Dood door belastingschuld

Gemiddeld twee Italianen per dag plegen zelfmoord als gevolg van de economische crisis. ‘Giuseppe was bang voor alles. Dat hij zichzelf in brand heeft gestoken is onvoorstelbaar.’

Eefje Blankevoort

Freelance journalist

De luiken zijn dicht, de lichten uit, de kamer wordt alleen verlicht door het schijnsel van de breedbeeldtelevisie. Sinds het overlijden van haar echtgenoot slaapt ze hier, op de leren bank in de huiskamer. In de slaapkamer is het gemis te groot, de stilte oorverdovend. „Mijn echtgenoot was een goeie man. Hij heeft het gedaan om mij te beschermen.”

Tiziana Marrone is verdrietig. En vooral heel kwaad. Niet op haar echtgenoot, maar op de Italiaanse staat.

Op 28 maart reed Giuseppe Campaniello in de vroege ochtend van de kleine gemeente Ozzano dell’Emilia naar het hoofdkantoor van de Italiaanse belastingdienst in Bologna. Op de parkeerplaats legde de metselaar zijn portemonnee, mobieltje en twee afscheidsbrieven naast de auto en stak zichzelf daarna in brand. Hij overleed negen dagen later aan zijn verwondingen. In zijn afscheidsbrief aan Tiziana vroeg hij vergiffenis. In de afscheidsbrief aan de belastingdienst bood hij zijn excuses aan en vroeg hen zijn vrouw met rust te laten: „Ik heb altijd mijn belasting betaald.”

Italië probeert met harde bezuinigingen en het aanpakken van belastingontduiking de torenhoge staatsschuld omlaag te krijgen. Volgens de regering derft de Italiaanse fiscus jaarlijks 120 tot 150 miljard euro aan inkomsten als gevolg van oneerlijke belastingopgave, eenderde van de totale belastingopbrengst. Giuseppe moest voor de rechtbank verschijnen voor een uitstaande belastingschuld van 104.000 euro.

Uit een recent onderzoek van Eures, een samenwerkingsverband van Europese arbeidsbureaus, blijkt dat de crisis in Italië tot gemiddeld twee zelfmoorden per dag leidt. In 2010 benamen 362 werklozen en 336 entrepreneurs zichzelf het leven. Zelfstandigen en kleine ondernemers komen in de problemen door bevroren bankleningen, achterstallige betalingen van klanten en hoge belastingen, vooral in het noorden van het land, waar de rijkdom het grootste is en de financiële pijn nu dus ook. Volgens CGIA, een vereniging van ambachtslieden, pleegden sinds begin dit jaar al 32 bij de brancheclub aangesloten ondernemers zelfmoord.

Ook in andere landen laat de crisis zich zien in zelfmoordcijfers. In Griekenland steeg de zelfmoord bij mannen met 24 procent tussen 2007 en 2009. In Ierland was die stijging in die periode 16 procent, dezelfde algemene stijging als in Italië.

Op het dressoir in de gang staat een ingelijste foto van een lachende Giuseppe. Zijn spullen heeft Tiziana opgeborgen in een kast, er naar kijken wil ze niet. Tiziana had geen weet van de financiële problemen van haar man. Ze las erover in de krant. „Ik denk dat hij zich schaamde, zich in zijn eer aangetast voelde. Pas na zijn dood kom ik er langzamerhand achter wat er aan de hand was. Ik denk dat hij geloofde dat alle problemen zouden verdwijnen als hij weg zou zijn”, zegt Tiziana. „Giuseppe was bang voor alles. Dat hij zichzelf in brand heeft gestoken is onvoorstelbaar. Het was geen zelfmoord, maar een daad van protest.”

De zelfverbranding was groot nieuws in Italië. Het was niet de eerste zelfmoord die gerelateerd was aan de crisis, wel de eerste keer dat een weduwe zich zo fel uitsprak. Tiziana trekt in kranten en televisie-interviews hard van leer tegen de Italiaanse regering. Op de nationale televisie las ze Giuseppe’s afscheidsbrief voor.

Ze haalt de brief en Giuseppe’s portemonnee uit de ladekast. „Giuseppe was metselaar, dat kun je wel zien”, vertelt ze en veegt het stof van de portemonnee. De afscheidsbrief is smetteloos wit gebleven. „Mijn geliefde, ik zit hier te huilen. Vanmorgen ben ik vroeg weggegaan. Ik wilde je wakker maken om afscheid te nemen, maar je lag zo lekker te slapen dat ik bang was om je wakker te maken. Vandaag is een lelijke dag, ik vraag iedereen om vergiffenis. Over een paar maanden zul je tante worden en ik hoop dat alles goed gaat, zodat Demilo en Sara gelukkig zijn en jij ook. Ik kus jullie allen, ik hou van jou. Giuseppe.”

Tiziana kreeg duizenden reacties en steunbetuigingen uit het hele land. Maar haar optreden kwam haar ook op kritiek te staan. Met haar paars geverfde haar, felblauwe ogen en modieuze kleding is ze een opvallende verschijning. „Ik ben de enige weduwe die vertelt wat er gebeurt. Van buiten zie ik er niet uit als een treurende weduwe, mensen vinden dat ik hard en koud overkom. Maar dat ik durf op te komen voor mijzelf betekent niet dat ik Giuseppe niet elke dag mis.”

Ze wordt in haar missie ondersteund door Elizabetta Bianchi, een vrouw uit de buurt van Bologna die het nieuws over de zelfverbranding op televisie zag en besloot in actie te komen. „Criminele dictator!” Elizabetta tikt venijnig met haar vinger op een krantenfoto van de Italiaanse premier Mario Monti, die sinds november 2011 een zakenkabinet leidt en vergaande bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Hij is volgens de vrouwen de bron van het kwaad.

Getooid met witte vlaggen en een spandoek met een foto van Giuseppe trokken de twee vorige maand met een klein groepje weduwen en zo’n honderd sympathisanten naar de zwartgeblakerde parkeerplaats voor het belastingkantoor. ‘Witte weduwen’ worden de vrouwen in de Italiaanse media genoemd, een verwijzing naar sterfgevallen op het werk die in Italië morti bianche, witte doden, genoemd worden.

Critici van de beweging wijzen op eigen verantwoordelijkheid. Waarom is de regering schuldig aan persoonlijke financiële problemen? Dat de crisis en de bezuinigingsmaatregelen er flink in hakken is duidelijk: in 2011 werden 12.000 faillissementen aangevraagd, zo’n 31 bedrijven per dag, vier procent meer dan het jaar daarvoor en 25 procent meer dan in 2009. Ook premier Monti zei onlangs dat de zelfmoorden „de waarlijk dramatische omstandigheden van de crisis tonen”.

Om navolging tegen te gaan en sociale onrust te voorkomen heeft de Italiaanse regering de media gevraagd terughoudend te berichten over de zelfmoorden, maar je kunt niet om het nieuws heen. Een vader die zijn kinderen uit het raam gooide en er zelf achteraan sprong, een gepensioneerde die zich door het hoofd heeft geschoten, een boer die zich heeft verhangen. „De Italiaanse krant lijkt wel een oorlogsbulletin”, zegt Andrea Vogt, zelf journalist in Bologna.

In enkele regio’s zijn helpdesks opgezet voor ondernemers in psychische en financiële nood. Een van de eerste, Life Auxilium in de Noord-Italiaanse stad Treviso, krijgt sinds de oprichting in maart elke dag wanhopige telefoontjes, vertelt een woordvoerder. Niet alleen van zakenmannen zelf maar ook van bezorgde vrouwen, moeders, zusters en dochters. Ook werklozen en gepensioneerden bellen de hulplijn, die naast opluchting ook hulp biedt bij onderhandelingen met banken of de belastingdienst over schuldaflossing.

Schulden worden vaak begraven met de doden. Dat lijkt een belangrijk motief voor veel van de ondernemers die zelfmoord hebben gepleegd. „We krijgen vaak telefoontjes van mensen die vragen wat er met hun schuld gebeurt na hun dood”, zegt de woordvoerder van de hulplijn. Giuseppe koesterde ook de hoop dat hij zijn vrouw schuldenvrij kon achterlaten. Tiziana weet het nog zo niet. Ze heeft nog niets gehoord, van geen enkele instantie, maar gerust is ze allerminst. „Mijn koelkast is leeg, rekeningen kan ik niet betalen.”

Veel Italianen vrezen Equitalia, het incassobureau voor belastingen en boetes. Het staatsbureau werd in 2007 opgericht met de opdracht om miljarden aan achterstallige belastingen te innen. Met enig succes. In 2010 haalde Equitalia 8.87 miljard euro op. Door de harde aanpak van belastingontduikers wordt dit jaar een twintig keer zo hoog bedrag verwacht.

Maar de werkwijze van het bedrijf is omstreden. Equitalia rekent negen procent commissie over te laat betaalde belastingen en vijftien procent op verkeersboetes en onbetaalde rekeningen van privébedrijven. Bij herhaalde overschrijding van de deadline wordt het bedrag verdubbeld of zelfs verdrievoudigd. In 2010 maakte het agentschap op die manier 1.29 miljard euro winst. In de laatste aanmaning die Giuseppe Campaniello voor zijn zelfmoord ontving was zijn schuld verdubbeld.

De gebouwen en werknemers van Equitalia zijn de laatste maanden doelwit van gewelddadige aanvallen. In december verwondde een bom de directeur van het kantoor in Rome, in mei werd een molotovcocktail naar het kantoor in Livorno gegooid en diezelfde maand werd in Rome een bombrief afgeleverd. Begin mei bestormde een gewapende man het kantoor in Bergamo en gijzelde vijftien werknemers. Hij wilde alleen maar meer tijd om zijn belasting te betalen, vertelde hij de politie na zijn overgave.

Op de breedbeeldtelevisie in de huiskamer van Tiziana verschijnt opeens een reclame van Equitalia. ‘Wie geen belasting betaalt parasiteert op de staat.’ In de huiskamer lopen de emoties hoog op. „Mensen gaan kapot door de crisis, maar in plaats van dat de regering mensen helpt, worden we uitgemaakt voor parasiet!”