Jazz in wording - Jan van Duikeren: in de auto zing ik het in

Waar schrijft trompettist/componist Jan van Duikeren (37) zijn nummers? “De eerste ideeën krijg ik bijna altijd op locatie. Meestal is het onderweg, mijn telefoon staat vol ritmes of melodieën van ongeveer 20 seconden lang. In de auto zing ik het meteen in, anders ben ik het weer kwijt. In het openbaar ben ik er behoorlijk

Jan van Duikeren's Fingerprint Jan van Duikeren's Fingerprint

Waar schrijft trompettist/componist Jan van Duikeren (37) zijn nummers?

“De eerste ideeën krijg ik bijna altijd op locatie. Meestal is het onderweg, mijn telefoon staat vol ritmes of melodieën van ongeveer 20 seconden lang. In de auto zing ik het meteen in, anders ben ik het weer kwijt. In het openbaar ben ik er behoorlijk verlegen in. Als ik op een station sta, zoek ik een rustig plekje en zing het dan in, maar het is voorgekomen dat ik zo zacht zong dat ik later alleen maar achtergrondgeluiden hoorde.

Soms kan zo’n eerste idee ook alleen een titel zijn of een leuk woord of gerecht dat ik ergens tegenkom. Toen ik vorig jaar op Bali was, aten we een lokaal visgerecht, volgens mij was het inktvis. Het heette chumi-chumi. Dat noteer ik dan, het doet me denken aan een ritme. Het zal een wat sneller stuk worden, denk ik, ik associeer het met een leuke tijd en een goede sfeer.

Jan van Duikeren’s Fingerprint, Scribblin’

Die eerste impulsen werk ik vervolgens uit in de studio, meestal op de piano. Dan probeer ik het gevoel weer op te wekken van toen ik het inzong, ik wil dan echt het verhaal kloppend maken. Dat kan een heel lastig en lang proces zijn.

Het gebeurt ook dat een stuk heel snel op papier staat. Een tijdje geleden hoorde ik dat een vriendin een hersenbloeding had gekregen. Elke noot die ik speelde kwam drie keer zo hard aan. Ik heb toen in een paar uur een stuk geschreven dat minstens zo goed is als stukken waar ik dagen lang aan heb zitten klooien. Omdat je dan op zo’n moment heel gevoelig bent, neem je sneller de juiste beslissingen.

Ik ben gewend om in mijn eentje te werken. Ik heb een ruimte nodig waarin ik kan lopen, schreeuwen en zingen. Maar sinds kort werk ik voor het eerst ook af en toe samen bij het schrijven, met toetsenist Ronald Kool. Het samenwerken bevalt heel goed. Hij stuurt bijvoorbeeld een groove op waar ik dan weer een melodie op maak. Het grappige is dat ik dan veel sneller werk, je neemt impulsen van elkaar over en ik heb niet het idee dat steeds het verhaal helemaal moet kloppen volgens mijn ideeën.

Op North Sea Jazz sta ik nu voor het eerst met een plaat die helemaal uit mijn eigen composities bestaat, dat geeft me echt een grote kick. En zo’n festival biedt de mogelijkheid om weer bij anderen iets moois te horen wat je zelf later kunt gebruiken in een eigen nummer.”