We herdenken slavernij wel ...

Gisteren trok een bonte stoet door Amsterdam om de afschaffing van de slavernij te herdenken. De premier kwam langs, maar zonder geld voor het slavernij-instituut.

Een man bevestigt een Surinaamse vlag aan zijn busje voordat hij aansluit in de optocht om de slavernij te herdenken. Foto Olivier Middendorp

Een vrouw gekleed in traditionele Surinaamse kledij danst met een man met dreadlocks. Ze staan midden op het Meester Visserplein, één van de drukste kruispunten in het centrum van Amsterdam.

Het dansende paar maakt deel uit van Bigi Spikri, een optocht waarin drummers en dansers in kleurrijke gewaden zich laten bewonderen door het publiek. Gisteren had de optocht een bijzonder doel: mensen laten weten dat 1 juli de dag van de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij is, nu 149 jaar geleden. De stoet was op weg van het Amsterdamse stadhuis naar het Oosterpark, waar de herdenking plaatsvond in aanwezigheid van demissionair premier Rutte.

De optocht ziet er vrolijk uit, maar is dit jaar extra beladen, zegt Collin Schorea (40). Hij loopt mee met de stoet met in zijn hand een bord met de tekst: „Het NiNsee moet blijven bestaan.” Het kabinet heeft de subsidie van dit Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis stopgezet. De tien medewerkers worden per 1 augustus ontslagen.

Zonder het instituut – dat deze optocht en herdenking helpt organiseren, maar ook lesprogramma’s samenstelt – is er straks nog minder aandacht voor de slavernij, vreest Schorea. „Dit onderzoeksinstituut vertelt het verhaal van de slavernij. Dat is heel belangrijk, want in het Nederlandse onderwijs is er te weinig aandacht voor de slavernij.”

Gladys Rijssel (53) is uit Alkmaar gekomen voor de optocht. Ook zij draagt een protestbord tegen de sluiting van het NiNsee, omdat ze vindt dat de afstammelingen van slaven recht hebben op onderzoek naar hun roots. „We moeten weten waar we vandaan komen voor we naar de toekomst kunnen kijken. Daar kan het NiNsee bij helpen”, zegt ze. „Maar verder ben ik er voor de gezelligheid hoor”, voegt ze er snel aan toe.

Premier Rutte, die in het Oosterpark een toespraak houdt bij het nationaal monument slavernijverleden, zegt te begrijpen dat het slavernijverleden veel emoties losmaakt. „Grote groepen mensen hebben in onvrijheid geleefd. Die feiten mogen we niet wegpoetsen. Het is onze gezamenlijke geschiedenis.”

Maar een cadeautje voor het NiNsee heeft hij niet meegebracht. De rest van zijn speech gaat vooral over moderne vormen van slavernij, zoals kindsoldaten in Afrika en Oost-Europese vrouwen die tot prostitutie gedwongen worden.

Dat verhaal is aan het overwegend Surinaamse publiek minder besteed. Als de premier en andere gezagsdragers kransen bij het monument hebben gelegd, staan de mensen op. Een man en een vrouw kijken elkaar aan. „Hiernaast verkopen ze gemberbier”, zegt hij. „Is goed”, zegt zij, „ik hoef toch niet op de foto met Rutte.”