Ereronde lopen met Nederlandse vlag is wennen voor atleet Martina

De Antilliaanse sprinter werd Europees kampioen op de 200 meter én met de estafetteploeg (4x100 m).

Rotterdam. Ligt het aan de komst van Churandy Martina? Is het de vorm van Patrick van Luijk? Of zijn het de talenten van Dafne Schippers en Jamile Samuel? Hoe dan ook, Nederland is met twee gouden en twee zilveren medailles een Europese sprintnatie van betekenis geworden.

De oogst op de sprintnummers bij de Europese kampioenschappen is ongekend. Niet de Fransman Christophe Lemaitre, maar Martina was dé sprinter van het toernooi in Helsinki. De Curaçaoër startte niet op de 100 meter – om te waken voor overbelasting met het oog op de Spelen – maar won goud op zowel de 200 meter als de 4x100 meter. Lemaitre werd donderdag weliswaar kampioen op de 100 meter, maar moest in de estafette met brons toegeven op Martina. Zelfs Van Luijk presteerde met estafettegoud en individueel zilver op de 200 meter beter dan de Fransman.

En dan de vrouwen. Schippers had weliswaar als tijdsnelste de finale van de 200 meter bereikt, maar op het beslissende moment bezweek ze zaterdag onder de druk en eindigde als vijfde, net voor haar landgenote Samuel. Beiden revancheerden zich gisteren met de estafetteploeg door zilver te winnen achter de Duitsers.

Na de eerste Europese titel in de geschiedenis voor de mannenestafetteploeg, in een nieuwe Nederlandse recordtijd van 38,34 seconden, doet zich de ridicule situatie voor dat Nederland zich niet heeft geplaatst voor de Olympische Spelen in Londen. De internationale atletiekfederatie IAAF verschaft de zestien snelste landen toegang, maar sportkoepel NOC*NSF verlangt een plaats bij de toptwaalf. En sinds gisteren staat Nederland dertiende op de IAAF-lijst.

Naar het schijnt ziet de chef de mission van de olympische ploeg, Maurits Hendriks, in dat het thuislaten van een Europese kampioensploeg moeilijk is uit te leggen. Geheel tegen de cultuur van NOC*NSF in heeft Hendriks aangekondigd de situatie van de estafetteploeg te willen bespreken. Er gloort nog hoop voor Martina, Van Luijk, Giovanni Codrington en Brian Mariano.

Het is even wennen om Martina met een Nederlandse vlag om zijn schouders een ereronde te zien lopen. Omdat het van hem bekend is dat hij niet uit vaderlandsliefde voor Nederland heeft gekozen. Als Curaçaoër is hij eerst en vooral een Antilliaanse sprinter. Niet dat Martina iets tegen Nederland heeft. Integendeel, hij komt er graag en regelmatig. Maar de atleet is een Caraïeb in hart en nieren. Toch werd Martina zaterdag in een oranje shirt kampioen. Naar goed gebruik loop je dan een ereronde met de nationale vlag. Weigeren zou provocatief zijn. Maar je voelde de onwennigheid bij Martina.

Als sporter is Martina sinds ruim een jaar min of meer gedwongen voor Nederland uit te komen. Door staatsrechtelijke veranderingen hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan. En daarmee verloor de eilandengroep zijn olympische licentie. Wilde Martina zijn sportieve ambities blijven nastreven, dan moest hij voor Aruba of Nederland uitkomen. Uit zuiver pragmatisme koos hij voor het geld en betere faciliteiten. Maar zijn toelichting was dat hij voor zichzelf loopt, niet voor een land.

Hoe los zijn band met Nederland ook mag zijn, vooral Martina’s Europese titel op de 200 meter werd in atletiekkringen bejubeld. Via sociale media werd de sprinter als een grote Nederlandse sportheld op het schild gehesen. Dat getuigt van acceptatie van de sportman en sympathie voor de persoon Martina, maar vooral van opportunisme.

De onverwachte zilveren medaille van Van Luijk moet internationaal niet al te hoog worden aangeschreven. De sprinter bleef met 20,87 ruim een halve seconde verwijderd van de olympische limiettijd van 20,32. Wat niet wegneemt dat Van Luijk zeer in zijn nopjes was met zijn medailles. En terecht, want zo verwend met prijzen is de Nederlander met Jamaicaans bloed niet.