Ploeterend Europa raakt aanzien kwijt

Europa betaalt de eurocrisis duur. Het heeft de droom een sterke rol te spelen op het wereldtoneel, maar bovenop verdeeldheid komt nu geldgebrek. Van Brazilië tot India heerst leedvermaak. Het verval in vier scènes.

Scène 1: Poetin is tevreden

Herman Van Rompuy was vast van plan om Vladimir Poetin aan te spreken op Syrië, een paar weken geleden op een top van de Europese Unie met Rusland. De EU-voorzitter vond dat de Russische president de druk op het Syrische regime moest opvoeren om het geweld te stoppen. „Ik ga het met de president bespreken”, zei hij voor de top.

Maar op de persconferentie na de top ging het er niet over. Het belangrijkste onderwerp: de eurocrisis. Die wordt opgelost, zeiden Van Rompuy en Commissie-voorzitter José Manuel Barroso. En Poetin, die vaak glimlachte en tevreden om zich heen keek, zei dat hij de Europese voorzitters geloofde. „Ik ben optimistisch.”

Van Rompuy had zijn hoofd zo bij de Europese crisis dat hij een keer ‘Griekenland’ zei toen hij ‘Rusland’ bedoelde. Naast Poetin zei Van Rompuy: „Wij falen niet in Europa.” En nog eens: „Wij falen niet.”

Het is niet nieuw dat grootmachten als China, Rusland of de VS de Europeanen laten voelen hoe ze over hen denken. De EU maakte in de wereld al nooit veel indruk met de eindeloze discussies in Brussel en het rommelige Europese buitenlands beleid.

Maar Europa is met de interne markt het grootste handelsblok ter wereld – de eurocrisis raakt de wereldeconomie. In andere werelddelen is de wat lacherige houding over de EU veranderd in bezorgdheid.

„Hoe gaan jullie dit oplossen?” kregen Van Rompuy, Barroso en EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton de afgelopen jaren op hun buitenlandse bezoeken steeds maar weer te horen. En: „Jullie gáán het toch wel oplossen?”

Dat was volgens Brusselse bronnen meestal niet eens slecht bedoeld. De Indiërs bijvoorbeeld zeiden erbij: „Als jullie dit niet aankunnen, hoe moet het dan met ons als we in de problemen raken?” Zulke vragen, zegt een EU-ambtenaar, hebben een „psychologisch effect”. „Je wordt er een beetje zielig door. Het ondergraaft je onderhandelingspositie.”

Door de toenemende chaos in de hele eurozone komen er na de ongeruste vragen steeds vaker ook stevige adviezen, zoals van de Amerikaanse president Barack Obama: Europa, doe er wat aan. Obama denkt aan zijn herverkiezing: als de euro in elkaar stort, is de schade ook voor de Amerikaanse economie niet te overzien.

Scène 2: Leedvermaak in Rio

Op de duurzaamheidstop in Rio de Janeiro, vorige maand, was GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout onder de indruk van de zelfverzekerde houding van China. En nee, niemand was onder de indruk van Europa. „Ik voelde leedvermaak van alle kanten”, zegt Eickhout. Landen als India en Brazilië zeiden volgens hem tegen de EU: „Die vergroening van de economie is een mooi idee, maar betalen jullie dan mee?” Door de crisis kunnen de Europese landen dat niet meer.

Op de G20 in Mexico, half juni, had Barroso er opeens genoeg van. Europa, zei hij, liet zich door niemand de les lezen.

In het vroege voorjaar was Herman Van Rompuy nog vast van plan om het imago van Europa in de wereld te verbeteren. De tijd leek er geschikt voor, het was net wat rustiger op de financiële markten.

Sinds zijn benoeming had Van Rompuy zich vooral bemoeid met de eurocrisis. In een toespraak op 31 mei in Londen, over ‘Europa op het wereldtoneel’, wilde hij laten zien dat Europa nog zelfvertrouwen had – en vertrouwen verdiende.

Maar de formatie in Griekenland was toen al vastgelopen. Van Rompuy kon niet anders dan toegeven dat Europa „verzwakt” was door de crisis. En weer moest hij zich verdedigen: het was „overdreven”, zei hij, om te zeggen dat het Europees buitenlands beleid slachtoffer was geworden van de eurocrisis. Hij zei ook dat Europa minder belangrijk werd op het wereldtoneel, omdat daar steeds meer grote spelers stonden.

Van Rompuy gaat officieel niet over het buitenlands beleid van de EU. Maar van de Britse barones Catherine Ashton, die het Europese buitenlands beleid invloedrijker had moeten maken, verwacht niemand in Brussel nog iets bijzonders. „Ze is zwak”, zegt een betrokkene. „Dat zal niet veranderen. Maar ze zal voorlopig ook niet vertrekken.”

Scène 3: ‘Europa komt niet? Ach...’

Europese politici waren vorige maand stomverbaasd omdat een bijeenkomst in Suriname die ze dreigden te boycotten – een top met parlementariërs uit Afrika, de Caraïben en landen rond de Pacific – tóch doorging. Uit protest tegen de omstreden amnestiewet in Suriname, waardoor verdachten van de Decembermoorden niet kunnen worden berecht, zouden de Europarlementariërs wegblijven. De EU wilde een andere locatie en de EU financiert de projecten waarover wordt vergaderd. Maar de andere deelnemers stemden vóór Suriname. Daardoor ontkwam dat land aan een diplomatieke nederlaag. En de Europarlementariërs? Die komen toch naar de bijeenkomst.

In een achtergrondgesprek met Brusselse journalisten zei een Europese regeringsleider onlangs dat de EU „betekenisloos” aan het worden is . „We hebben toch met zijn allen bedacht dat we in 2020 de meest dynamische economie ter wereld zouden zijn? Wie van ons durft dat nog hardop te zeggen?”

EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton kreeg veel kritiek in haar eerste jaren omdat ze laat reageerde of op de verkeerde plek was, maar door de felle eurocrisis is er minder aandacht voor wat ze doet. Haar naaste medewerker David O’Sullivan noemde dat op een bijeenkomst van een denktank in Brussel collatoral profit (‘onbedoelde winst’) voor Ashton: „Ik voel dat we wat minder onder de microscoop liggen.”

Maar er was ook een nadeel, zei O’Sullivan. „Het helpt het Europese project niet vooruit als mensen de geloofwaardigheid van de EU in twijfel trekken. En dat maakt ons leven in de diplomatieke dienst er niet makkelijker op.”

Scène 4: Goed dat de NAVO er is

Bahadir Kaleagasi, ‘internationaal coördinator’ in Brussel van de Turkse ondernemersvereniging Tusiad, staat op een maandagochtend tegenover het gebouw van de Europese Commissie: daar demonstreren Turkse Cyprioten die vinden dat ze te weinig aandacht krijgen van de EU. „Europa”, zegt Kaleagasi, „was altijd de standaard. Als het over voedselveiligheid gaat, transport, digitalisering, noem maar op. Europa is de soft power die landen kan dwingen om te veranderen.” Maar nu neemt de Europese invloed af. „Daar worden we allemaal slechter van. De EU en wij.”

In het hoofdkwartier van de NAVO, aan de rand van Brussel, volgen functionarissen en diplomaten heel precies hoe de eurocrisis zich ontwikkelt. Het militaire bondgenootschap is bang dat de Europese landen zoveel op hun defensie bezuinigen dat de veiligheid in gevaar komt. En als ze steeds minder zin en geld hebben om mee te doen aan internationale operaties, vinden de VS Europa steeds minder belangrijk. „Dan wordt het bondgenootschap een talking shop”, zegt een NAVO-functionaris.

Dat is niet eens het ergste. NAVO-functionarissen vinden het bijna ongelofelijk dat het in hen opkomt, maar toch: als het echt misgaat in de eurozone, zeggen ze, kunnen er serieuze conflicten ontstaan tussen de EU-landen zelf. „Dan is het goed dat de NAVO er is”, zegt een diplomaat. „Als het nodig is kunnen wij landen met hun koppen tegen elkaar slaan, onder leiding van die grote jongen aan de andere kant van de Oceaan.”