon te klappen en nog uitbundiger te dansen en ik kreeg na afloop heel wat complimenten. ‘Dat hebben we nodig’, zeiden ze. Maar het viel verkeerd bij de autoriteiten. Er was kennelijk iemand van de geheime dienst, want een paar dagen later werd een van de organisatoren op het matje geroepen. In 2010 werd ik door de organisatie opnieuw uitgenodigd, maar de veiligheidsdienst verbood het.”

Alleen in Iran heeft Chopy nog niet opgetreden. „Als ik erheen ga zou ik alleen voor vrouwen moeten zingen, met een hoofddoek op. Maar ik vind dat geen probleem want ik wil mensen bereiken met mijn stem en mijn muziek. Ik heb wel in Europa en Amerika gezongen voor Iraans-Koerdische oppositiepartijen.” In Iran zijn solozangeressen voor gemengde zalen taboe. Het idee van de autoriteiten is dat de vrouwenstem mannelijke lust opwekt.

Wil ze niet terug naar Koerdistan? Haar generatie gaat nu terug, zegt Chopy, ook uit haar vriendenkring. Niet alleen om te werken, maar ook om te wonen. Door de val van Saddam Hussein zijn heel veel dingen veranderd; ook de mentaliteit.

„Het is steeds vaker een dilemma. Als in in Nederland ben, mis ik Koerdistan, en als ik daar ben dan verlang ik naar Nederland. Ik houd van allebei.”