Het gelijk van Calimero

Nieuw in het peloton: de pothelm. Een ding zo kolossaal als een koelkast en zo onflatteus als een paar kaplaarzen onder een smoking. In tegenstelling tot de traditionele helm heeft de nieuwe geen prachtige voorgevormde sleuven of kunstzinnige tochtgaten: hij zit potdicht. Er kan geen zuchtje lucht in of uit.

Nee, mooi is anders. Met zo’n nieuwe helm op zien wielrenners eruit alsof ze net uit een ei zijn gekropen. Als Calimero’s op een fiets. Zeker bij het Britse sprintbommetje Mark Cavendish krijg je er meteen zo’n zij-zijn-groot-en-ik-is-kleingevoel bij. Maar hoe lelijk ook, de nieuwe helm wint terrein. Zondag, in de eerste Touretappe, waren er een paar enkelingen die ermee reden, gisteren fietsten er al minstens tien Calimero’s in de rondte.

De pothelm was de pelotonmop van de eerste Tourdagen. Een kleine greep uit de opmerkingen die de Calimero’s naar hun helm geslingerd kregen van hun collega’s:

‘Je bent in de war. Die helm is voor als je op de brommer bent.’

‘Had de kapper van je oma nog een droogkap over?’

‘Hé! Er groeit een champignon op je hoofd!’

Het rare is dat de nieuwe helm verdraaid veel lijkt op de eerste generatie plastic helmen die een jaar of vijftien geleden werd gedragen. Mijn eerste fietshelm was ook een koelkast zonder sleuven. Ik vond ’m zo lelijk dat ik nauwelijks voorbij een spiegelende etalageruit kon fietsen. Gelukkig vonden ze al snel helmen uit waarmee je wel de illusie hoog kon houden dat je cool was.

Maar na vijftien jaar afwezigheid is de pothelm nu dus terug. En hoe. De herintroductie van de Calimerohelm is meer dan een modeverschijnsel. Het ding is behalve godsgruwelijk lelijk namelijk ook de sleutel tot succes: hij is aerodynamischer als je boven de vijftig kilometer per uur rijdt. Argos-renner Koen de Kort fluisterde me toe dat de pothelm bij die snelheden liefst 6 watt aan kracht op de pedalen scheelt. Bij 50 kilometer per uur moet je ongeveer 500 watt leveren, dus 6 watt minder is een besparing van 1,2 procent. Lijkt prutswerk, en dat is het ook. Maar bij wielrennen is ieder prutsje winst meegenomen. 1,2 Procent kan het verschil zijn tussen winnen en verliezen. (Al was het maar omdat renners gelóven dat ze sneller zijn.)

Uiteraard stonden de Britse raketwetenschappers van de Sky-ploeg aan de wieg van de pothelmontwikkeling. Wekenlang hebben ze in de windtunnel gezeten om de effecten van de Calimerohelm te onderzoeken. Met resultaat. Vorig jaar werd Mark Cavendish al wereldkampioen met een champignon op zijn hoofd, gisteren won hij met eenzelfde helm de massasprint in Tournai.

Het verschil met nummer twee Andre Greipel (die een traditionele helm droeg) was een paar centimeter. We zullen nooit weten wat er was gebeurd als Greipel ook een Calimerohelm had gedragen, maar ik kan me niet voorstellen dat Greipel lekker heeft geslapen.

In massasprints draait het om details. Alles moet kloppen, ieder ieniemieniedetail kan het verschil maken. Als dat betekent dat je met een half ei op je hoofd rondfietst, dan is dat maar zo.

Calimero had gelijk. Wie groot wil zijn, moet klein durven denken.

Thijs is NRC-sportredacteur en oud-wielrenner.