We hebben die natiestaten nodig

De politieke klasse in Europa heeft de rechtstreekse uiting van nationale gevoelens gedemoniseerd. Het is de verdienste van Thierry Baudet dat hij de discussie over nationale loyaliteiten aan de orde heeft durven stellen, betoogt Roger Scruton.

In zijn boek De aanval op de natiestaat en in zijn artikel ‘Juist Europese eenwording leidt tot oorlog’ (Opinie & Debat, 23 juni) doet Thierry Baudet omstreden uitspraken, maar in één ding heeft hij gelijk: het project van de Europese integratie berust op de overtuiging dat de natie en nationale zelfbeschikking de hoofdoorzaken waren van de oorlogen die Europa te gronde hadden gericht. Door deze grondgedachte was de opzet van Europese integratie eendimensionaal. Het was een proces van steeds grotere eenheid, onder een gecentraliseerde commandostructuur. Tegenover elke vergroting van de centrale macht zou een verkleining van de nationale macht moeten staan.

Met andere woorden: het politieke proces in Europa zou van een richting moeten worden voorzien. Dit is geen richting die de bevolking van Europa heeft gekozen. Telkens als zij de kans krijgt om te stemmen, verwerpt ze deze richting – dus wordt er alles aan gedaan om haar nooit de kans te geven om te stemmen. Het proces gaat altijd in de richting van centralisatie, controle van bovenaf, dictatuur van ongekozen ambtenaren en rechters, intrekking van wetten die zijn aangenomen door gekozen parlementen, grondwettelijke verdragen die zijn opgesteld zonder enige inbreng van de bevolking en een munt die van bovenaf is opgelegd, en zonder duidelijke beslissing wie de last draagt van de schulden die ermee verbonden zijn. Het proces gaat altijd in de richting van een supranationale regering.

Hieruit blijkt heel duidelijk dat het tegendeel van de natie niet de Verlichting is, maar het Imperium. Tegenover deze uitkomst staat maar één ding: de nationale gevoelens van de Europese bevolking.

Als Engelsman en minnaar van de Romeinse beschaving ben ik niet tegen het Imperium, maar het is wel belangrijk om te beseffen wat het inhoudt en de goede van de slechte vormen ervan te onderscheiden. De goede vormen dienen om de plaatselijke loyaliteiten en gebruiken te beschermen onder een dak van beschaving en recht; de slechte vormen proberen de plaatselijke gebruiken en rivaliserende loyaliteiten uit te bannen en te vervangen door een wetteloze en gecentraliseerde macht.

De Europese Unie heeft elementen van beide vormen, maar lijdt aan één overheersend gebrek: dat ze nooit de bevolking van Europa heeft overgehaald om haar te aanvaarden. Europa is, en is dat volgens mij ook altijd geweest, een beschaving van nationale staten, gebaseerd op een speciaal soort prepolitieke loyaliteit: de loyaliteit die grondgebied en gebruik op de eerste plaats en godsdienst en dynastie op de tweede plaats stelt in de overheidsorde. Geef hun daarom een stem en de burgers van Europa zullen hun loyaliteiten in die termen uitdrukken. Voor zover zij onvoorwaardelijke loyaliteiten hebben – loyaliteiten die een kwestie van identiteit in plaats van afspraak zijn – nemen deze een nationale vorm aan.

Dit bevalt de politieke klasse in Europa niet. Daarom heeft zij rechtstreekse uiting van nationale gevoelens gedemoniseerd. Spreek je uit voor Jeanne d’Arc en le pays réel, voor de sceptred isle en Sint-Joris, voor de sombere wouden van Lemmenkäinen en de ‘ware Finnen’ die erin ronddwalen, of zelfs voor Henk en Ingrid, en je wordt fascist, racist en extremist genoemd.

Er is op dit punt een liturgie van verkettering die over heel Europa wordt herhaald door een politieke klasse die doet of ze gewone loyaliteiten minacht, hoewel ze er stiekem op vertrouwt, maar het nationale gevoel is voor de meeste gewone Europeanen de enige publiek beschikbare en publiek gedeelde drijfveer die een offer voor de gemeenschappelijke zaak rechtvaardigt – de enige bron van verplichting in de publieke sfeer die niet een kwestie is van dat wat kan worden gekocht en verkocht. Voor zover mensen niet stemmen om hun eigen zakken te vullen, stemmen ze ook om een gezamenlijke identiteit te beschermen tegen de roofzucht van buitenstaanders die proberen een erfgoed te plunderen waarop ze geen recht hebben.

Nationale loyaliteit heeft in wezen niets te maken met racisme of fascisme. Haar primaire uiting betreft de verbondenheid met het grondgebied en de gemeenschap die zich daar heeft gevormd. Als de huidige crisis ons van één ding heeft doordrongen, is het wel dat politici – als het erop aankomt – offers vragen en verwachten deze ook te ontvangen, maar hoe krijg je offers zonder saamhorigheid? Hoe krijg je saamhorigheid zonder grenzen die ‘ons’ onderscheiden van ‘hen’?

We moeten Baudet dankbaar zijn dat hij deze vragen heeft gesteld en dat hij een discussie heeft geopend die wij in Groot-Brittannië even hard nodig hebben als u in Nederland, en die ook even hard nodig is in alle andere Europese landen.

Roger Scruton is een Brits conservatief filosoof en schrijver. Hij was opponens bij de promotie van Thierry Baudet.