Oppositie Syrië wijst plan Genève af

De belangrijkste Syrische oppositiegroepen hebben gisteren een nieuw internationaal plan voor een oplossing in Syrië als een mislukking gebrandmerkt.

In Genève werden de grote mogendheden het zaterdag eens over een oproep tot de vorming van een overgangsregering van nationale eenheid in Syrië die een einde moet maken aan het geweld en verkiezingen voorbereiden. Maar om de steun van Rusland voor het plan van internationaal bemiddelaar Kofi Annan te krijgen lieten westerse landen de aanvankelijke voorwaarde vallen dat „diegenen wier aanwezigheid en deelneming de geloofwaardigheid van de overgang zou ondermijnen” uit de overgangsregering zouden worden geweerd. Dat wil zeggen president Bashar al-Assad en zijn naaste medewerkers.

Het resultaat is dat de samenstelling van de overgangsregering volledig wordt overgelaten aan de „wederzijdse instemming” van het bewind van president Bashar al-Assad en de oppositie. De meeste Syrische opppositiepartijen weigeren met Assad te onderhandelen. Burhan Ghalioun, tot voor kort leider van de Syrische Nationale Raad, noemde het plan „een farce”. Hij ridiculiseerde het idee dat de Syriërs moeten onderhandelen met „hun beul, die niet is opgehouden te doden, te folteren”. De Plaatselijke Coördinatiecomités, die protesten in Syrië coördineren, stelden dat het akkoord het regime in staat stelt „met de tijd te spelen”.

Een prominent Syrisch parlementslid, Fayez Sayegh, stelde vast dat „de conferentie [..] de zaken die te maken hebben met de president niet heeft besproken zoals westerse landen het zouden hebben gewenst”.

Niettemin hield de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, vol dat Assad zal moeten gaan. „Het is nu aan Rusland en China om Assad het teken aan de muur te laten zien en te helpen zijn vertrek af te dwingen”, zei Clinton. Maar haar Russische ambtgenoot Sergej Lavrov onderstreepte dat het plan niet Assads vertrek eist en dat „het document niet probeert het Syrische volk welk soort overgangsproces dan ook op te leggen”. Moskou staat op het standpunt dat de buitenwereld de Syriërs niet mag voorschrijven wie hun leiders zijn.

Het geweld in Syrië heeft volgens de oppositie de afgelopen week 800 mensen het leven gekost. Dat zou zijn gebeurd bij tank- en helikopterbeschietingen op woonwijken. Omdat er nauwelijks onafhankelijke waarnemers in Syrië worden toegelaten is het moeilijk om dodencijfers te bevestigen. (Reuters, AP, AFP)