Gevonden: ijszeester, zeewolf, 600 kilo visnet

Scheepswrakken zijn op de kaal geworden Noordzee-bodem een zegen voor vissen en planten. Er komen steeds nieuwe soorten bij, ontdekten biologen en duikers tijdens Expeditie Doggersbank.

Ontdekken maakt moe. Als Arjan Gittenberger klaar is met vertellen over de rijkdom van het leven dat hij heeft aangetroffen in de Noordzee, valt hij prompt in slaap. Daar ligt hij, onderuitgezakt op een sofa, zich niet meer bewust van de andere leden van Expeditie Doggersbank – en van het verloop van de EK-finale voetbal die op één meter afstand via een laptop wordt gevolgd door twee luidruchtige medereizigers.

Marien bioloog Gittenberger heeft een zware week achter de rug. Met 22 andere biologen en duikers vertrok hij ruim een week geleden vanuit Scheveningen aan boord van de Cdt Fourcault voor Expeditie Doggersbank. Hij maakte dagen van zeven uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts. Hij was de enige bioloog die de eerste dagen niet zeeziek was door de metershoge golven, de enige dus die in staat was om op het deinende schip door een microscoop te turen.

Doel van de expeditie, dit jaar voor de tweede keer uitgevoerd, is de biodiversiteit van de Doggersbank en de Klaverbank te onderzoeken, vooral die rond scheepswrakken. Maar de duikers halen ook verloren netten weg, waarin veel vis verstrikt raakt.

Het schip is deze zondag net de haven van Scheveningen binnengelopen. Aan boord, onder het nuttigen van de laatste maaltijd, vertellen vijf biologen over hun bevindingen en ontdekkingen. Honderdtwintig soorten hebben de duikers en de biologen uit de wateren van de Doggersbank en de Klaverbank gehaald. Daarvan zijn ongeveer veertig soorten zelden of nooit eerder in Nederland waargenomen. „Het gaat om heel kleine dieren maar ook om spectaculaire grote vissen, zoals de zeeduivel en de zeewolf”.

Arjan Gittenberger kwam regelmatig tot de ontdekking dat er alwéér een onbekende soort was gescoord. Gittenberger is expert op het gebied van onderwaterleven: „Als ik een soort niet kan thuisbrengen, dan is de kans groot dat die voor Nederland nieuw is.”

En net als vorig jaar, tijdens de eerste Expeditie Doggersbank, zijn onder de veertig soorten ten minste tien soorten die voor Nederland nieuw zijn, althans soorten waarvan nu pas is aangetoond dat ze zich op Nederlands grondgebied hebben gevestigd. Gittenberger: „Het mooie is dat het niet gaat om invasieve soorten, dwaalgasten die je bij dit soort ontdekkingen wel vaker tegenkomt, maar om inheemse soorten.” Daaronder zijn de ijszeester, de paddenstoelkrab, de eikelworm en de zeeaardbei. Nader DNA-onderzoek volgt.

Op de zandige Doggersbank zijn vier duiken gemaakt op scheepswrakken, waar veel leven zit. Onderwaterfilmer Klaudie Bartelink laat een filmpje zien van een zeewolf die een heremietkreeft in z’n geheel vangt, er even mee over de zeebodem schuift, de schaal van de kreeft uitspuugt en de rest verorbert. „Het is allemaal heel goed te zien doordat de zeebodem van de Doggersbank het licht goed weerkaatst en er in dat deel van de Noordzee relatief weinig stroming is”, zegt hij. De zeewolf is vermoedelijk twintig jaar, zegt bioloog Wouter Lengkeek. „Dat een vis zo oud heeft kunnen worden zonder te zijn opgevist in de Noordzee geeft hoop.” Veel soorten die vrijwel niemand ooit eerder had gezien, komen daar in groten getale voor. Vissen, naaktslakken en poliepen op dodemansduim, een koraalsoort.

Dat bij de tweede expeditie weer nieuwe soorten zijn aangetroffen, bewijst volgens de biologen ook hoe belangrijk de Doggersbank en de Klaverbank als natuurgebied zijn. De vondsten van vorig jaar waren dus geen toevalstreffers. De banken staan al jaren op de nominatie om te worden beschermd, maar regels daarvoor hebben achtereenvolgende ministers en staatssecretarissen nog altijd niet gemaakt. Lengkeek: „Onze vondsten zijn wetenschappelijk interessant maar ze zijn ook politiek van belang. Met wat wij hebben aangetroffen, kun je duidelijk maken wat je precies wilt beschermen.” Bioloog Reindert Nijland: „Wat je daar ziet is ongerepte natuur. Ontzettend gaaf! Nederland heeft nu de kans om niet alleen enkele soorten te beschermen, maar een compleet gebied waar al die soorten voorkomen.” Duiker en assistent-expeditieleider Pascal van Erp: „Veel beroepsvissers hebben het gevoel dat er met een natuurreservaat iets van hen wordt afgenomen. Maar de natuur heeft die reservaten in de Noordzee nodig om te herstellen. De kabeljauw wordt elk jaar vijf centimeter korter. Dat zijn signalen die we moeten oppikken.”

Op het 56 meter lange voormalige marineschip voeren ook enkele scheepswrakkendeskundigen mee. Zij doken op bekende en op onbekende wrakken, waarvan de aanwezigheid door de sonar op het schip werd gelokaliseerd. Over één vondst zijn ze behoorlijk opgewonden. Misschien hebben de fanatieke duikers Ivar Klerks en Pim Jonker het wrak van de Crane aangetroffen. Dat Engelse vissersschip verging ruim honderd jaar geleden na een beschieting door Russische oorlogsschepen, die het aanzagen voor een vijandige Japans schip. Pim Jonker: „Daarbij zijn twee mensen omgekomen. Er is voor dat zeemansgraf in Hull een groot monument opgericht. Het zou mooi zijn als wij het wrak nu hebben geïdentificeerd.”

Niet onbelangrijk: de wrakken zijn niet alleen onderzocht op biodiversiteit en archeologische waarde, ze zijn ook schoongemaakt. Dat wil zeggen: de duikers hebben in totaal zeshonderd kilo verspeelde netten en vistuig van de wrakken losgesneden en naar boven gehaald. Want daar gebeuren veel ongelukken mee, vertelt duiker Pascal van Erp. De afgelopen week hebben de duikers meerdere „boomkorren en sleepnetten met drijvers en al” op de wrakken aangetroffen. Daar raken vissen in verstrikt. Dat trekt weer andere soorten aan, die vervolgens ook sterven. Van Erp: „Ghost fishing noemen we dat. Het net vist eeuwig door.”

Arjen Schreuder