Ingabire wordt met Haagse steun oneerlijk berecht

Het proces tegen Victoire Ingabire is een wanvertoning. Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse regering het regime in Rwanda steunt, stelt Jan Hofdijk.

Het vonnis tegen de Rwandese politica Victoire Ingabire, die zeventien jaar in het Nederlandse Zevenhuizen woonde, is uitgesteld. De rechtbank in Kigali zei afgelopen vrijdag meer tijd nodig te hebben om de zaak te bestuderen.

Ondanks dit uitstel zal het vonnis straks ‘levenslang’ luiden. Hierover bestaat geen enkele twijfel.

De strafmaat kan zo hoog uitvallen omdat landen die meestal zeer kritisch zijn op de mensenrechten deze keer een ijzige stilte betrachten, met als koploper ons eigen Nederland. Ons land heeft het rechtsysteem in Rwanda de afgelopen jaren gefinancierd, ondanks het gegeven dat het een politiek rechtsysteem is dat wordt gestuurd vanuit het presidentiële paleis.

Als haar advocaat ken ik Victoire en haar familie al sinds 1994, toen zij voor de begrafenis van een familielid tijdens de Rwandese genocide in Nederland was. Op 16 januari 2010 vertrok Victoire naar Rwanda. Daar deed ze als oppositieleider mee aan de presidentsverkiezingen van dat jaar. Nog voor zij haar partij in Rwanda kon inschrijven, zat zij al kaalgeschoren in een roze jurk in een cel, met alleen een klein raampje dat speciaal voor haar was zwartgeverfd.

Het proces was tot nog toe een beschamende vertoning die werkelijk niets van doen had met een eerlijke procesgang. Dat Rwanda van het Hof in Straatsburg onlangs een complimentje voor haar rechtsgang kreeg, was uitsluitend te danken aan de toezeggingen die Rwanda deed en niet vanwege de werkelijke gang van zaken – met gemanipuleerd bewijs en op gezag van de overheid fabulerende getuigen. Ik wacht daarom de door Human Rights Watch en Amnesty International te maken rapporten over dit proces met vertrouwen af.

Het zou rechtvaardiger zijn als de met bijna 100 procent van de stemmen verkozen president Kagame van Rwanda zelf in de cel zou zitten. Met de tot nu toe verschenen rapporten van de Verenigde Naties en Amnesty International zou de aanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag al een heel eind kunnen komen.

Het is onbegrijpelijk, maar vooral ontmoedigend, dat de eerder bedoelde landen deze man de hand boven het hoofd houden, onder meer vanwege een misplaatst schuldgevoel over de genocide van 1994.

Een sprankje hoop gaf het bericht dat staatssecretaris Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) de regering van Burundi de mantel fors had uitgeveegd voor precies dezelfde vergrijpen als die in Rwanda aan de orde van de dag zijn. In Rwanda zijn immers onwelgevallige politici en journalisten neergeschoten en in een enkel geval onthoofd door lieden die zonder enige twijfel op pad zijn gestuurd door het regime in Kigali. Zelfs buiten Rwanda moet de diaspora deze eskaders vrezen. Zo zijn in Londen opposanten van Kagame door de Britse politie gewaarschuwd voor aanslagen die waren georkestreerd vanuit Kigali.

Voor de persvrijheid hoeft de heilstaat Rwanda evenmin te worden geprezen. Op de internationale lijst Freedom of the Press 2012 staat het met harde hand door Kagame geleide land op plaats 178. Stijf onderaan, op plek 197, staat Noord-Korea.

Nederland staat op het punt om met Rwanda een uitleveringsverdrag te tekenen. Ons land kan immers niet anders dan gunstig oordelen over de toepassing van het recht in Rwanda nadat zij er miljoenen euro’s in heeft gepompt. Hiermee kan Kagame sympathisanten van Victoire Ingabire in Rwanda ‘berechten’. Zo jaagt de president met het Ghandibrilletje ook al een hele tijd op de held uit de film Hotel Rwanda, Paul Rusesabagina. Tegen hem is een internationaal aanhoudingsbevel in de maak, op basis van dezelfde onzinnige beschuldigingen als die Ingabire ten laste zijn gelegd.

Toen ik onlangs de gelegenheid had te spreken met Ernst Hirsch Ballin, de eerst verantwoordelijke voor de onderhandelingen over het uitleveringsverdrag tussen Nederland en Rwanda, gaf de voormalige minister ruiterlijk toe dat hij eigenlijk niet zo goed had beseft dat Rwanda zo’n slechte reputatie heeft op het gebied van de mensenrechten.

Het dramatisch verlopen proces tegen Victoire Ingabire is hopelijk een duidelijk signaal aan Den Haag dat de rechtspraak in een land nooit mag worden gesponsord als de president ervan het juridische apparaat aanstuurt, of hij nu bloed aan zijn handen heeft of niet.

Jan Hofdijk is Nederlandse advocaat van de familie Ingabire.