Partijen juichen zichzelf toe

Optimisme alom, op de partijcongressen van afgelopen weekend. Maar bij CDA en PvdA klonk ook angst door.

Utrecht. Super Saturday was een zonnige dag. Toch trokken duizenden politieke junkies naar de vijf verkiezingscongressen van hun partijen. Het enthousiasme was groot. Iedereen zei zin te hebben in de campagne en de verkiezingen van 12 september: wij hebben de sterkste kandidaten, het beste verkiezingsprogramma, met ons kan Nederland de crisis aan.

Dat enthousiasme was soms echt, maar veel vaker gespeeld. Want de partijen die zaterdag bijeenkwamen leven – 72 dagen voor de verkiezingen tussen hoop en vrees. Bij het CDA is er zelfs grote vrees. De aloude machtspartij vecht om relevant te blijven. Buiten de congreszaal lieten leden zelfs doorschemeren tevreden te zijn als er van de huidige 21 zetels 15 overblijven. De verkiezingen komen „te snel”, erkende partijvoorzitter Ruth Peetoom. De vernieuwing is ingezet, een nieuwe koers van de partij is overeengekomen en een ongekend aantal nieuwelingen staat te popelen om de Tweede Kamer in te gaan. Maar daar heeft de rest van Nederland nog niet veel van gezien.

„We hebben elkaar weer gevonden”, zei CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma tegen zijn partijgenoten in Maarssen. „Het is een moeilijke tijd om als politiek leider aan te treden. Zeker als je in tijden van crisis het hele verhaal wilt vertellen.” Buma, zoals hij zich wat pakkender wil laten noemen, probeerde een punt te zetten achter twee roerige jaren bij het CDA. Die werden gekenmerkt door ruzie over de samenwerking met de PVV. Buma: „Het nemen van verantwoordelijkheid ging ten koste van onze saamhorigheid”. Maar de wond bij het CDA is diep. Op een speech van Maxime Verhagen, toch het meest verantwoordelijk voor het PVV-avontuur, werd opvallend lauw gereageerd.

De andere traditionele middenpartij, de PvdA, staat er minder beroerd voor. In alle speeches en in de wandelgangen probeerden PvdA’ers een boodschap van hoop uit te dragen, ondanks de barre economische tijden. De partij wil bruggen slaan tussen bevolkingsgroepen, na twee jaar „rancuneus revanchisme” (Diederik Samsom) onder Rutte, Verhagen en Wilders. De partij wil van Nederland een land maken „dat zijn groei en zijn optimisme terugvindt”. Maar ook hier was het optimisme schijn, althans voor een deel. Grote vrees is dat de electorale concurrent SP groter wordt, en dat de PvdA dus zijn monopolie op links verliest. Gevraagd naar wat de PvdA eigenlijk nog onderscheidt van de SP, kwam men op het congres moeilijk tot een antwoord.

Hoe anders was het bij de SP. Stel daar een vraag, en je krijgt een helder en optimistisch antwoord. Hoe de partij ervoor staat? „Het is nu onze beurt.” „We hebben de wind mee.” „We staan al zo lang goed in de peilingen; het is echt een trend.” „We kunnen tussen de 15 en 45 zetels uitkomen.” Opvallend was dat de nieuwe vakbondsvoorzitter Ton Heerts van de FNV had gekozen om bij de SP op bezoek te gaan, niet bij de PvdA.

De SP gelooft dat ook de kans op regeringsdeelname groter dan ooit is. Er werd zelfs al voorzichtig gespeculeerd over ministersposten. Senator Tiny Kox naar Buitenlandse Zaken, Roemers runningmate Renske Leijten naar VWS of Sociale Zaken. En Emile Roemer wil naar het Torentje. Hij nam in zijn speech uitsluitend VVD-leider en premier Mark Rutte op de korrel. „Mark Rutte, ik heb wel met ’m te doen. Slapeloze nachten heeft hij [...] Mark, ik kan je geruststellen. Mocht de SP straks in het torentje zitten, dan komen de slaappillen gewoon terug in het basispakket.” Het is duidelijk wat de SP de komende maanden wil bereiken: dat de campagne een tweestrijd wordt tussen Roemer en Rutte. Dan zouden de PvdA en GroenLinks helemaal leeggegeten kunnen worden.

En dan de kleintjes die dit weekend ook een congres hadden: GroenLinks, ChristenUnie en de Partij voor de Dieren. Kleintjes? Neem ze allemaal serieus, want met het huidige versplinterde electoraat heeft elke partij kans op regeringsdeelname.

GroenLinks hoopte zaterdag een paar moeilijke maanden af te sluiten, met interne kritiek op het functioneren van partijleider Jolande Sap en de wonderlijke strijd die Tofik Dibi tegen Sap aanging. Tot opluchting van de partijtop accepteerde de 2.000 (!) aanwezige leden het grootste deel van de kandidatenlijst. Nu kan GroenLinks dóór, zei partijvoorzitter Heleen Weening. „Weg van het gedoe, het gemopper, het afbranden van mensen.”

Bij de ChristenUnie was de stemming zoals bij de SP: opperbest. Het grootste punt van discussie was Cynthia Ortega. Pogingen om het huidige Kamerlid weer op de lijst te krijgen sneuvelden. De partij denkt met winst van een paar zetels cruciaal te worden bij de formatie. En dat zei Marianne Thieme gisteren ook, op het congres van de Partij voor de Dieren. „Onze zetels zouden dus doorslaggevend kunnen worden.” Voor het eerst liet de dierenpartij, volgens Thieme ook de enige echt groene partij, journalisten toe tot een congres.

Maar waar is de hoop en vrees op gebaseerd? Peilingen, peilingen, peilingen. Iedereen weet hoe betrekkelijk ze zijn. In 2010 stond de VVD 2,5 maand voor de verkiezingen op 20 zetels, en de liberale concurrent D66 op 18. Het werden er 31 en 10.