Weeffouten in zorgstelsel

Obama’s zorgwet is een stap in de goede richting, maar biedt niet veel meer vooruitgang voor de armlastige patiënt.

Correspondent Verenigde Staten

San Francisco. In de wachtkamer liggen gratis condooms, naast stapels brochures in het Spaans en Chinees. Patiënten voeren moeizame gesprekjes met artsen en verpleegkundigen. Dit is Clinic by the Bay, een piepkleine artsenpraktijk in een arme wijk van San Francisco, die alleen onverzekerden helpt.

„Knie. Pijn. Ziek”, zegt een oudere Chinese man in gebroken Engels tegen een langslopende arts.

Dokter Eliza Gibson loopt met luide stem door haar kleine praktijk. Ze werkt in een arme migrantenwijk in het zuiden van San Francisco. Ze leidt een praktijk van vijf artsen en een klein leger van honderd vrijwilligers: tolken, verpleegkundigen en gepensioneerde artsen („die staan te springen om weer te mogen werken”). Haar praktijk groeit iedere maand met circa vijftig patiënten. Ze heeft er nu 850 in haar bestand staan, allemaal buurtbewoners en meestal van Mexicaanse of Chinese afkomst. De patiënten hoeven niets te betalen. De Clinic by the Bay leeft van donaties van particulieren en apothekers.

In 2010 werd de kliniek opgericht door artsen die ook onverzekerde patiënten wilden helpen. „Deze praktijk is uit nood geboren”, zegt Gibson, een vrouw met een brede lach en een grote bos krullen. „In San Francisco lopen steeds meer mensen onverzekerd rond. Als ze hier niet naartoe hadden gekund, zouden ze failliet gaan.”

Zou de beslissing van het Hooggerechtshof dat Obama’s zorgwet grondwettelijk is, en de invoering ervan in 2014, de levens van haar patiënten verbeteren? Nauwelijks, denkt Gibson. Want hoe hoopvol ook, de échte problemen worden genegeerd. „Het zorgstelsel in Amerika is failliet. Helemaal naar de knoppen. De wet verplicht mensen een verzekering te nemen, heel goed, maar pakt niet de chronische problemen aan.”

Bijna 7 miljoen Californiërs zijn onverzekerd, volgens gegevens van de California Healthcare Foundation; veruit het hoogste aantal van alle staten.

Vaak zijn de onverzekerden in Gibsons praktijk illegaal, maar lang niet altijd. Wie bij de Burger King werkt of schoonmaker is verdient te weinig om een verzekering van de werkgever te krijgen, maar te veel om overheidssteun te krijgen. Daar, zegt Gibson, zit de grootste weeffout in Amerika’s zorgstelsel.

Eliza Gibson hoopt dat het aantal onverzekerden afneemt. „Ik kom uit een Republikeinse familie. Mijn ouders vinden dat niet de overheid, maar iemand zelf voor een verzekering moet zorgen. Ik zeg dan: jullie willen toch ook dat de overheid voor snelwegen zorgt? Waarom is zorg minder belangrijk dan een snelweg?”

Als arts en psychiater in onder meer een jeugdgevangenis heeft Gibson de keerzijde van het Amerikaanse zorgstelsel leren kennen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen patiënten weigeren, en onderhandelen met artsen over de vergoeding van medicijnen. De markt bepaalt de regels. „It sucks”, zegt Gibson hoofdschuddend.

„De helft van mijn tijd was ik bezig met het vechten met de verzekeringsindustrie. Ik werd er zo bedreven in, dat ik wist bij welke diagnose ze wél een vergoeding zouden krijgen. Die vulde ik dan maar in.”

Omdat aan preventie niets te verdienen valt, bestaat het bijna niet in Amerika. Gibson is voorlichtingsavonden begonnen over cholesterol, hoge bloeddruk en diabetes. Ook in Obama’s zorgwet ziet ze dit nauwelijks terug. Het stelt haar teleur, omdat alleen preventie een einde kan maken aan de zorgwekkend stijgende zorgkosten.

De wet is volgens de arts daarom een stap in de goede richting, niets meer. Gibson had liever gezien dat Mediacid – de speciale hulp aan zieken met een laag inkomen – uitgebreid zou worden, maar dat heeft het Hof nu juist tegengehouden. Ze wappert met een dossier van een patiënt. „De verzekering is complex, en veel patiënten in mijn praktijk weten niet hoe ze een goede verzekering kunnen afsluiten. Daarbij heeft Obama de macht van verzekeraars niet gebroken, wat wel had gemoeten, maar werkt hij juist met ze samen.”