Spanje vormt unieke mix van schoonheid en resultaat

Spanje werd bekritiseerd om het weinig hartstochtelijke spel. Maar in de finale bleek het tiki taka nog even functioneel én aantrekkelijk als voorgaande jaren.

De Italiaan Mario Balotelli rende na afloop teleurgesteld naar de kleedkamer, maar keerde op aandringen van begeleiders terug op ’t veld om zijn zilveren medaille in ontvangt te nemen. Foto AFP

Het is veel moeilijker om aan de top te blijven, dan om er te komen. Spanje bewees op het EK in Polen en Oekraïne dat er nog altijd geen elftal in Europa is dat zich kan meten met La Furia Roja (De Rode Furie). De ploeg van succescoach Vicente del Bosque declasseerde gisteravond de Italianen in een eenzijdige eindstrijd die met 4-0 werd gewonnen. Spanje won na het Europees kampioenschap in 2008, de wereldtitel in 2010 nu voor de derde keer op rij een internationale hoofdprijs. „We moeten nu alweer vooruit kijken naar het WK van 2014”, sprak Del Bosque na afloop koeltjes.

In de aanloop naar het EK werd de hegemonie van Spanje door velen betwijfeld. Het zogenoemde futbol tiki taka zou zijn beste tijd hebben gehad. Het clubteam van FC Barcelona was in de Champions League de heerschappij kwijtgeraakt nadat Chelsea met een gedegen resultaatvoetbal een antwoord had gevonden op het revolutionaire positiespel. En in eigen land was Barça inmiddels voorbijgestreefd door Real Madrid. Spanje zou op het EK een zelfde lot beschoren zijn. Spelers van het Nederlands elftal riepen vooraf klaar te zijn voor een revanche na de verloren WK-finale. De Duitsers achtten zichzelf rijp genoeg voor een titel. En tijdens het EK wierp Italië zich op als de grootste uitdager.

Spanje wist met een moeizame groepsfase de critici allerminst de mond te snoeren. Sterker nog; de kritiek op de ploeg werd alleen maar groter. Het gestroomlijnde combinatievoetbal waarbij de kleine architecten Andrés Iniesta, vandaag uitgeroepen tot beste speler van het EK, en Xavi Hernandez het spel via honderden passes verdeelden, werd niet langer als oogstrelend ervaren. Nee, Spanje werd zelfs neergezet als een saaie ploeg, die effectiviteit tot kunst had verheven. Het elftal had slechts aan een of twee dodelijke uitvallen genoeg om de tegenstander te vloeren. In de halve finale tegen Portugal waren daar zelfs strafschoppen voor nodig.

Del Bosque wist als geen ander de rust te bewaren in het Spaanse kamp waar de spelers van FC Barcelona en Real Madrid wederom een indrukwekkend pact hadden gesloten. Onder leiding van aanvoerder en doelman Iker Casillas (Real Madrid) en Xavi Hernández (FC Barcelona) werden clubvetes onderdrukt en was er slechts één doel voor ogen: de Europese titel. Del Bosque wisselde tijdens het toernooi een aantal keer van centrumspits, maar kwam voor de finale via Cesc Fabregas, Fernando Torres en Alvaro Negredo gisteravond toch weer uit bij Fabregas. De invulling die de gepolijste voetballer van FC Barcelona aan de spitspositie gaf wordt in jargon ‘een valse negen’ genoemd. Oftewel; een ‘voetballende’ spits in plaats van een statische afmaker.

Tijdens de finale bleek al snel dat de moegestreden Italianen simpelweg de kracht niet hadden om Spanje zoals eerder in het openingsduel van de groep C het hoofd te kunnen bieden. En zo was Spanje niet alleen in tactisch en technisch superieur, maar ook in fysiek opzicht. De wijze waarop de Spanjaarden de bal rond lieten gaan en daarmee talloze kansen creëerden logenstrafte het idee dat schoonheid en resultaat in de top van het internationale voetbal niet samen zouden kunnen gaan. De zege van Spanje betekende daarmee ook een overwinning voor het voetbal.

Del Bosque stelde na afloop in de perskamer van het Olympisch Stadion van Kiev op ingetogen wijze vast dat er meerdere speelsystemen mogelijk zijn om de top te bereiken. De 61-jarige coach had naar eigen zeggen voortgeborduurd op de weg die door zijn voorganger Luis Aragonés was ingeslagen. Del Bosque gaat de geschiedenis in als de beste Spaanse bondscoach ooit en zag en passant hoe tijdens het EK reputaties van collega’s als Joachim Löw (Duitsland), Bert van Marwijk (Nederland), Laurent Blanc (Frankrijk) en Dick Advocaat (Rusland) in snel tempo sneuvelden. De laatste drie vertrokken als bondscoach van hun land.

Het succes van het Spaanse voetbal komt van ver. Del Bosque was dertien jaar toen Spanje in 1964 in Madrid de EK-finale won van de Sovet-Unie, maar de huidige bondscoach groeide op met het idee dat zijn land op de grote toernooien altijd in de schaduw zou blijven van grootmachten als Brazilië, Duitsland, Italië en Argentinië. Spanje kon de verwachtingen nooit waarmaken waarna de ploeg bij thuiskomst vaak kon rekenen op hoongelach van Catalanen, Basken en Madrilenen. Niemand wilde zich identificeren met een ploeg van verliezers, die hun interlands vaak in de provincie afwerkte.

De Olympische Spelen van Barcelona in 1992 zorgden voor een enorme impuls voor de Spaanse sport. De Spanjaarden veroverden dertien gouden, zeven zilveren en twee bronzen medailles. De gouden medaille in het voetbaltoernooi werd door vele gezien als de mooiste. Het cynisme – „wij kunnen toch nooit winnen” – verdween en maakte plaats voor geloof en trots: Sí podemos! („We kunnen het!”)

De wijze waarop voetballers als Pep Guardiola, Luis Enrique en Albert Ferrer op de Spelen glorieerden is als een prachtige jeugdherinnering gegrift in de hoofden van internationals als Xavi Hernández, Andrés Iniesta, Sergio Ramos en Cesc Fabregas. Zij zullen op hun beurt voor altijd geadoreerd worden door de jeugd in Spanje, maar ook elders in de wereld. Het nationale elftal is vandaag de dag veel meer dan een samensmelting van Barça en Real. Spelers als Cesc Fabregas, Fernando Torres, David Silva, Juan Mata en Pepe Reina maakten naam in de Premier League. „Het Spaanse voetbal heeft zijn vleugels uitgeslagen. Daar plukken we de vruchten van”, stelde Del Bosque gisteren. „We zijn nu een voorbeeld voor andere landen.”

Het Spaans elftal is de succesvolste ploeg ooit en heeft topteams als West-Duitsland (EK winst 1972, WK winst 1974 en EK-finalist 1976) en Brazilië (WK winst 1994, winst Copa América 1997, WK-finalist 1998, winst Copa América 1999) overvleugeld. Het elftal van Del Bosque lijkt allerminst over de top. Spelers als Xavi Hernández, Iker Casillas en de op het EK afwezige Carles Puyol raken op leeftijd, maar de wijze waarop David Silva, Juan Mata en Jordi Alba zich manifesteerden is indrukwekkend. En een nieuwe generatie dient zich al aan: Jong Spanje werd vorig jaar ook Europees kampioen.