Met humor en duurder program naar Torentje

Wat zei de leider en wat zegt dat?

„Beste mensen, hebben jullie eigenlijk goed geslapen? Of zijn jullie ook zwetend wakker geworden? Mark Rutte, ik heb wel met ’m te doen. Slapeloze nachten heeft hij, bij de gedachte dat de SP in het torentje zit. Mark, ik kan je geruststellen. Mocht de SP straks in het torentje zitten, dan komen de slaappillen gewoon terug in het basispakket.”

Deze uitspraak zou wel eens de SP-campagne in een notedop kunnen zijn. Met humor wil Emile Roemer de strijd met Mark Rutte aangaan, op een onderwerp als zorg. Ook worden de arbeidsmarkt en de invloed van Europa belangrijke SP-thema’s.

Wat zei het kritische lid en wat zegt dat?

„We spreken hier over het verkiezingsprogramma, toch niet over een conceptbegroting”, zei een lid voor de microfoon. Hij was geïrriteerd dat de partijtop veel voorstellen afwees die geld kosten.

Dat was exemplarisch voor dit congres. De SP wil voor alles realistisch en financieel degelijk zijn. Daarom mochten er geen te dure en onhaalbare plannen in het verkiezingsprogramma komen. Dat zouden politieke tegenstanders straks Roemer voor de voeten kunnen werpen. Zo legde Kamerlid Renske Leijten, nummer 2 op de SP-lijst, uit dat de tandarts voorlopig niet in het basispakket kan. „Maar ik wil wel een afspraak maken: we hebben straks vier jaar Roemer I, dan hebben we de tijd de zorg beter te maken. Dan kan bij Roemer II de tandarts weer in het pakket.” De SP doet dus ook al aan verwachtingsmanagement.

De partijtop kreeg wel een kleine nederlaag te verwerken: de leden besloten dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking van 0,7 naar 0,8 procent van het bruto binnenlands product moet. Dat kost circa 600 miljoen euro. „Ons programma is het laatste half uur een beetje duurder geworden”, zei Emile Roemer aan het begin van zijn speech.

Wat was er typisch SP aan het congres?

Traditie is dat de leden zich met elkaar kunnen laten fotograferen, mooi uitgelicht op een professionele set. Ook typisch SP: een aanstekelijk campagnelied van Bob Fosko.