Column

Grootheidsfantasieën best, maar met mate

Wie je tegenwoordig overal tegenkomt, is Narcissus. Holoogig spiegelbeeld van ’t groot verdwazen, zoals Simon Vestdijk zegt.

Hij verschijnt in televisieprogramma’s, er wordt over hem gesproken in de kranten. Een consistent profiel is alleen nog niet van hem opgesteld. Het zou daarom mooi zijn als de economen eens lazen wat de ontwikkelingspsychologen over hem schrijven en als de ontwikkelingspsychologen luisterden naar wat de romanschrijvers beweren.

Vroeger, ja vroeger, toen was het narcisme nog een vriendelijke en lieflijke aandoening. Kijk daar staat Narcissus geleund / op een voet van marmer, schreef Hans Lodeizen vertederd. Marmer, vijvers, bosranden, nimfen, homo-erotiek: dat was de beeldtaal van het verhaal over de jongeling Narcissus, die verliefd was geraakt op zijn eigen spiegelbeeld.

Schilders legden de mooie jongen in hun verbeelding meestal op de grond. Ledematen bevallig uitgestrekt. Met de lippen het breekbare wateroppervlak bijna beroerend. Herman de Coninck vatte deze suikerzoete gratie van de kunsthistorische traditie trefzeker samen in zijn gedicht Narkissos: Ik proef mijn gevoelens / als pralines.

Tegenwoordig is narcisme een zaak van dronken pubers. Van directeuren en voorzitters van raden van bestuur. In artikelen over de moderne cultuur beschrijven onderzoekers narcisme als een gedragsstoornis van mensen die zichzelf beschouwen als middelpunt van het heelal. Geen ingetogen zelfvertedering meer, maar opgeblazen eigendunk.

Deze moderne, freudiaanse narcist is niet alleen verzonken in zijn eigen spiegelbeeld, hij wil ook aandacht van anderen, macht over anderen. En de diagnose gaat op voor meer dan het individu alleen, hele generaties heten narcistisch, zelfs de samenleving als geheel. Nederland, zeggen ze, is narcistischer dan andere landen.

Hier komt de economie in zicht. Want dat eigentijdse narcisme is niet alleen maar negatief te duiden, integendeel, het heeft veel voordelen te bieden. Psychologen wijzen erop dat een likje narcisme de wereld rond doet draaien: het zet mensen, bedrijven en organisaties tot grote prestaties aan. De top bereik je nu eenmaal niet zonder zelfvertrouwen en de overtuiging dat anderen zich naar jouw eisen moeten voegen. Zoals de dichter Leonard Nolens in zijn gedicht over Narcissus zegt: Ja, het is moeilijk, maar moeilijk / En mooi om jezelf aan te raken.

Vervolgens zitten aan die voordelen ook weer grenzen. Een teveel aan narcisme brengt bedrijven en hun prestaties juist in gevaar; in een veel geciteerd proefschrift over ‘CEO Narcisme’ liet Antoinette Rijsenbilt vorig jaar zien dat de resultaten er niet van opknappen als bedrijven worden geleid door narcistische topbestuurders die geen tegenspraak dulden.

Als je over dit soort inzichten leest, en je leest de aanzwellende stroom artikelen over narcistische pubers van de laatste tijd, dan valt het op hoe weinig die diagnose van narcisme vervolgens opduikt in de economische scenario’s voor de toekomst. Je zou toch zeggen dat economen die meedenken over de toekomst van Europa maar beter ook eens naar die topbestuurders en die dronken pubers kunnen kijken, en naar de voors en tegens van een narcistische cultuur.

Een paar jaar geleden deed de psycholoog Jan Derksen een voorzet. En een voorspelling. Ja, zei hij in een interview met Intermediair, Nederlanders zijn behoorlijk narcistisch geworden. Ze besteden weinig aandacht aan de ander. En nee, dat is niet alleen maar fout. Door het uitleven van megalomanie zijn de westerse economieën op stoom gekomen. „In onze cultuur is narcisme een hoogwaardig product.” Het maakt ons bovendien ongeëvenaard gelukkig.

Maar als de economie zo afhankelijk is van de psyche van de bevolking, dan kun je ons economische model dus ook niet zomaar exporteren naar landen en bevolkingen waar de psyche anders in elkaar steekt. Het economische model van het Westen doet een sterk beroep op prestatiemotivatie en grootheidsfantasieën, zei Derksen. Nu wordt dat model overal ter wereld opeens binnengehaald, maar zonder de gemoedsgesteldheid die daarmee is verbonden. „Ik ben bang dat dit tot een botsing van culturen zal leiden. Dat is mijn grootste zorg voor de toekomst.”

Ons narcisme, dat ons vreselijk rijk en gelukkig maakt, heeft dus ook wel wat nadelen. Als het op reis gaat, leidt het tot aanvaringen. Als het doorschiet, is het funest voor de bedrijfsresultaten. Als we het aanmoedigen, is het schadelijk voor de jeugd. Hoe langer de narcist in bewondering over zichzelf en zijn eigen superioriteit heen hangt, hoe meer de omgeving hem ontgaat. Van prestaties komt dan weinig meer terecht. Zoals Ovidius over de zelfvoldane Narcissus schrijft: Wat ik wens, bezit ik al. Mijn rijkdom maakt me arm.

Blader je deze dagen in de krant, dan zie je dat er een verband bestaat tussen grenzeloze pubers, teloorgang van banken en culturele spanningen in Europa tussen noord en zuid. Wat de conclusie dan is van een paar dagen heen en weer bladeren? Dat een economisch toekomstscenario niet om Narcissus heen kan, die in het hart van onze cultuur languit op de grond ligt geweldig te wezen.