Sneeuwwitje komt klaar!

Illustratie Ank Swinkels

Op de website van de Koninklijke Bibliotheek (KB) is dagelijks een bericht uit een oude krant te lezen. De KB beheert de grootste digitale collectie historische kranten (kranten.kb.nl), vandaar.

Binnenkort citeert de website een bericht uit de Nieuwe Tilburgsche Courant van 1937 over een film van Walt Disney. „Disney’s film ‘Sneeuwwitje en de zeven dwergen’ zal binnen afzienbaren tijd klaarkomen. Meer dan 250.000 geteekende beeldjes zullen voor die film worden aaneengerijd; de vertooning zal anderhalf uur in beslag nemen. Indien Disney met een simpel kindersprookje zoolang de aandacht kan boeien van onze verwende moderne menschen, dan is hij niet alleen een geniaal kunstenaar, maar een toovenaar.”

Leuk om te lezen dat men het ook toen al had over verwende moderne menschen – menschen die overigens een wereldoorlog boven het hoofd hing. Maar het boeiendst is de kop boven het krantenbericht: „Sneeuwwitje komt klaar!”

Tegenwoordig staan er geregeld melige, jolige en min of meer gewaagde koppen in de krant, maar deze zou de eindredactie niet snel passeren. Sneeuwwitje, sprookjesprinses, jong en maagdelijk, toonbeeld van schoonheid en onschuld, het schuurt om die naam met klaarkomen in verband te brengen.

Maar goed, u raadt het al: die kop uit 1937 had helemaal geen scabreuze bedoeling. De film zou gereedkomen en kennelijk werd klaarkomen indertijd niet meteen geassocieerd met een orgasme hebben.

Zijn daar andere bewijzen voor? Zeker. Zo zei Klaas Schilder op 23 augustus 1936 in een preek in Rotterdam: „Spreek van mijn Zoon en van den Heer, God, Messias, Christus Jezus; en wie Hem ziet, die komt klaar.”

Zo’n zin zou nu voor enige beroering in de kerkbanken zorgen, zeker na alle misbruikschandalen in katholieke instellingen. Schilder was echter een gerespecteerde gereformeerde dominee.

In verband met Sneeuwwitje heeft klaarkomen de betekenis ‘gereedkomen, voltooid worden’. Schilder gebruikte het in nog een andere betekenis, namelijk ‘tot een oplossing, tot overeenstemming komen’. Nu polemiseerde Schilder graag „Wie niet polemiseert, is niet bekeerd”), maar je mag aannemen dat hij Hem nooit in één zin met klaarkomen zou hebben genoemd als de seksuele betekenis toen al dominant was geweest.

Dit roept de vraag op sinds wanneer dat het geval is. Werd klaarkomen vóór 1936 helemaal niet voor ‘een orgasme hebben’ gebruikt, of was die betekenis alleen onbekend bij gereformeerde dominees en bij de redactie van een katholieke, Tilburgse krant?

In 1898 noemde de Grote Van Dale twee betekenissen bij klaarkomen: ‘met iets gedaan hebben’ (voorbeeldzin: ik zal tegen morgen wel klaarkomen) en ‘geholpen worden’ (voorbeeldzin: ik denk niet, dat gij er zult klaarkomen). In 1914 werd daar een betekenis aan toegevoegd, namelijk ‘(plat) zaadschieten (bij den coïtus)’. In de editie van 1924 bleef dit ongewijzigd.

In literaire bronnen uit de jaren dertig wordt klaarkomen zonder enige schroom gebruikt, ook in jeugdboeken. Zo lezen we in Schoolvriendinnen uit 1930, in een passage over meisjes die naaien voor kinderen uit arme gezinnen: „Ik ben klaargekomen, mevrouw, voor dag en nacht.” En A. den Doolaard schreef in 1936: „En oom Barend? Hoe is hij met je ouders klaargekomen?”

Kortom, kennelijk werd klaarkomen vanaf het begin van de 20ste eeuw wel in de platte volkstaal gebruikt voor ‘zaadschieten’ (alleen voor het mannelijke orgasme dus), maar was deze betekenis zeker nog niet algemeen. Pas vanaf de jaren zestig, de jaren van de seksuele revolutie, komen we klaarkomen steeds vaker tegen voor ‘een orgasme hebben’ – nu wel voor mannen én vrouwen. Die seksuele betekenis is sindsdien zó dominant dat je moet opletten als je klaarkomen op een neutrale manier wilt gebruiken. Voor je het weet ben je onbedoeld dubbelzinnig.

Woordhoek wordt op 13 augustus hervat.