In China liggen de oudste potscherven: 20.000 jaar

De potscherven zijn maar een paar centimeter groot en te verschillend om er het kleinste stuk vaatwerk mee te kunnen reconstrueren. Maar de schroeiplekjes en de roetsporen duiden erop dat jagers-verzamelaars met het aardewerk hebben gekookt in de Xianrendong-grot in China. En dat gebeurde langer geleden dan mensen ooit hebben gedaan, tenminste voor zover nu bekend is.

Want de oudste scherven in de grot zijn 19.000 tot 20.000 jaar oud en vormen daarmee de resten van het oudste aardewerk ter wereld. Chinese en Amerikaanse onderzoekers concluderen dit uit koolstofdateringen, waarover zij vrijdag publiceerden in het blad Science. De scherven uit de Xianrendong-grot zijn daarmee ook 2.000 tot 3.000 jaar ouder dan de stukjes aardewerk die de afgelopen jaren zijn gevonden in de eveneens Chinese Yuchanyan-grot.

„De vroege dateringen van het Oost-Aziatisch aardewerk ondergraven het idee dat de productie van aardewerk is begonnen met de introductie van de landbouw”, schrijft de antropoloog Gideon Shelach in een commentaar in Science. Want de introductie van de landbouw zorgde ‘pas’ 10.000 jaar geleden voor een van de grootste revoluties in de geschiedenis van de mensheid.

Rond die tijd namelijk begonnen mensen graangewassen te verbouwen in de vruchtbare valleien van rivieren als de Eufraat en Tigris (Midden-Oosten), de Indus (Zuid-Azië) en van de Jangtze en de Gele Rivier (China). De tot dan toe zwervende groepen mensen raakten gebonden aan een plaats, waar ze voorraadschuren bouwden, getemde dieren hielden en later ook steden stichtten. Uiteindelijk leidde deze levenswijze tot complexe samenlevingen.

Het produceren van aardewerk, een technologisch hoogstandje, is door antropologen lang gezien als een kind van de landbouwsamenleving. Potten waren nodig om voedselvoorraden op te slaan en leken te zwaar om meegesleept te worden door nomadische jagers. Aardewerk dat werd gevonden in het Midden-Oosten paste met een leeftijd van zo’n 7.000 jaar in deze hypothese.

De afgelopen twintig jaar zijn in Oost-Azië echter stukken aardewerk gevonden die duizenden jaren eerder zijn gemaakt dan de eerste rijst werd geplant. Dat heeft geleid tot een nieuwe theorie over de rol van de aardewerkproductie, namelijk als aanjager van de landbouw, samen met bewerkte stenen werktuigen.

Twintig, vijfentwintig millennia terug was de laatste ijstijd op zijn hoogtepunt. Voedsel was schaars en mensen begonnen alles te halen uit geplukte planten en gedode dieren. Dat deden ze met scherp gemaakte stenen, maalstenen en krabbers; exemplaren tot 25.000 jaar oud zijn in China gevonden. Met de potten, die later werden gemaakt, kon moeilijk verteerbaar voedsel als wilde rijst worden gekookt en gegeten. Het zou mensen op het idee hebben gebracht om de rijstplanten te gaan verzorgen en later ook te kweken.

De scherven uit de Xianrendong-grot vertonen volgens de onderzoekers sporen van technologische hoogstandjes van de makers. Te oordelen naar de patronen op het oppervlak zijn de potten uit klei gevormd met behulp van een doek en een spatel. Met grassen zijn de potten glad gemaakt. Vervolgens zijn ze gebakken op een niet al te heet open vuur.