Column

Landen in Wilnis

Roland Taams noemde zich „een persoonlijke vriend van André”. Dus toen André Kuipers gisteren was geland, kwamen mensen hem de hand schudden.

„Nou gefeliciteerd hè, jongen?”

Gedragen: „Dank u wel.”

Dit gebeurde in het dorp Wilnis, waar Roland Taams woont. Hij zorgde dat de landing van de Sojoez er in de openbare basisschool via een live-verbinding was te volgen en voorzag alles zelf van commentaar:

„André kan nu zomaar zijn botten breken. Dat komt door de druk.”

De zaal: „Sjonge!”

Er waren zo’n vijftig belangstellenden: veel kennissen, vrienden en familie van Roland. Niet helemaal wie je verwacht bij een hip ‘#LandingTweetupNL’, zoals Roland zijn landingsevenement doopte. Zijn oud-onderwijzer was er, die zei vertederd dat Roland nog over precies hetzelfde sprak als vroeger. Verder blonde kinderen, moeders, oma’s in driekwart zomerbroeken, aandachtige vaders en opa’s. Daartussen waggelde nog een lief ijsje. Ze heette Lisa Schutter, afgestudeerd in technische bedrijfskunde, maar ze kon nog even geen baan vinden. Dus nu was zij 32 uur per week verkleed als oranje Raket-ijsje, voor Ola. Ze was ook in Charkov bij het EK geweest, en de Olympische Spelen zouden volgen.

Hollands glorie, potverdorie.

„Charkov was zeker wel warm, in zo’n pak”, zei ik.

„Nee hoor, er zit een ventilatortje in”, zei Lisa opgewekt. „Want ik ben natuurlijk wél een verkoelend product.”

Roland Taams (37) leerde zichzelf alles over ruimtevaart, dankzij veelvuldig bezoek aan de Space Expo in Noordwijk. Nu trekt hij langs scholen voor lessen, ook in astronomie. Dit met een busje waarop groots ‘Holland Space Center’ staat.

Hij begon het me net nog eens uit te leggen, toen de brand manager van kaasfabriek Old Amsterdam ertussen kwam. Om te vieren dat André Kuipers hun kaas had meegenomen in de ruimte, kwam een vliegtuigje hier namelijk 500 kaasjes aan parachuutjes droppen.

André Kuipers was zodoende amper geland, of iedereen rende al naar buiten, over bruggetjes, langs populieren, sloten en een tennisbaan, naar het speelveldje.

Roland Taams rookte daar nerveus een sigaret en zei dat hij de hele nacht niet had geslapen van de zenuwen. Ik kon niet vragen of dat nou door André of de kaasjes kwam. Nu kwam er een potige vriend tussenbeide, door Roland gevraagd „voor de beveiliging”. Hij droeg een T-shirt met het woord ‘security’. „Roland kon niet slapen!” riep de vriend ontroerd. „Dat vind ik zó lief. Echt zijn héle hart en ziel zit in deze toko.”

We knikten. Toen kwam het vliegtuigje en landden de kaasjes, zij het helaas in een nieuwbouwwijk verderop. Een enkel kind huilde.

Bijna alles waaide de verkeerde kant op, zoals dat ook wel gaat met dromen. Ronald Taams, held van zijn eigen universum, begreep dat het de kunst is je daar niets van aan te trekken.