Ik zou zo graag doorgaan met leven

Nooit zwartrijden. Nooit oversteken bij rood. Want als ze gepakt worden, wacht vreemdelingendetentie. Ali en Amadu zijn braver dan de braafste Nederlanders.

Zondag waren ze jarig. Ali Isiaki werd 26 jaar. Hij komt uit Benin. Amadu Diallo werd ook 26. Hij komt uit Guinee.

Het is geen toeval dat ze allebei op 1 juli jarig zijn. Toen ze elf jaar geleden naar Nederland kwamen, wisten ze niet precies wanneer ze geboren waren. In Afrikaanse dorpen wordt dat lang niet altijd geregistreerd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geeft asielzoekers van wie de geboortedatum onbekend is na aankomst in Nederland een datum. Dat is altijd óf 1 januari of 1 juli. Of Steenbok, of Kreeft. Op 1 juli vieren heel wat illegalen feest.

Of niet.

Voor Ali en Amadu valt er weinig te feesten. Ze vertelden eerder in deze krant hoe ze als vijftienjarigen alleen naar Nederland kwamen. Tijdens hun asielaanvraag zaten ze naast elkaar in de wachtruimte. Ze zijn sindsdien onafscheidelijk en zien elkaar als broers. Ze zijn de enige familie die ze hebben.

Beide mannen gingen al verschillende keren naar Brussel, naar de ambassades van Benin en Guinee. Om te vragen om uitreispapieren. Maar zonder resultaat. Hun geboortelanden erkennen hen niet als burger.

Terug naar Afrika kan niet. In Nederland blijven kan ook niet. Ze zijn uitgeprocedeerd en sinds hun achttiende verjaardag zijn ze illegaal. Ze overleven in niemandsland.

We spreken af op het Centraal Station in Rotterdam. Opeens duiken ze op uit de grond met de roltrap. Ze namen de metro. Dat is uitzonderlijk. Amadu loopt meestal, Ali heeft een oude fiets. In de metro kun je gecontroleerd worden. Ze betalen altijd, maar toch. Zwartrijden is een te groot risico. Een Nederlander riskeert een boete van 35 euro, als hij zwartrijdt. Zij riskeren vreemdelingendetentie, altijd.

Illegalen zijn daar doodsbang voor. Je komt erin. En je komt er ook wel weer een keer uit. Want uitzetten naar het land van herkomst lukt niet. Maar je weet nooit wanneer je uit die cel voor twee, vier of acht personen komt. Het kan na acht weken maar het kan ook na veertien maanden. Ali en Amadu kennen te veel mensen die er terechtkwamen. En te veel mensen waren niet meer helemaal lekker in hun hoofd toen ze buiten kwamen.

Ze steken dus nooit over bij rood licht. Wij zijn braver dan de braafste Nederlanders, zeggen ze en lachen. Ze vinden dat grappig.

We gaan naar een café. We bestellen thee en broodjes kip. Ze hebben een vriendin bij zich. Ze komt uit Sierra Leone. Ze heeft lange zwarte haren en goudkleurige ringen in haar oren. Ze zit in dezelfde situatie als Ali en Amadu. Ze hebben tientallen illegale vrienden. Meest leeftijdgenoten. Als ze kunnen, helpen ze elkaar.

Het meisje tippelt om te overleven. Ze kijkt weg als ze het vertelt. Er is weinig keus, zegt Ali voor haar. Hij en Amadu leven van klusje naar klusje – schilderen, ramen lappen, verhuizen. Voor een vrouw is het nog moeilijker overleven in de illegaliteit, zegt Ali.

Ali en Amadu spreken goed Nederlands. Van hun vijftiende tot hun achttiende waren ze legaal en gingen naar school. Ze volgen de Nederlandse politiek op de televisie. „Als ik mocht stemmen, zou ik D66 stemmen”, zegt Ali. „Die man van D66 is goed joh.”

„Ik zou PvdA of SP stemmen”, zegt Amadu.

„Misschien komt een nieuw kabinet met een oplossing voor ons”, zegt Ali.

Het meisje en Amadu lachen honend. „Je moet hoop houden”, zegt Ali. „Anders ga je kapot in je hoofd.” Hoe langer het duurt, hoe lastiger het wordt, zegt hij. Dat wel.

Je maakt deel uit van een maatschappij waar je buiten staat, zegt Ali. Hij kijkt naar de andere cafébezoekers die op hun laptops werken of met hun smartphone bellen. „Zij wel, wij niet. Ik misgun het hun niet, ik zou alleen zelf ook zo graag willen doorgaan met leven.”

Natuurlijk zijn er mensen die hen willen helpen. Mensen die hen leren kennen, vragen zich af wat ze kunnen doen. Een Surinaams gezin nodigt Ali af en toe uit. Hij komt daar graag en gaat altijd met een tas vol Surinaamse lekkernijen naar huis. Maar ze voelen zich steeds ongemakkelijker, merkt hij. Net of zijn uitzichtloosheid ook op hen afstraalt. Ze willen helpen, maar kunnen niets doen. En de eigen bevoorrechte positie wordt pijnlijk duidelijk.

Zondag waren ze jarig. Zondagavond gingen ze ter ere van hun verjaardag naar de film. Men in Black III. In 3D. Ze waren vrolijk. Geweldig vonden ze het. De fotograaf had hen uitgenodigd.