Twee zielen wonen, ach! in de borstvan de hertog

De kinderserie ‘De vloek van Woestewolf’ van Paul Biegel had een ontwrichtende uitwerking op het gemoed van de zesjarige Wilfred Takken.

Dokter Kroch luistert aan de borst van de hertog en hoort twee harten kloppen. Eén hart is van de hertog zelf. Het andere hart is van de goudwolf, die hem al tweehonderd jaar in zijn macht houdt. Dokter Kroch is gekomen om de bezeten hertog te genezen. Eens in de dertien jaar, als Venus en Saturnus samenvallen, herrijst het kasteel van de hertog van Woestewolf uit zijn resten en herleven ’s nachts de slemppartijen van weleer. Lastig voor Dokter Kroch, want dat is een ongelovige. En hier gebeuren meer dingen in de hel en in de aarde dan hij in zijn filosofie kan bevatten.

De winter van 1974. Onze eigen dokter Lens had tegen mijn moeder gezegd dat ik geen spannende televisie mocht kijken. Calimero, dat ging nog. Maar bij Flipper of Zorro moest ik elders in de kamer gaan spelen. Terwijl vanuit de voorkamer de geluiden van vuur- en vuistgevechten klonken, bouwde ik in de achterkamer aan mijn eigen werelden. En ik fokte hamsters. Waarom mocht ik niet kijken? Leed ik aan nachtangst, kon ik fictie niet van werkelijkheid scheiden? Ik weet het niet meer. De problemen waren begonnen sinds ik De vloek van Woestewolf had gezien; een ontwrichtende ervaring.

De mismaakte hertog is een tragische schurk. Zijn broers, roofridders, dwongen hem te dansen op hun slemppartijen, waarbij ze hem beschimpten: „Krompoot! Krompoot! Krompoot!” Hij liet de wolf binnen in zijn ziel om zijn broers te epateren met zijn gouden bouwwerken, om machtig te worden en wraak op ze te nemen. Maar de hertog wordt gestraft met een eeuwenlang leven.

Het Faustiaanse sprookje is geschreven door Paul Biegel, het enige televisiescript van de beste kinderboekenschrijver van Nederland. De tv-serie is dan ook een tot leven gebracht kinderboek: de acteurs spelen in getekende decors van Carl Hollander. Die illustraties vormen nu nog de voornaamste attractie. In bonte tekeningen met veel paars, groen en goudgeel, met veel dieptewerking en krankzinnige details, schilderde hij de kelders en paleizen van Woestewolf. Diep onder het kasteel ligt zijn geheime gouden paleis, en in dat paleis ligt een complete gouden stad. Glimmende gangen met opgezette eenhoornkoppen, diepzeemonsters, Afrikaanse maskers, geometrische figuren, vloermotieven van kronkelende slangen. Geen decorbouwer had het ooit zo kunnen verbeelden als Hollander.

De acteurs staan niet voor een getekend decor, ze lopen er echt in rond. Dankzij de wonderen van chroma key: de acteurs spelen in een lege, blauw geschilderde studio, het blauw kon je eruit filteren en vervangen door andere beelden. De live action beelden werden tijdens het opnemen ter plekke vermengd met die van de tekeningen. Regisseur Thijs Chanowski, inmiddels 82 jaar, licht telefonisch toe: „Het geheim van Woestewolf was een versnellingsbak. We hadden twee camera’s met twee totaal verschillende lenzen. Eén filmde de acteurs met een grote lens, de andere filmde de tekeningen met een kleine lens. Om de camera’s toch synchroon te laten bewegen, waren ze verbonden met kabels uit een auto, met ertussen een versnellingsbak. Inzoomen? Dan riep ik: Zet hem in zijn vier!’’

„U ziet niets, u hoort niets en u denkt alleen met uw verstand”, klaagt knecht Valet tegen dokter Kroch. Als man van de ratio lijkt Kroch niet bepaald de eerst aangewezene om de magische problematiek rondom kasteel Woestewolf op te lossen. Valet vindt: er is méér, het verstand schiet te kort, je moet het aanvoelen. Wat dat betreft past De vloek van Woestewolf prima in de jaren zeventig. Evenals het surrealisme en een negatieve houding jegens geld en macht, was het occulte in de mode. De cultuurrevolutie die toen woedde was ook een romantische aanval op de verworvenheden van de Verlichting. Het verhaal speelt in een onbepaalde sprookjestijd, die nog het meest lijkt op de 18de eeuw. Kroch is een pionier van de Verlichting. De wereld om hem heen, zeker die in het kasteel, wortelt nog in de Middeleeuwen. In de jaren zestig en zeventig werden die verheerlijkt als een verloren gouden tijd toen de mens nog losser leefde.

Hoewel de hertog van Woestewolf zwarte kunsten verricht die Dokter Kroch, man van de moderne wetenschap, geërgerd als onbestaanbaar wegzet, worden de twee tot elkaar aangetrokken. Ze lijken op elkaar. Hun werkkamers bevatten dezelfde opgezette monsters. De acteurs, Henk van Ulsen als Kroch en Ton van Duinhoven als de hertog, spelen in dezelfde expressionistische speelstijl die afwijkt van de andere acteurs. „Macht over de materie”, daar gaat het de dokter en de magiër om: „De partikels herschikken.” In een zeldzaam moment van zelfbeschouwing – de enige lange close-up – mijmert Kroch over zijn beweegredenen om naar het kasteel te komen. Veel menselijks is hem vreemd. Nee, hij geeft niet om goud en almacht zoals de hertog. Niet om liefde zoals Valet. Niet om feesten zoals de roofridders en de herberggasten. Het gaat hem om het weten. „Wie ben ik, die wil weten?”

De goudwolf die in de borst van de hertog woont wil verhuizen naar dokter Kroch. Diens kennis en de toverij van de demon zouden samengevoegd een machtig man maken. Het lukt de wolf. Maar in plaats van bezeten te raken, zoals de hertog, houdt dokter Kroch de demon onder de duim. Om de futiliteit ervan aan te tonen („Illusie!’’) doet Kroch ook wat toverij, maar zijn gebrek aan begeerte en zijn vreesloze inborst maken hem sterker dan de geest.

De serie gaat iets te lang door, oordeel ik bij weerzien op dvd. Als het eigenlijk al is afgelopen, volgen nog een feestelijke finale en een epiloog van minstens een kwartier. Die had ik wijselijk uit mijn herinnering geschrapt. In mijn hoofd eindigt de serie tussen de ruïnes. Valet verdrijft met zijn verminkte oog de wolf uit de dokter. De wolvenklauwen klauwen zonder lichaam verder tussen de half ingestorte muren.

Daar heb ik lang niet van kunnen slapen. Geen wezen is eenzamer dan een kind. Na dertien bloedstollende delen was de serie afgelopen, Iedereen ging vrolijk naar huis terug. Een happy end? Nee. De wolf was niet vernietigd. De boze kun je uitdrijven, tijdelijk ketenen zelfs, maar de boze zal nooit verdwijnen. Bijna veertig jaar later en die wolvenklauwen waren nog steeds rond.