Eigen lust eerst

New Creation is de openingsvoorstelling van Julidans. St-Pierre is geen traditionele choreograaf. Expliciete beelden van seks, verkrachting en masturbatie zijn vaste prik in zijn voorstellingen.

Dansrecensent

Op een lange rij dwars over het toneel geplaatste tafels danst een paar. Vertrouwen is essentieel in de choreografie van achterover hellen, elkaar ondersteunen en tijdig opvangen, van op en van de tafel springen. Als de danser zich stoot, klinkt van de eerste rij van Szene-Salzburg een hinnikend lachje. Dave St-Pierre (38) loopt met kleine Mr. Humphries-pasjes naar de muziekinstallatie en start de muziek opnieuw.

New Creation, de openingsvoorstelling van Julidans, is twee weken voor de première bij lange na niet af, maar St-Pierre is ontspannen aan het werk in het theater in Salzburg dat de voorstelling co-produceert. Terwijl hij aanwijzingen geeft, kletsen de 22 dansers rustig door. Eén boert een welluidende reeks van oplopende tonen. Als zijn assistente hem bij wijze van verrassing een van de rondslingerende opblaasbare sekspoppen op zijn hoofd zet, kraait de choreograaf vrolijk: „I’m Lady Gaga!”

St-Pierre is geen traditionele choreograaf. Hij geldt als het enfant terrible van de Canadese dans. Geen enkel etiket blijkt goed op hem te blijven plakken. De een vindt hem feministisch, de ander vrouwonvriendelijk, en als de een zegt dat hij een typische nicht is, beweert de volgende dat hij anti-homo is. „Ik heb ook weleens gehoord dat ik de meest heteroseksuele homo-choreograaf ben. Ik hou me helemaal niet bezig met genderkwesties. Het interesseert me niet.”

Ook de controverses rond zijn werk laten hem koud. Vorig jaar nog werd zijn werk in het Théatre de la Ville in Parijs bejubeld, terwijl de optredens in het Londense Sadler’s Wells werden neergesabeld. Sommigen vinden de voorstellingen van St-Pierre verfrissend, intelligent, gelaagd en ontroerend, anderen noemen het plat effectbejag, vulgair, gratuit en pornografisch. Een van St-Pierres bijnamen luidt zelfs ‘de pornografische zoon van Pina Bausch’. En het valt niet te ontkennen, naaktheid en nogal expliciete beelden van seks, verkrachting en masturbatie zijn min of meer vaste prik in de voorstellingen die eerder in Nederland te zien waren. La pornographie des âmes (‘De pornografie der zielen’, 2004) en Un peu de tendresse, bordel de merde! (‘Een beetje tederheid, verdorie!’, 2006) waren de eerste twee delen van een trilogie over liefde in moderne tijden. Wat stelt dat nog voor, vraagt ‘de Houellebecq onder de choreografen’ zich af. In zijn omgeving ziet hij alleen maar vluchtige relaties, liefde en lust als fastfood. Voorbeelden van stellen die lang bij elkaar blijven, kent hij niet. „Behalve mijn grootouders. Maar die zijn geboren, getogen, getrouwd en gestorven in één en hetzelfde dorp. Die tijd is voorbij, zeker met Facebook en dergelijke. Ik ben cynisch over de liefde. Maar in diepste wezen een romanticus.”

Pornographie, vertelt hij, ging over de vloedgolf aan tegenstrijdige gevoelens die een mens overspoelt als hij door zijn geliefde wordt gedumpt. Woede, onbegrip, haat, liefde, wanhoop, hoop tegen beter weten in – een onbarmhartig bombardement van emoties. In een scène liet St-Pierre ter illustratie een vrouw het antwoordapparaat van haar ex volpraten, huilend, scheldend, vleiend, beschuldigend, begrijpend, dreigend. La Voix Humaine in het danstheater, maar dan beknopter en directer. St-Pierre had het net zelf meegemaakt.

Ook de periode ná de breuk, als de ergste pijn voorbij is, nam hij onder de loep. In Tendresse was te zien hoe de hoofdpersoon haar evenwicht tracht te hervinden door zich voorlopig alleen om zichzelf te bekommeren. De chocoladetaart die een kandidaat-verloofde offreert, peuzelt zij dus niet gezellig met hem op, maar propt ze met handen vol in haar kruis. Eigen lust eerst!

Met dergelijke scènes jaagt hij, met duivels plezier, al vanaf het begin publiek en recensenten op de kast. Sommige toeschouwers, ook de professionele, zijn zo verontwaardigd over zijn puberale, ongeremde en inderdaad vaak platte grappen en grollen dat de andere kant van St-Pierre hun ontgaat. Een van de mooiste, en simpelste, scènes in Pornographie bijvoorbeeld was een duet, waarin twee mannen tegenover elkaar stonden en de een zijn partner vanaf een steeds grotere afstand moest zien te behoeden voor een val. Tendresse eindigt met een paradijselijk beeld van naakte, speelse lichamen die over een spekgladde vloer glijden en lepeltje-lepeltje tot rust komen – eindelijk tederheid. Het slotdeel van de trilogie gaat over verliefd worden. Zíj is tot over haar oren, hij weet het nog niet. Met alle stormachtige confrontaties die daarbij horen.

New Creation volgt zes jaar na Tendresse. Die lange periode is mede te wijten aan de longtransplantatie die St-Pierre drie jaar geleden moest ondergaan. „Taaislijmziekte. Zonder nieuwe longen zou ik nu dood zijn geweest.”

Zijn ‘nieuwe leven’ heeft hem wat de liefde betreft niet op andere gedachten gebracht. Hij moet er zelf niet aan denken weer verliefd te worden, juist omdat hij geneigd is zich met huid en haar uit te leveren, maar tegelijk anticipeert op de klap die onvermijdelijk gaat komen. „Verliefd worden is een verschrikking. Huilen, overgeven. Nee, ik verlang niet meer naar de liefde. Vertrouwen vind ik wel belangrijk. Vertrouwen en respect, ook als je niet meer van elkaar houdt.”

New Creation is voor een deel ontstaan uit gesprekken met en vragen aan de dansers: wat is verliefd zijn voor hen? Wat is het ergste wat je is overkomen in de liefde? Het is de compositiemethode van Pina Bausch, keizerin van het Tanztheater. Het laatste deel van Creation, verklapt St-Pierre, is een hommage aan haar, met vrouwen in galajurken en mannen in avondkostuum. „Dat is belangrijk voor me. Zij had Pornographie gezien en schreef dat ze het een goed stuk vond.” Hij lijkt nog steeds oprecht verbijsterd. „Kun je je voorstellen? Dat zij de moeite neemt mij, een jongen uit St. Jérôme, Quebec, dat te zeggen? Wow! Onmogelijk.”