Eggers en Grunberg in het Midden-Oosten

Dave Eggers: Een hologram voor de koning. Vert. Gerda Baardman, Lidwien Biek-mann en Jan de Nijs. Lebowski, 350 blz. € 19,90 ****

Het hangt kennelijk in de lucht. Vorige maand gebruikte Arnon Grunberg (uit New York) Dubai als decor voor een roman over een stuurloze westerling, nu zendt zijn generatiegenoot Dave Eggers (San Francisco) een antiheld naar Saoedi-Arabië. De vijftiger Alan Clay heeft zijn maatschappelijke status razendsnel zien krimpen: van iets hoogs in de fietsenhandel tot een eenmansadviesbureau aan huis en veel schulden. Hij kan het collegegeld van zijn dochter niet meer betalen. Hij is overbodig geworden. Zijn laatste kans is het verkopen van hologramtechnologie aan koning Abdullah van Saoedi-Arabië in diens King Abdullah Economic City. Dat hologram tekent het lot van de Amerikaanse economie: men verkoopt alleen nog luchtspiegelingen, alle echte spullen komen uit China en Afrika. ‘We’ve become a nation of indoor cats’, zegt iemand in de roman.

De stad is zelf ook nog goeddeels een luchtkasteel: een handvol gebouwen in trage aanbouw in de woestijn, vlakbij zee. Hitte, stofwolken en gastarbeiders die het zand van de asfaltweg proberen te vegen. Een hologram voor de koning heeft een motto van Beckett (‘It is not every day that we are needed’) en het geduld van Alan Clay wordt inderdaad danig op de proef gesteld. Met drie medewerkers moet hij een presentatie van de hologramtechnologie voorbereiden in een tent. Er is slechte airconditioning, geen eten en geen wifi.

Eggers laat de ontreddering van Clay – die ook nog vreest dat hij kanker heeft – meesterlijk zien. Niet alleen in de scènes waarin hij zijn held laat vastlopen in de bureaucratie van de woestijnstaat, maar vooral ook in zijn contacten met zijn chauffeur, de student Yousef. Mooi laat Eggers de twee mannen bonden door moppen aan elkaar te vertellen – er ontstaat iets van vriendschap. Dat heeft Alan nodig, want de rampzaligheid van zijn project is evident. Vraagt hij naar zijn contactpersoon, dan is die er steevast pas morgen weer. De koning, voor wie de presentatie is bedoeld, blijkt al anderhalf jaar niet in zijn Economic City te zijn gesignaleerd.

In de bedreigende troosteloosheid van het bestaan in een oliestaat stemmen Grunberg en Eggers precies overeen. De gedroomde kapitalistische eenheid tussen de rijke Arabieren en de westerlingen blijkt niet te bestaan: er is slechts onwil, onbegrip en drooglegging. Maar in de manier waarop het verhaal verder gaat, lopen Een hologram voor de koning en De man zonder ziekte uiteen. Waar Grunberg het daarbij laat, geeft Eggers zijn roman in het tweede deel een andere twist. Hij laat Alan Clay juist dieper in het Arabische leven doordringen. De scènes blijven fraai, maar Eggers lijkt steeds meer afgeleid door het verlangen om zijn kennis over de Saoedische maatschappij te delen. Dat komt de eenheid van Een hologram voor de koning niet ten goede.

Grunbergs hoofdpersoon wordt zonder pardon vermalen door het systeem, zoals dat gaat in de Europese literatuur. Voor zo’n inktzwarte ontknoping is Eggers te veel Amerikaan en te veel optimist: hij gunt Alan Clay een soort van catharsis. Er wordt weliswaar opgemerkt hoe triest Saoedi-Arabië is, maar het valt niet te ontkennen: Clay lééft.