Dineren bij George Clooney, ontbijten met Buma

Het etentje bij George Clooney thuis had ik misschien niet moeten laten lopen. Barack Obama was de eregast. Er waren andere beroemdheden als Tobey Maguire en Barbra Streisand. En hoe vaak krijg je nou een uitnodiging voor zoiets?

Eerlijk gezegd: steeds vaker. Vooral sinds het campagneteam van Obama mijn emailadres heeft. Dat had ik begin dit jaar gegeven en in ruil kreeg ik, met ongetwijfeld miljoenen anderen, op internet een exclusieve voorvertoning van een campagnefilmpje.

Het was een mooi filmpje, maar ik betaal er nog steeds voor. Niet in geld, wel in tijd als ik mijn mailbox doorloop. Vrijwel iedere dag tref ik daar nu mailtjes van de Obama’s aan.

In april zat de uitnodiging voor het dinertje in Hollywood ertussen. De andere gasten zouden allemaal 40.000 dollar betalen, bestemd voor Obama’s herverkiezing. Maar wie minimaal drie dollar in de campagnekas stortte, maakte kans om ook te mogen aanschuiven. Voor twee gelukkigen, die elk een invité mochten meenemen, werden stoelen vrijgehouden. Reis- en verblijfkosten nam de campagne voor haar rekening.

Soms komen de mails van Barack zelf of zijn vicepresident (‘Friend’ luidt dan de aanhef), steeds vaker ook van First Lady Michelle (die laatst haarfijn een huiselijke toon wist te treffen met de aanhef ‘Me again..’). Vrijdag mailde eerst Obama hoe belangrijk het was dat het Hooggerechtshof zijn zorgplan had goedgekeurd. Daarna meldde zijn politieke strateeg David Axelrod dat hij door de uitspraak van het Hof tot tranen toe geroerd was geweest, omdat hij jaren geleden bijna failliet was gegaan aan de verzorging van zijn dochtertje met epilepsie. En een paar uur later kwam vicepresident Biden daar nog over heen, om ons toe te vertrouwen dat hij „een emotioneel moment” met Obama had beleefd toen ze in de Oval Office hoorden wat het Hof had bepaald. Of we maar wilden meeleven, in actie komen voor de campagne – en oja, natuurlijk graag drie dollar of meer wilden storten.

Het was na zoveel drama een hele opluchting om zaterdag weer eens iets te horen van Michelle, die altijd wat lichter van toon is. De onderwerpregel van haar mail, Your seat on Barack’s bus, was meteen al een stuk intrigerender dan die bij het mailtje van haar man, die eerder die dag onze aandacht probeerde te trekken met This is important – Romney haalt meer geld op dan wij, was zijn boodschap, dus als je nu drie dollar of meer...

Michelle had met haar gezin veel mooie momenten in de campagnebus beleefd, moesten we geloven, maar deze week stond ze haar plaats af aan een van ons. Zij en de meisjes zouden Barack natuurlijk wel missen, maar „I know he’s looking forward to hanging out with you”. Ongetwijfeld. Maar zouden wij er ook naar uitzien?

Hoeveel gespeelde knusheid kan een mens van zijn politici verdragen? Amerikanen waarschijnlijk vrij veel – ze worden er al jaren mee overspoeld en ondergaan het op zijn best positief, op zijn slechtst gelaten. Sinds de radiopraatjes van Roosevelt (‘Good evening, friends’) zijn Amerikanen er wel aan gewend dat hun president op vertrouwelijke voet met hen staat, of doet alsof.

In Nederland kan iedereen sinds kort via campagnefilmpjes meekijken in stukjes huiselijk leven van Diederik Samsom en zijn gezin (waarbij zijn dochter met handicap in beeld en aan de orde komt) en in huize Buma (we zien hoe de CDA-leider thuis de ontbijtbordjes klaarzet en na afloop de kruimeltjes van de keukentafel veegt). Wat is de volgende stap? Willen Nederlanders mee in de campagnebus met Roemer? Of naar een dinertje bij Linda de Mol, met als eregast Mark Rutte? Vast wel, ook al kost het drie euro.

Wie niet zuinig is op zijn mailadres kan erop rekenen dat ook hier de politici met persoonlijke boodschappen achter hem aankomen. Onder normale omstandigheden, schreef de historicus Golo Mann ruim een halve eeuw geleden, merkt de burger net zo weinig van de politiek als een gezond mens zich rekenschap geeft van zijn eigen lichaam – hij weet dat hij het heeft, maar hij bekommert zich er niet om, de levensfuncties werken vanzelf. Maar op normale omstandigheden hoeven we voorlopig niet te rekenen.