't Is dringen. Elke rit, 100 km lang

In de Tour is het vaak vechten om een goede plek voor in de koers. Ook in de eerste etappe naar Seraing leidde dat tot valpartijen.

The pack passes through Theux during the first stage of the Tour de France cycling race over 198 kilometers (123 miles) with start in Liege and finish in Seraing, Belgium, Sunday July 1, 2012. (AP Photo/Christophe Ena) AP

Redacteuren Wielrennen

Seraing. In een lang lint komen de renners de helling op, na de finish van de eerste Touretappe in Seraing. Een voor een moeten ze tussen de verzorgers, tv-motoren, journalisten en supporters op weg naar de bussen, die nog net iets verder op de heuvel staan. Wereldkampioen Mark Cavendish fietst langs, met een begeleider die opdringerige verslaggevers en fans wegduwt. Daarna sprinter André Greipel, die niet kan klimmen en op vier minuten achterstand op winnaar Peter Sagan is gefinisht. „Steil hè, jongen”, wordt er naar Greipel geroepen. De Duitser grijnst.

Pas na Greipel komt Raborenner Luis Leon Sanchez aanrijden, normaal gesproken een veel betere klimmer. Sanchez heeft zijn stuur met zijn linkerhand stevig vast. Zijn rechter ligt er losjes op. Hij is gevallen, in het gedrang van de slotkilometers.

Het medisch bulletin van de Tourdokter meldt na afloop meer slachtoffers. Rugnummer en achternaam eerst, zoals altijd in de Tour.

(64) HUNTER Robert: schaafwond op de rechterarm.

(196) MARTIN Tony: schaafwond op de linkerarm, gekneusde rechterpols.

(146) PINOT Thibaut: kwetsuren aan de linkerpols en linkerdij.

(147) ROUX Anthony: kwetsuur aan de linkerpols, vermoeden van gebroken middenhandsbeen. Röntgenonderzoek gepland.

(169) ROJAS José Joaquin: geschaafde rechterbil.

En (155) SANCHEZ Luis Leon: kwetsuur aan de rechteronderarm.

Elke Tour is het raak. Valpartijen, en dan vooral in de eerste week. Ontstaan in het gedrang van het peloton.

Koen de Kort van Team Argos-Shimano staat na de etappe voor zijn ploegbus uit te blazen. „Het was weer hectisch”, zegt hij. „Na de tussensprint, op honderd kilometer van de finish, gingen alle remmen los.” De Kort beschrijft een constant gevecht voor zijn plek in het peloton, bijna honderd kilometer lang. „Het is telkens je stuur ertussen wringen, schouder aan schouder duwen. Anders verlies je een paar plekken.” Achter in het peloton is de kans op valpartijen groter. Bovendien eindigde de rit gisteren met een klim. Om geen tijd te verliezen wilden veel renners niet met tientallen meters achterstand aan de helling in Seraing beginnen. Het wringen voor een goede plek op de laatste helling begon al tachtig kilometer eerder, vertelt De Kort.

Volgens oud-renner Michael Boogerd is het wringen voor televisiekijkers nauwelijks te zien. „Uit de lucht zie je soms wat beweging in het peloton, maar het oogt altijd vrij sereen”, zegt hij in zijn Handboek Tour de France 2012. „Toch is het tegenwoordig veel gevaarlijker dan vroeger, door al dat wringen. Iedereen is nerveus, je zit constant met je ellebogen tegen een ander aan. Stel je voor dat je daar rijdt op twee van die dunne bandjes. In je oren hoor je alleen het gesuis van de helikopter. Constant herrie. Het remmen van anderen hoor je niet meer. Sommige jongens kijken ook nergens naar. Ze rijden elkaar zo van de fiets.”

Vorig jaar was het al in de eerste rit raak. Favoriet Alberto Contador sloeg bij het begin van de laatste kilometers tegen het asfalt. Team BMC van concurrent Cadel Evans en de latere ritwinnaar Philippe Gilbert gaf direct gas. Op het slotklimmetje van Mont des Alouttes zorgde een mensenmenigte voor nog meer chaos. Onverantwoord parcours? „In de Ronde van Qatar vallen coureurs ook veel in de eerste dagen en daar rijden ze over heel brede asfaltwegen”, reageert Tourdirecteur Christian Prudhomme. „Veel renners zeggen ook: wij zijn het zelf.”

Maarten Tjallingii geeft Prudhomme grotendeels gelijk. „De renners moeten elkaar respecteren. Wij zijn er in eerste instantie verantwoordelijk voor om de rust in het peloton te bewaren.” De Raborenner vertelt dat vorig jaar in de eerste rit de situatie lang onder controle was. Dat was zelfs afgesproken. Maar nadat Contador was gevallen spoot de adrenaline door het peloton. „Toen wilde iedereen ineens hard naar voren. Alle ploegleiders riepen het ook door de oortjes. Dan is het ineens oorlog.”

Tjallingii’s ploeggenoot Laurens ten Dam wijst op een gebrek aan leiders in het peloton als een van de oorzaken van de toegenomen hectiek. „Daarvan waren er vroeger meer. Ik heb het zelf in de Giro meegemaakt met Mario Cipollini. Die bepaalde gewoon dat er soms niet gekoerst mocht worden. Als iemand toch probeerde weg te rijden, ging Cipollini hem zelf halen.” Fysiek en verbaal intimideerde de grote sprinter bijna iedereen – maar wist zich ook geliefd te maken: „Een keer bepaalde Cipollini dat er vanaf kilometer 100 mocht worden gekoerst. Na 90 kilometer koers stopte hij plotseling. Had hij voor het hele peloton een ijsje geregeld. Daarna mocht de rit van hem beginnen.”

De verschillen in de top zijn tegenwoordig kleiner, een grotere groep renners aast nu op een plekje in de eerste rijen, vertelt Raboploegleider Frans Maassen. Volgens de oud-renner hebben steeds meer ploegen de tactiek van Lance Armstrong gekopieerd. De zevenvoudig Tourwinnaar joeg bij elke gevaarlijke passage zijn hele ploeg naar voren om hem te beschermen. Maassen: „Nu hebben alle ploegen een paar renners rond hun kopman. Maar dan kan het bijna niet anders dan dat het een keer misgaat.”

Na de rit van gisteren oogt vooral de rit van morgen gevaarlijk, over wat heuveltjes naar de Franse kust met aankomstplaats Boulogne-sur-Mer. Prudhomme ziet geen reden om voor een makkelijker parcours te kiezen. „Toeschouwers willen ook geen saaie Tour, met alleen maar massasprints tot de etappes in de bergen. Het klassement moet bewegen, de favorieten moeten zich ook in de eerste week laten zien. En wij, als organisatie, moeten elk jaar een gevarieerde route uitzetten. Langs de kust, over kasseien, hellingen in de Ardennen.”

Tjallingii (34) gooit zich morgen dus maar weer in het gedrang. Dat ontstaat ook doordat veel Tourrenners het gevaar bagatelliseren. „Angst mag je niet hebben”, zegt hij. „Je moet vertrouwen op je mederenners. Als je denkt dat zij onderuit gaan, ga je zelf.” Gevaar? „Wringen is iets ongrijpbaars”, zegt Boogerd. „Je moet het meemaken om te beseffen wat het inhoudt. Uit ervaring kan ik zeggen dat het nergens mee te vergelijken valt. Ik heb geskied, gekart, gebungeejumpt. Maar niets is enger dan wringen in een peloton dat met 65 kilometer per uur afgaat op een cruciaal punt in de wedstrijd.”