Martiale sikhs voelen zich gebruikt

De gezworen vijanden India en Pakistan komen langzaam nader tot elkaar. Maar India eist dat Pakistan stopt met het steunen van extremisten. Niet alleen onder moslims, ook onder sikhs. Een serie over het moeizame leven aan de Indiase grens met Pakistan.

Op het terrein van de Gouden Tempel staat een sikh te bidden naast een marmeren muur vol kogelgaten. Het zijn de overblijfselen van hevige gevechten rond de tempel in de jaren tachtig tussen radicale sikhs en Indiase veiligheidstroepen. De biddende man heeft zijn gezicht naar het met bladgoud bedekte tempelgebouw gekeerd waar de heilige tekst van de sikhs wordt bewaard. Het heiligdom ligt te blinken in een enorme vijver die via een dam verbonden is met de rest van het tempelcomplex. Onder zijn krijgshaftige tulband kruipen zwarte krulhaartjes vandaan.

Tussen 1981 en 1995 was Punjab, de Indiase deelstaat waar de meeste van India’s 20 miljoen sikhs wonen, in de greep van grof geweld. Militanten eisten het recht op een onafhankelijke staat, Khalistan: ‘het land van de zuiveren’. Sikh-extremisten pleegden aanslagen en volgens mensenrechtenorganisaties maakten Indiase veiligheidstroepen zich schuldig aan marteling en standrechtelijke executies. Er zouden in heel Punjab zo’n 25.000 doden zijn gevallen.

De opstand smeult nog steeds. Dit jaar werden drie jonge sikhs gearresteerd met wapens, munitie en de springstof RDX. In 2011 en 2010 werden in totaal 22 bewapende sikh-strijders gearresteerd. Getraind in Pakistan, zegt de Indiase politie.

Vorige maand waarschuwde de centrale regering in New Delhi voor de bouw van een monument voor de slachtoffers van operatie Blue Star. Bij die fatale actie in 1984 bestormden Indiase eenheden de Gouden Tempel waar zich bewapende sikh-militanten hadden verschanst. Volgens officiële cijfers vielen daarbij ongeveer 800 doden, volgens officieuze schattingen waren dat er minstens twee keer zoveel, grotendeels onschuldige tempelbezoekers.

Het Indiase ministerie van Binnenlandse Zaken zegt „alarmerende” rapporten te ontvangen van de inlichtingendienst over Pakistan dat de radicale Khalistan-beweging nieuw leven zou inblazen. Het zijn claims die moeilijk gecontroleerd kunnen worden. Pakistan zwijgt.

Het is wel degelijk Pakistan dat de Khalistan-beweging in leven houdt, zegt Wassan Singh Zaffarwal. Hij kan het weten. Hij leidde jarenlang de Khalistan Commando Force die opereert vanuit Pakistan. Het is voor het eerst dat de voormalige commandant vertelt over de Pakistaanse betrokkenheid.

Zaffarwals naam bezorgt menigeen nog steeds rillingen. De chauffeur wil slechts naar zijn adres rijden als hij niet mee naar binnen hoeft.

Als we arriveren, komt Zaffarwal uit zijn stal gelopen. Hij draagt een wit gewaad met een oranje tulband en hij loopt mank, een overblijfsel van een van zijn arrestaties, waarbij politiemannen met bamboestokken zijn knie kapot sloegen. Zijn spierwitte baard is ruim drie vuisten lang. Tegenwoordig leeft hij van de opbrengst van zijn ossenmelk.

We spreken met elkaar in een klein gastenverblijf. Op tafel ligt zijn leesbril. Aan de muur hangen drie kirpans, traditionele sikh-zwaarden, oplopend in ernst. Formaat onschuldig dolkje; formaat behoorlijk mes; formaat dodelijk zwaard.

„Laat ik eerlijk zijn”, zegt Zafarwal (60). „We deden alles voor onze vrijheid.” Zijn mannen werden steeds bloeddorstiger. Eerst vielen ze politieagenten en militairen aan. Toen vermoordden ze de generaal die een aanval op de Gouden Tempel leidde en vervolgens de premier van Punjab (met 17 anderen). Intussen doodden ze alcohol- en sigarettenverkopers. In juli 1987 schoten ze 34 hindoe-buspassagiers dood. In 1991 werden ruim 80 treinreizigers vermoord. Volgens overlevenden door KCF-strijders die de hindoes eruit pikten en de kogel gaven. Zaffarwal ontkent dat het zijn mannen waren.

Op het erf is Zaffarwals oude moeder in de weer met blikken veevoer. Over haar witte kleed hangt een zwarte sjerp met daaraan een kirpan. Formaat behoorlijk mes.

„Pakistan leverde de wapens”, zegt Zaffarwal. „Ze trainden ons ook. We maakten gebruik van ervaren smokkelaars om wapens en manschappen de grens over te krijgen.”

Vier- tot vijfduizend sikh-commando’s werden in Pakistan getraind, vertelt hij. „Twee trainers waren sikhs, twee waren Pakistaanse militairen. Er waren ook steeds twee ISI-agenten bij, in burgerkleding. Met hen hield ik contact.”

De ISI (Inter-Services Intelligence) is de Pakistaanse inlichtingendienst die bekend is om zijn steun aan Afghaanse mujahedeen. Tegenwoordig wordt de dienst ervan beschuldigd Osama bin Laden beschermd te hebben en de Afghaanse Talibaan te steunen. India roept al jaren dat de ISI ook strijders traint, die het overwegend islamitische Kashmir willen ‘bevrijden’ van hindoeheerschappij.

In Punjab zelf mag het vuur voor Khalistan dan niet meer vlammen, dat doet het wel bij jonge sikhs uit de diaspora. Miljoenen sikhs leven verspreid over de wereld, met name in Canada, de VS, Groot-Brittannië en Duitsland. In 2008 waarschuwde de Indiase premier Manmohan Singh dat zij fondsen en rekruten leverden voor de Pakistaanse trainingen, die zouden worden uitgevoerd onder supervisie van de ISI uitgevoerd door de beruchte moslimgroepering Lashkar-e-Taiba, die in verband wordt gebracht met Al-Qaeda.

Een half jaar na die waarschuwing pleegden Lashkar-e-Taiba-strijders een aanval op Mumbai, waarbij ruim 160 doden vielen. Volgens de enige overlevende aanvaller was de actie uitgevoerd met hulp van de ISI. De in april ingezette toenadering tussen India en Pakistan kreeg eind mei een flinke deuk door de weigering van Pakistan om Lashkar-oprichter Hafiz Muhammad Saeed te arresteren, die het brein achter de Mumbai-aanslagen zou zijn. India weigert om die reden mee te werken aan een liberalisering van het visabeleid.

Zaffarwal vertelt dat de ISI zijn mannen pistolen, kalasjnikovs en explosieven gaf. „De Pakistanen leerden ons bermbommen en vertragende ontstekers te maken.

In 2001 keerde Zaffarwal terug naar India waar hij zich liet arresteren. De gewapende strijd had hij al eerder afgezworen. „We werden gebruikt door Pakistan om India dwars te zitten. Ze gaven niks om de sikhs.” Hij kreeg maar twee jaar gevangenisstraf, wegens gebrek aan bewijs bij veel van wat hem ten laste was gelegd. Als Pakistan serieus werk wil maken van vrede met India, moeten het stoppen met steun aan anti-Indiase bewegingen, meent hij.

De arrestatie van Lashkar-e-Taiba-leider Saeed zou een mooi gebaar zijn. Maar er is nog een testcase. Eind juni is de jaarlijkse pelgrimstocht begonnen naar een van de heiligste plekken van het hindoeïsme: de Amarnath-grot in Kashmir. Daar vormt zich elk jaar een enorme ijspegel die wordt beschouwd als een incarnatie van de god Shiva. Duizenden hindoes bezoeken de grot. Een perfect doelwit voor een aanslag, zoals eerder gebeurde. Zaffarwal: „Als de ISI geen vrede wil, zullen we dat spoedig merken.”

Joeri Boom