Die rare snuiter coacht nu die ene

Andy Murray had vaak problemen met trainers. Nu is hij blij dat hij wordt begeleid door Ivan Lendl.

Redacteur Tennis

Londen. Het is niet dat John McEnroe zijn rivaal Ivan Lendl bewust afschilderde als ‘een enge robot’ om zelf de rol van publiekslieveling op te eisen. „Hij mocht hem gewoon echt niet”, zegt broer Patrick McEnroe, eveneens oud-profspeler en commentator voor de Amerikaanse sportzender ESPN. „En omgekeerd: Ivan mocht John ook niet. Het waren rivalen, met botsende karakters. Later groeide het respect voor elkaar, maar het waren in die tijd natuurlijk absoluut geen vrienden.”

De extraverte John McEnroe was niet de enige die moeite had met Lendl, het ongrijpbare tennisfenomeen uit de Tsjechische industriestad Ostrava. Met zijn krachtige slagen won hij eind jaren tachtig acht grandslamtitels en gaf hij de sport het eerste zetje richting het hedendaagse powertennis. Maar geliefd? Lendl, die in 1992 het Amerikaanse staatsburgerschap kreeg, werd gezien als een vreemde snuiter in het tennis en zijn teruggetrokken bestaan na zijn profcarrière droeg alleen maar bij aan de mythevorming rond de man uit het Oostblok.

Maar Lendl is teruggekeerd in de tenniswereld en hij koos daarbij allerminst voor een bescheiden rol. Begin dit jaar aanvaardde hij misschien wel de moeilijkste klus die er is in het mannenprofcircuit: hij werd trainer van Andy Murray, de 25-jarige Schot op wie al jaren alle hoop is gevestigd voor het eerste Britse Wimbledon-succes sinds 1936. Maar ook de tennisser die als tijdgenoot van Novak Djokovic, Roger Federer en Rafael Nadal gedoemd lijkt de geschiedenis in te gaan als ‘die ene die ook nog meedeed’ in de top.

Vorige week maandag was er weinig te merken van druk toen Murray op een trainingsbaantje ontspannen toewerkte naar zijn eerste partij op Wimbledon. Trainer Lendl lachte in een uur vaker zijn tanden bloot dan in zijn zestienjarige profcarrière als speler op de baan. En toen de coach van Murray’s trainingsmaatje een tennisbal mikte op Lendls achterste, waarschuwde de geboren Tsjechoslowaak nog één keer: „Je speelt met de dood.” Zwarte humor van de man die ooit John McEnroe keihard een bal tegen het borstbeen sloeg en vervolgens onbekommerd klaar ging staan om aan de volgende rally te beginnen.

Murray typeerde de voormalig toptennisser vorige week in een persconferentie als „genadeloze speler”, al zei hij geen actieve herinneringen te hebben aan de tennisser Lendl. Die stopte in 1994 met chronische rugklachten en liet zich ruim vijftien jaar lang amper nog zien in het wereldje. „Ik ben blij dat ik hem nu aan mijn kant heb staan”, aldus Murray.

„Anderhalf jaar geleden meldde Ivan zich ineens bij ons trainingscentrum in Florida”, vertelt Patrick McEnroe, verantwoordelijk voor talentontwikkeling bij de Amerikaanse tennisbond USTA. „Hij was zeer gretig om met de trainers daar te werken. Niemand van hen is zo beroemd als Lendl en het verraste me daarom hoe open hij stond voor alles. Dat zie je niet gauw bij spelers die zo’n imposante carrière hebben gehad.”

Lendl had vorig jaar al eens gezegd dat hij van de huidige topspelers alleen Murray onder handen zou willen nemen. Het lijkt een droomduo, Lendl en de – naar buiten toe – wat nukkige Schot. Maar de buitenwereld hamert vooral op een andere overeenkomst tussen de Brit en de Tsjechische Amerikaan. De één snakt naar zijn eerste grandslamoverwinning, zeker op Wimbledon. De ander won overal al, maar ook nog nooit in Londen. En net als Murray had Lendl in zijn tijd stevige concurrentie – van de Amerikanen McEnroe en Jimmy Connors en de Zweed Björn Borg. Lendl won zijn eerste grandslamtitel op 24-jarige leeftijd.

„Het is niet voor niets dat we Ivan erbij hebben gehaald”, zei Murray’s moeder – tevens zijn eerste trainer – onlangs in de New York Times. Wat ze daarmee precies bedoelde wilde ze vorige week desgevraagd niet nader toelichten. Maar duidelijk is dat haar zoon in Lendl iemand heeft gevonden tegen wie hij opkijkt. Dat is al heel wat voor de Schot die in het verleden, zoals John McEnroe onlangs op een persconferentie opmerkte, „zijn trainers ontsloeg terwijl de wedstrijd nog bezig was”.

Buiten de baan bemoeit Lendl zich daarom nauwelijks met Murray. „Ik begrijp dat juist dat bij zijn vorige trainers een issue was”, zei Lendl vorig week in het artikel in de New York Times. „Te veel tijd met elkaar doorbrengen kan iedereen irriteren.” En zeker Murray.

Nadat Murray afgelopen zaterdagvond meteen zijn eerste matchpoint had benut in de partij in de derde ronde tegen Marcos Baghdatis, veerde de entourage van de publiekslieveling als één man op. Alleen Lendl bleef zitten. Hij keuvelde nog even met moeder Murray en vertrok toen als eerste richting catacomben. Even werd hij in het voorbijgaan nog in de kont geknepen door Murray’s fysieke trainer. Want zo eng is de robot al lang niet meer.