In negen helse minuten door de dampkring...

Vrienden en familie van Kuipers volgden zijn landing gisteren in Noordwijk. ‘En dan komt hij gewoon lachend uit de capsule, geweldig.’

Medewerker Ruimtevaart

Opeens verschijnt er beeld op het scherm, van een enorm wit-rode parachute. Daaronder bungelt – zo goed als onzichtbaar – de Sojoez-capsule met daarin ruimtevaarder André Kuipers. En dat betekent dat de negen gevaarlijkste en meest helse minuten van zijn terugkeer achter de rug zijn.

„Er is radiocontact met de bemanning”, krijgt het publiek te horen. Zo’n tweehonderd vrienden en familieleden van Kuipers, mensen uit de Nederlandse ruimtevaartindustrie, en ook veel pers zijn op deze zondagochtend samengekomen in Space Expo in Noordwijk, in een zaal vol modellen van raketten en satellieten, en ook een vitrine met Kuipers’ kindertekeningen, gemaakt toen hij alleen nog maar droomde van ruimtereizen. Gisteren kwam de Nederlandse ruimtevaarder terug naar de aarde, vermoedelijk voorgoed.

De blikken blijven gericht op de schermen, hoewel daar niet veel nieuws te halen valt. De parachute lijkt wel bevroren in de Kazachstaanse hemel. „Het lijkt wel alsof je gras ziet groeien”, zegt een cameraman. Er klinkt gedempt geroezemoes.

Een paar uur eerder, in de vroege ochtend, zijn Kuipers, zijn Russische commandant Oleg Kononenko en de Amerikaan Don Pettit in de claustrofobische Sojoez-landingscapsule gekropen. Om 6 uur 47 Nederlandse tijd was die losgekoppeld van het Internationaal Ruimtestation ISS. Anderhalf uur later, op veilige afstand van het ISS, vuurden de raketten 4 minuten en 15 seconden tegen de baanrichting in. Daarmee begint de val terug naar de aarde. Een half uur later raakt de Sojoez de dampkring en begint het zwaarste gedeelte van de reis.

Het hitteschild, aan de stompe onderkant van de klokvormige Sojoez, bereikt temperaturen van boven de duizend graden Celsius, terwijl de bemanning de vlammen langs de romp ziet likken. Intussen worden ze flink door elkaar geschud, en met hun rug in hun zitkuipjes gedrukt met krachten die oplopen tot vijf maal de zwaartekracht. Zo groot, dat je eenmaal geland, zoals Don Pettit het eens zei, de Sojoez uit „druipt”.

Gelukkig hoeven ze op weg naar beneden weinig te doen. „De vlucht terug verloopt helemaal automatisch”, zegt Philip Schoonejans van ESA. „Alleen in noodgevallen kunnen ze de besturing overnemen.”

„André zag niet uit naar de afdaling”, zegt Henk Weltevreden, een vriend van Kuipers die de ruimtevaarder zaterdag nog sprak. „Niet dat hij er bang voor is, denk ik, maar het is een heftige sensatie: trillen, G-krachten, je ziet de vlammen. André is daar niet dol op, die houdt meer van controle.”

Het publiek leeft op als er vogels in beeld komen vóór de parachute. Dan kan de grond niet ver meer zijn. Na nog een paar lange tellen ploft de capsule neer in de steppe, wolken zand waaien op. Er klinkt applaus en gejuich. Kuipers en zijn collega’s zijn terug op aarde.

Verbazend snel komen de amfibische voertuigen aangereden, ingeseind door een volgploeg van helikopters. Een keukentrap-achtige constructie wordt over de geblakerde, nog rokende capsule heengeschoven, om de bemanning er door een luik aan de bovenkant uit te tillen. In Noordwijk worden de eerste glazen champagne uitgedeeld.

Commandant Oleg Kononenko is bleek en duidelijk geradbraakt door de terugreis. Maar Kuipers, even later naar buiten gehesen, lacht al snel weer, en zwaait, al moet iemand zijn arm ondersteunen. Derde bemanningslied Don Pettit komt niet in beeld, en blijkt later even te zijn flauwgevallen.

André komt, tot grote hilariteit in Noordwijk, grijnzend en bellend in beeld. Misschien belt hij met zijn vrouw Helen, die in Houston in de VS op hem wacht. Daar zal Kuipers ook snel heen vliegen voor tests en het afronden van experimenten. Op 20 juli keert hij terug naar Nederland.

„Ik weet wel dat het bijna nooit misgaat, maar heb me toch wel zenuwachtig gemaakt”, zegt Peter Kuipers, broer van de ruimtevaarder. „Maar als je dan die parachute ziet, is dat een enorme opluchting. En dan komt hij uit de capsule, en dan lacht hij gewoon meteen weer, geweldig.”