Frêle marathontieners trainen op dieet van rijst

Oost-Timor doet voor de vierde keer mee aan de Spelen. De twee atleten van deze jonge natie krijgen 300 dollar per week, maar al het geld gaat naar de familie.

Sinds een dag hoeft Juventina Napoleao niet meer op het kantoor van de atletiekfederatie te slapen, maar heeft ze een echt bed. Samen met haar ploeggenoot Augusto Ramos Soares slaapt de marathonloopster nu in een oude kazerne in hoofdstad Dili (Oost-Timor), waar dozen met troep staan opgestapeld tot het plafond.

Vóór zes uur ’s ochtends komt haar coach – toevallig ook haar oom – ze ophalen. „We zijn het nationale team, maar we moeten lopend naar de training”, grapt Soares.

Ze zien eruit als frêle tieners, maar Napoleao en Soares zijn de hoop van Oost-Timor voor de Spelen in Londen. Het miniland heeft een van de kleinste olympische teams van de wereld: het vaardigt slechts deze twee marathonlopers af.

Het land heeft dan ook geen rijke sporttraditie – het bestaat nog maar net. Sinds het zich in 1999 afscheidde van Indonesië doet Oost-Timor nu voor de vierde keer mee aan de Spelen. Nog nooit kwalificeerde een atleet zich op eigen kracht. Ook Napoleao en Soares doen mee op een wildcard.

Van alle internationale sporten is Oost-Timor van oudsher het beste in marathonlopen. Aguida Amaral staat er bekend als de Oost-Timorees die ooit een olympische medaille won. Dat klopt alleen niet: de politievrouw en moeder van vier kinderen werd in 2000 in Sydney op twee na laatste. Wel verwierf ze wereldfaam door in dankbaarheid neer te knielen bij de finish, zich niet realiserend dat ze nog een rondje moest rennen.

Dat kan zeker beter, zegt Nelson Silva, een Portugese oud-politieman die door de regering is ingevlogen om hoofdtrainer te worden van het nationale team. „De mensen hier hebben een natuurlijke aanleg voor het rennen van lange afstanden. Ze zijn klein, hebben uithoudingsvermogen, zijn gewend in de heuvels te rennen.”

Maar het ontbreekt de olympische sporters aan de juiste voorbereiding. Toen Silva een jaar geleden begon, trainde Soares twee keer per dag drie uur. Alleen maar rennen, rennen, rennen. Dat was te veel, volgens Silva. Hij had niet de juiste techniek, trok zijn schouders hoog op als hij moe werd. Maar het talent is er, zegt de trainer. Soares’ beste tijd is nu 2 uur en 30 minuten, dat kan volgens Silva over vier jaar 2:15 zijn: genoeg voor kwalificatie.

In de aanloop naar de Spelen zijn er nog andere obstakels. De nationale marathonlopers krijgen van de regering een vergoeding van 300 dollar (238 euro) per week om van te leven. Daar zouden ze goed eten van moeten kopen om voldoende kracht op te bouwen. Maar allebei hebben ze arme ouders en vele broertjes en zusjes op het platteland, waar ze een flink deel van hun salaris naartoe sturen. Dus leven de nationale lopers op een dieet van voornamelijk rijst.

Topsport is nog geen prioriteit voor Oost-Timor, waar 40 procent van de 1,1 miljoen inwoners onder de armoedegrens leeft. Een poging om fondsen te werven bij de Olympic Solidarity Commission heeft nog niets opgeleverd.

De 60.000 dollar die de regering heeft beloofd, is ook nog niet binnen. Van dat bedrag moeten de twee sporters en zestien leden van het nationaal olympisch comité naar Londen vliegen. Waarom er zoveel functionarissen gaan? „Ze houden van Londen in de zomer, daarom gaan ze”, zegt secretaris-generaal Francisco Kalbuadi Lay.

In Oost-Timor zullen niet veel mensen het spektakel kunnen zien. De Spelen zijn alleen per satelliet te volgen. Een eigen televisieploeg kan zijn beelden pas uitzenden na thuiskomst, want voor live televisie ontbreken de faciliteiten.

De doelen van het olympisch comité blijven nog bescheiden. Het is onmogelijk dat Soares en Napoleao een medaille winnen, zegt Vicente Carvalho da Silva, een van de vele vice-presidenten van het olympisch comité, aan wiens postuur te zien is dat hij ooit gewichtheffer was. „Het doel is om in elk geval de finish te halen.” Iets wat het land in Peking in 2008 niet lukte.

De finish halen in Londen, daar hebben Napoleao en Ramos Soares hun zinnen op gezet. Stoïcijns omzeilen ze tijdens hun training de schoolkinderen, die op dezelfde baan rondrennen. Eind deze maand zullen ze de nationale vlag naar Londen meenemen en aan de hele wereld laten zien dat er een klein nieuw landje bestaat dat Oost-Timor heet. Apetrots, zijn ze.