Geen 25 eilandjes meer. Eén korps, één blauwe baas

Formeel moet Dag 1 van de nationale politie nog komen: als de Eerste Kamer heeft ingestemd met de nieuwe Politiewet, kunnen de kwartiermakers van start gaan met hun plannen.

En minister Opstelten heeft altijd gezegd dat hij geen „onomkeerbare stappen” in het proces zou nemen. Dat was om de beide Kamers gerust te stellen dat zíj het laatste woord hadden of de wet er wel door zou komen.

Toch is al veel bekend over hoe die nieuwe politie moet gaan werken. En wie wat moet gaan doen: een jaar geleden al maakte Opstelten bekend wie in de nationale korpsleiding plaats zouden gaan nemen (Gerard Bouman zou korpschef worden, de ‘blauwe baas’).

Wat concreet verandert: er komt één korps, in plaats van de huidige vijfentwintig regiokorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten. Dat nieuwe korps bestaat uit tien regionale eenheden en één landelijke eenheid. En een landelijk Politiedienstencentrum moet straks alle ondersteunende taken uitvoeren. Handig, vooral voor bijvoorbeeld ICT en het delen van informatie. Nu regelen de vijfentwintig regio’s dat nog ieder voor zich: ieder regiokorps heeft zijn eigen korpschef, verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. Straks is er één chef, die de tien regionale chefs (én die ene van de landelijke eenheid) aanstuurt.

De rol van de burgemeester als traditionele korpsbeheerder verdwijnt. Nu is meestal de burgemeester van de grootste gemeente in de regio korpsbeheerder. Hij overlegt met de hoofdofficier van justitie. Beslissingen worden genomen door de ‘regionale driehoek’: korpsbeheerder, korpschef en officier van justitie. Dat verandert dus: er is straks formeel maar één korpsbeheerder. De burgemeesters en de hoofdofficier van justitie van één regio moeten onderling afspraken maken over de inzet van mensen.

De burgemeester blijft ondertussen wel verantwoordelijk voor de lokale veiligheid en voor handhaving van de openbare orde. Daarom hadden de Tweede en Eerste Kamer problemen met de rol van de burgemeester: het gezag ligt nog wel bij de burgemeester, maar krijgt hij wel genoeg mensen om zijn taken goed uit te voeren? Of zullen die allemaal voor landelijke prioriteiten worden ingezet?

Overigens is het inrichtingsplan, met de indeling van alle districten, nog voorlopig: onder andere vakbonden en alle burgemeesters mogen hun mening nog geven. Er gaan nog steeds stemmen op om de regio-Oost in tweeën te splitsen: die telt nu ruim tachtig gemeenten. Veel te groot om goed onderling samen te werken, is de angst. Een betrokkene bij de politie zegt dreigend: „Over dat plan komen we nog wel te spreken met de minister.”