Het spook van Pamplona

E r eindigde een spook op de achtste plaats van de proloog. Niemand had hem gezien, maar hij had wel zesenhalve kilometer door Luik gefietst. Het enige bewijs van zijn aanwezigheid was zijn naam op het uitslagenvel. Er stond:

8. Denis Mensjov, Katusha

Verrek ja. Denis Mensjov. Die was er ook nog. Hoe hij het doet, doet hij het – maar Mensjov is de enige mens op de wereld die zichzelf onzichtbaar kan maken. Je ziet hem niet. Je hoort hem niet. Maar hij is er wel. Hij is een spook op een fiets. Hij is de schaduw van de wind.

Het spook is ondoorgrondelijk. We weten niets van Mensjov. Ja, dat hij renner is, in Pamplona woont en dat hij bij Rabo heeft gereden – daar houdt het zo’n beetje op. Zijn website staat op zwart en op internet zijn nauwelijks interviews met hem te vinden. Trouwens, áls hij al wat zegt, dan spreekt hij in enigma’s en vraagtekens. Ik heb ooit eens drie kwartier tegenover hem gezeten, maar na afloop had ik hooguit drie zinnen in mijn kladblok staan. Zijn meest veelzeggende citaat: ‘Si, no?’ Ja, nee en een vraagteken – beter had hij zichzelf niet kunnen samenvatten.

Mensjov leeft in een andere wereld, in een parallel universum. Zijn ex-ploeggenoot en ex-slapie Jos van Emden vertelde me wat Mensjov voor en na de koers doet: niets. Mensjov kijkt geen tv, leest niet, belt niet naar huis, speelt geen Angry Birds op zijn telefoon, bladert niet door het rondeboek. Hij ligt alleen maar op zijn bed, staart naar het plafond of de binnenkant van zijn ogen. Hij spaart energie en hij wacht.

In de koers doet hij precies hetzelfde. Hij wacht en wacht – en daarna wacht hij nog een beetje meer. Pas als al zijn concurrenten in slaap zijn gesust, slaat hij toe. Rijdt hij ineens iedereen overhoop in een tijdrit, of duikt hij in de laatste meters van een beklimming vanuit de mist op.

Mensjov is als een deur die plotseling dichtslaat, als een televisie die uit zichzelf aan springt met het geluid op standje max of als het gordijn van je slaapkamer waarvan je zeker weet dat er iemand achter staat. Mensjov is het spook onder je bed: zodra je in slaap valt komt hij tevoorschijn om je levend te villen.

Achtste in de proloog: stiekem is dat verschrikkelijk goed voor een klassementsrenner die in de laatste week wil toeslaan. Mensjov hijgt de favorieten in hun nek. Ze zien hem niet, maar kunnen zijn aanwezigheid voelen. Misschien worden ze’s nachts wel zwetend wakker na een nachtmerrie over een Tourpodium met één schijnbaar leeg treetje. Misschien springen de komende weken op onverklaarbare wijze tv’s aan in hun hotelkamers of slaan er plots deuren dicht. Misschien ook niet.

Maar als ik Bradley Wiggins was, dan zou ik de komende weken extra goed onder mijn bed kijken.

Thijs Zonneveld, NRC-sportredacteur en oud-wielrenner, schrijft tijdens de Tour dagelijks een column.