Niets enger dan met 65 per uur wringen in Tourpeloton

Wringen is het sleutelbegrip in de eerste Tourweek. Ieder jaar slaan renners tegen de grond in het gedrang op weg naar de finish. „Dan is het ineens oorlog.”

Als een bal rolt het peloton in volle vaart over de brede N617, op weg naar de slotklim van de eerste Touretappe in Seraing. Links en rechts schuiven constant renners naar voren. Ruimte is er nauwelijks, iedereen wil vooraan rijden. Kijk uit, vluchtheuvel! Rechts een toeschouwer op de weg met een fototoestel! Abrupt zwenkt de meute naar links. Ellebogen tegen elkaar. Wringen voor de beste plek. Wie is het eerste bij de laatste bocht naar de klim, waar de weg smal wordt?

Zie de opluchting op het gezicht bij Robert Gesink, die vlak achter ritwinnaar Peter Sagan als zevende eindigt. Vorig jaar lag hij in de eerste week twee keer op de grond. Het kostte hem zijn Tour. Zoals ook favorieten Bradley Wiggins, Jurgen Van den Broeck en Aleksandr Vinokoerov in 2011 binnen een week thuis waren door een valpartij. Nu heeft ploeggenoot Maarten Tjallingii de Rabokopman perfect door het gedrang naar voren geloodst. Zoals de Belg Maarten Wynants deed met Bauke Mollema, die vijfde wordt.

Vreugde bij de Rabobus in de chaos aan de streep. Tot na een paar minuten Luis Leon Sanchez binnendruppelt. De Spaanse Raborenner heeft zijn stuur met de linkerhand stevig vast. Zijn rechter ligt er losjes op. Gevallen, op 23 kilometer van het einde. En hij is niet de enige.

Het medisch bulletin van de Tourdokter meldt na afloop meer slachtoffers. Rugnummer en achternaam eerst, zoals altijd in de Tour.

(64) HUNTER Robert: schaafwond op de rechterarm.

(196) MARTIN Tony: schaafwond op de linkerarm en gekneusde rechterpols.

(146) PINOT Thibaut: kwetsuren aan de linkerpols en linkerdij.

(147) ROUX Anthony: kwetsuur aan de linkerpols, vermoeden van gebroken middenhandsbeen. Röntgenonderzoek gepland.

(169) ROJAS José Joaquin: geschaafde rechterbil.

En (155) SANCHEZ Luis Leon: kwetsuur aan de rechter onderarm.

De klassementsrenners Chris Froome, vorig jaar tweede in de Vuelta, en Peter Velits verliezen door een valpartij direct al meer dan een minuut. Koen de Kort eindigt wel in de voorste groep van 48 renners. „Het was weer hectisch”, vertelt de routinier van Argos-Shimano. „Na de tussensprint, op honderd kilometer van de finish, gingen alle remmen los. Telkens je stuur ertussen wringen, schouder aan schouder duwen. Anders verlies je een paar plekken.”

Volgens oud-renner Michael Boogerd is het wringen voor televisiekijkers nauwelijks te zien. „Uit de lucht zie je soms wat beweging in het peloton, maar het oogt altijd vrij sereen”, zegt hij in zijn onlangs verschenen Handboek Tour de France 2012. „Toch is het tegenwoordig veel gevaarlijker dan vroeger, door al dat wringen. Iedereen is nerveus, je zit constant met je ellebogen tegen een ander aan. Stel je voor dat je daar rijdt op twee van die dunne bandjes. In je oren hoor je alleen het gesuis van de helikopter. Constant herrie. Het remmen van anderen hoor je niet meer. Sommige jongens kijken ook nergens naar. Ze rijden elkaar zo van de fiets. Kijk maar naar de afgelopen jaren: steeds meer valpartijen.”

Vorig jaar was het al in de eerste rit raak. Favoriet Alberto Contador sloeg bij het begin van de laatste kilometers tegen het asfalt. Team BMC van concurrent Cadel Evans en de latere ritwinnaar Philippe Gilbert gaf direct gas. Op het slotklimmetje van Mont des Alouttes zorgde een enorme mensenmenigte voor nog meer chaos. Onverantwoord parcours? „In de Ronde van Qatar vallen coureurs ook veel in de eerste dagen”, reageert Tourdirecteur Christian Prudhomme. „En daar rijden ze over hele brede asfaltwegen. Veel renners zeggen ook: wij zijn het zelf.”

Raborenner Maarten Tjallingii, gisteren uitblinker in het gedrang van de finale, geeft Prudhomme grotendeels gelijk. „De renners moeten elkaar respecteren. Wij zijn er in eerste instantie verantwoordelijk voor om de rust in het peloton te bewaren.” Tjallingii vertelt dat vorig jaar in de eerste etappe de situatie schijnbaar lang onder controle was. Dat was zelfs afgesproken. Maar nadat Contador was gevallen, spoot de adrenaline door het peloton. „Toen wilde iedereen ineens hard naar voren. Alle ploegleiders riepen het ook door de oortjes. Dan is het ineens oorlog.”

Tjallingii’s ploeggenoot Laurens ten Dam wijst op een gebrek aan leiders in het peloton als een van de oorzaken van de toegenomen hectiek. „Daarvan waren er vroeger meer. Ik heb het zelf in de Giro meegemaakt met Mario Cipollini. Die bepaalde gewoon dat er soms niet gekoerst mocht worden. Als iemand toch probeerde weg te rijden, ging Cipollini hem zelf halen.” Fysiek en verbaal intimideerde de grote sprinter bijna iedereen. De leider van het peloton wist zich overigens ook geliefd te maken: „Een keer bepaalde Cipollini dat er vanaf kilometer 100 mocht worden gekoerst. Na 90 kilometer koers stopte hij plotseling. Had hij voor het hele peloton een ijsje geregeld. Daarna mocht de rit van hem beginnen.”

In de slotkilometers van de eerste Touretappes is er geen tijd voor ijsjes. „De Tour is voor iedereen de belangrijkste wedstrijd van het jaar”, zegt Mollema, vorig jaar vierde in de Vuelta. „Iedereen wil vooraan rijden om geen tijd te verliezen, als er voor je een grote valpartij is kan je zo de aansluiting verliezen. Maar als iedereen vooraan wil rijden, gaat het natuurlijk een keer mis. Zeker als er over smalle wegen wordt gereden, of bij bochten. Het is af en toe echt gekkenwerk. Maar ja, zelf rem je ook niet.”

Raboploegleider Frans Maassen, zelf oud-renner, vertelt dat er ook steeds meer renners vooraan willen rijden. De verschillen in de top zijn tegenwoordig kleiner, een grotere groep renners aast nu op een plekje in de eerste rijen. Maassen zegt ook steeds meer ploegen de tactiek van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong hebben gekopieerd. De Amerikaanse kopman joeg bij elke gevaarlijke passage zijn hele ploeg naar voren om hem te beschermen. Maassen: „Nu hebben alle ploegen een paar renners rond hun kopman. Als de een het doet, wil de ander niet achterblijven. Maar dan kan het bijna niet anders dan dat het een keer misgaat.”

Na de rit van gisteren oogt vooral de rit van morgen gevaarlijk, over wat heuveltjes naar de Franse kust met aankomstplaats Boulogne-sur-Mer. Maar Tourdirecteur Prudhomme ziet geen reden om voor een makkelijker parcours te kiezen. „Toeschouwers willen ook geen saaie Tour, met alleen maar massasprints tot de etappes in de bergen. Het klassement moet bewegen, de favorieten moeten zich ook in de eerste week laten zien. En wij, als organisatie, moeten elk jaar een gevarieerde route uitzetten. Langs de kust, over kasseien, hellingen in de Ardennen.”

Tjallingii (34) gooit zich dus maar weer in het gedrang. Dat ontstaat ook doordat veel Tourrenners het gevaar bagatelliseren. Ze willen er niet eens aan denken. „Angst mag je niet hebben”, zegt Tjallingii. „Je moet vertrouwen op je mederenners. Als je denkt dat zij onderuit gaan, ga je zelf. Nuchter blijven, kijken, nadenken, focussen op je doel. Gesink of Mollema van voren houden.””

Gevaar? „Wringen is iets ongrijpbaars”, zegt Michael Boogerd. „Je moet het meemaken om te beseffen wat het inhoudt. Uit ervaring kan ik zeggen dat het nergens mee te vergelijken valt. Ik heb geskied, gekart, gebungeejumpt. Maar niets is enger dan wringen in een peloton dat met 65 kilometer per uur afgaat op een cruciaal punt in de wedstrijd.”