'Bijna maandelijks verjaagt een F-16 een Russisch vliegtuig'

De aanleiding

Het is tijd om de Joint Strike Fighter aan te schaffen, vindt minister Hans Hillen (CDA) van Defensie. Als het aan hem ligt, wordt de oude F-16 straaljager zo snel mogelijk door dit gevechtsvliegtuig vervangen. „Als we denken dat we met antiek een oorlog kunnen winnen, dan vergissen we ons”, zei hij gisteren in een video-interview met Nu.nl. „Bijna maandelijks verjaagt een F-16 nog een Russisch vliegtuig.” Is dat zo? Vier lezers verzochten de redactie van next.checkt om deze uitspraak te controleren.

Interpretaties

Er staan in Nederland permanent twee F-16 straaljagers klaar om op te stijgen. 24 uur per dag, op de militaire vliegbases Leeuwarden en Volkel. Dit wordt de Quick Reaction Alert genoemd. Doel is om het Nederlandse verantwoordelijkheidsgebied, dat door de NAVO is toegewezen, continu te bewaken. Die toegewezen zone strekt zich uit boven het Nederlandse luchtruim en tot ver boven de Noordzee, tot zo’n 200 kilometer noordelijk van Leeuwarden. Ongeïdentificeerde vliegtuigen die dit gebied betreden, worden door de F-16’s onderschept en gevolgd.

Het ministerie van Defensie meldt dat er sinds 2009 regelmatig sprake is van Russische vluchten die „niet reageren op radiocontact”. Die vliegen meestal om Noorwegen richting de Noordzee, maar niet boven Nederlandse grond. Het gaat vaak om Russische bommenwerpers van het model Tupolev Tu-95, door de NAVO ook wel Bears genoemd. Dit is een onaangekondigde schending van het luchtruim en wordt door het ministerie opgevat als provocatie. Volgens de uitspraak van Hillen betreedt dus „bijna maandelijks” zo’n Russisch vliegtuig het Nederlandse verantwoordelijkheidsgebied. Onze F-16’s zouden dat gevechtsvliegtuig vervolgens „verjagen”.

En, klopt het?

Het ministerie van Defensie publiceert sinds 2006 op de website wekelijks een overzicht van haar activiteiten. Sinds halverwege 2009 gebeurt dat ook voor binnenlandse operaties, waar de intrusie van Russische vliegtuigen in ons luchtruim toe wordt gerekend. next.checkt heeft handmatig het archief doorgespit, en daaruit blijkt: in 2011 werden in tien gevallen F-16’s ingezet om een onbekend vliegtuig in het Nederlandse luchtruim te onderscheppen. Vier keer daarvan ging het om een civiel toestel, zes keer was er inderdaad sprake van een Russische Bear.

In 2012 was dat tot vandaag toe één keer het geval, en in 2010 gebeurde het volgens het Defensie-archief twee keer. Volgens een woordvoerder van de Luchtmacht is dat jaar echter niet alles opgenomen in de weekoverzichten, en was er eigenlijk „vijf of zes keer” sprake van onderschepping van een Russisch vliegtuig door F-16’s. Dat is volgens hem sinds 2009 ongeveer gemiddeld. Dat het volgens Hillen „bijna maandelijks” zou gebeuren is, over de afgelopen jaren bezien, een ruime overschatting.

Vóór medio 2009 zijn er geen weekverslagen door het ministerie bijgehouden, maar naar alle waarschijnlijkheid gebeurde het toen nauwelijks. Zoals Defensie verwoordt in een persbericht uit oktober 2011: „Na de Koude Oorlog is het jaren stil geweest, maar sinds 2-3 jaar zijn ze terug.” Het is dus een veilige aanname dat er vóór 2009 minder Russische vliegtuigen door Nederlandse F-16’s werden onderschept dan nu.

En dan is er nog de kwestie van het „verjagen”, zoals Hillen het tegenover Nu.nl formuleert. Het ministerie van Defensie vat het op haar website als volgt samen: „Wij vliegen naar de toestellen toe om poolshoogte te nemen en begeleiden ze dan ons verantwoordelijkheidsgebied uit.” Volgens de woordvoerder van de Luchtmacht komt het er in de praktijk op neer dat de F-16’s het Russische vliegtuig in de gaten houden en meevliegen tot die het luchtruim heeft verlaten. Dan wordt die taak overgedragen aan Deense, Engelse of Duitse straaljagers, afhankelijk van de vliegrichting. Van enige offensieve interventie, of het afdwingen van een bepaalde route, is geen sprake. De term „verjagen” is een retorische overdrijving.

Conclusie

Volgens minister Hans Hillen „verjaagt een F-16 nog bijna maandelijks een Russisch vliegtuig” uit het Nederlandse verantwoordelijkheidsgebied, het door de NAVO toegewezen luchtruim dat Nederland bewaakt. Dat gebeurt aanzienlijk minder dan de minister beweert. Toch gebeurt het regelmatig, volgens een woordvoerder van de Luchtmacht sinds 2009 zo’n vijf á zes keer per jaar. Op de formulering „verjagen” is ook wat aan te merken: dat komt in de praktijk neer op observeren en meevliegen tot het toestel ons luchtgebied verlaat. Al met al beoordeelt next.checkt de bewering als grotendeels onwaar.