De verhalenvertellers-fout

‘We passen verhalen zoals we kleren passen’, schreef Max Frisch. Het leven is een warboel, erger dan een kluwen wol. Stelt u zich een onzichtbaar marsmannetje voor dat met een even onzichtbaar aantekenboekje in de hand met u meeloopt en alles opschrijft wat u doet, denkt en droomt. Het verslag van uw leven zou bestaan uit observaties als: ‘koffie gedronken, twee suikerklontjes’, ‘in een punaise getrapt en alles bij elkaar gevloekt’, ‘droom: buurvrouw gekust’, ‘vakantie geboekt’, enzovoort. Die chaos van losse gegevens spinnen we tot een verhaal. We willen dat ons leven een draad vormt die we kunnen volgen. Dat richtsnoer noemen we ‘zin’ en uiteindelijk onze identiteit.

Hetzelfde proberen we te doen met de details van de wereldgeschiedenis. We dwingen ze in een verhaal zonder tegenstrijdigheden. En wat is het resultaat? Opeens ‘begrijpen’ we bijvoorbeeld waarom het Verdrag van Versailles tot de Tweede Wereldoorlog leidde of de soepele geldpolitiek van lan Greenspan tot de ineenstorting van Lehman Brothers. We begrijpen waarom het IJzeren Gordijn moest vallen of Harry Potter een bestseller werd. Wat wij ‘begrijpen’ noemen, heeft vroeger natuurlijk niemand begrepen. Kon helemaal niemand begrijpen. We brengen de ‘zin’ ervan pas achteraf aan. Verhalen zijn dus een bedenkelijke zaak – maar we kunnen blijkbaar niet zonder. Waarom niet, is niet helder. Wel helder is dat de mensen de wereld eerst met verhalen hebben verklaard, voordat ze wetenschappelijk begonnen te denken. Mythologie is ouder dan filosofie. Dat is de story bias: verhalen verdraaien en vereenvoudigen de werkelijkheid. Ze verdringen alles wat ongerijmd is.

In de media woedt de story bias als een epidemie. Een voorbeeld. Een auto rijdt over een brug. Opeens stort de brug in. Wat lezen we de volgende dag in de krant? Het verhaal van de pechvogel die in de auto zat, waar hij vandaan kwam en waarheen hij op weg was. We zullen zijn biografie vernemen: daar en daar geboren, daar en daar opgegroeid, dat en dat van beroep. We zullen in het geval dat hij het heeft overleefd en interviews kan geven, precies horen hoe het voelde toen de brug instortte. Het absurde is dat geen van die verhalen relevant is. Relevant is namelijk niet de pechvogel, maar de brugconstructie: wat was precies het zwakke punt? Was het metaalmoeheid en zo ja, waar? Zo nee, was de brug beschadigd? Zo ja, waardoor? Of werd er een fundamenteel verkeerd constructieprincipe toegepast? Het probleem bij al die relevante vragen is dat ze zich niet in een verhaal laten onderbrengen. Tot verhalen voelen we ons aangetrokken, abstracte zaken stoten ons af. Dat is een vloek, want relevante aspecten krijgen minder waarde en irrelevante meer.

Welke van de volgende verhalen zult u zich herinneren? A. ‘De koning stierf en toen stierf de koningin.’ B. ‘De koning stierf en toen stierf de koningin van verdriet.’ De meeste mensen onthouden het tweede verhaal beter. Hierin volgen de twee doden elkaar niet gewoon op, maar ze zijn emotioneel met elkaar verbonden. Verhaal A is een reportage. Verhaal B heeft ‘zin’. Volgens de informatietheorie zou verhaal A gemakkelijker op te slaan zijn. Het is korter. Maar zo zit ons brein niet in elkaar. Het wil verhalen.

Conclusie: van onze eigen biografie tot het wereldgebeuren – alles draaien we in elkaar tot ‘zinvolle’ verhalen. Daardoor vervormen we de werkelijkheid – en dat beïnvloedt de kwaliteit van onze beslissingen. Tegengas: pluk de verhalen uit elkaar. Vraag u af wat het verhaal wil verbergen. En als training: probeer uw eigen biografie eens zonder samenhang te zien. U zult verbaasd zijn.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten