De tent is het G500-commandocentrum

Jongerenbeweging G500 probeerde op de congressen van PvdA en CDA haar punten er doorheen te krijgen. Meekijken vanuit het commandocentrum naar rondrennende jonge politici.

Maarssen/Utrecht. - Zelf noemen ze de oranje tent buiten het CDA-congresgebouw hun ‘commandocentrum’. Maar het lijkt meer op vakantie op een parkeerplaats. Twee campingstoeltjes, een tafel vol goedkope blikjes fris – zo doet jongerenbeweging G500 dat.

Eerder op de dag, vertelt G500-oprichter Sywert van Lienden, is de directeur van het CDA-partijbureau al langs geweest. „Ze zei: ‘We hopen dat het goed gaat met júllie leden en ónze leden’.” Hij lacht. „Maar wij zijn natuurlijk wel sneller en slimmer.”

De jongeren, ze studeren of hebben een eerste baan, zijn in één klap lid geworden van drie partijen: VVD, CDA en PvdA. Dit weekend debuteerde G500 op de verkiezingscongressen van die laatste twee. Het streven is niet gering. G500 wil de verkiezingsprogramma’s van de traditioneel machtige middenpartijen aanpassen aan de wensen van jongere generaties: meer geld naar onderwijs, meer rechten voor zzp’ers, flexibelere pensioenen.

Bij het CDA heeft G500 een indrukwekkende logistieke operatie op poten gezet. De 1.400 amendementen die de CDA-leden hebben ingediend, moeten op de eerste van de twee congresdagen allemaal behandeld worden. Daarvoor zijn acht verschillende sessies van elk drie uur vergaderen: over onderwijs, over zorg, over duurzame economie. De CDA-leden kiezen elk één sessie en zitten deze netjes uit.

De G500-leden gaan pragmatischer te werk. Ze hebben toegangsbewijzen voor alles sessies bemachtigd – niet hardop tegen CDA’ers zeggen, legt Van Lienden één van zijn mensen uit. „Je moet een probleem er nooit inmasseren.”

En dan begint het grote coördineren. De G500-leden krijgen vanuit de tent sms’jes. „Iedereen met kaart kan naar deelsessie 4”, lezen 150 jongeren tegelijk. „Zorgspaarpot komt zo in stemming.” Of: „Direct met spoed door naar onderwijs. Studiefinanciering.”

Dan staan ze op, leveren hun stemkastje netjes in, rennen weg. Voor de deur van een ander overleg maakt iemand een rustig gebaar. Even uitademen allemaal, rustig naar binnen lopen. De jonge partijleden willen geen ruzie, doen nauwelijks hun best om de CDA’ers op inhoud te overtuigen – als ze al naar de microfoon gaan is dat om procedureel gelijk te halen. Dan vraagt de voorzitter van een van de sessies licht smekend: „Jullie hóéven niet direct weg te gaan.”

Van het ambitieuze G500-tienpuntenplan heeft niet één voorstel het gehaald bij het CDA. Maar tientallen kleinere plannen zijn dankzij het slimme stemgedrag en het optrekken met de jongerenclub van het CDA wél in het programma beland: een flexibel vast arbeidscontract van drie of vijf jaar, het hervormen van de rekenrente van pensioenen, het behoud van studiefinanciering voor studenten in de masterfase. Met dank aan het one man one vote-systeem van het CDA. „Een win-win-win-situatie”, oordeelt Sywert van Lienden tevreden.

Dan wordt de tent afgebroken en rennen de G500-leden richting de trein en naar busjes. Op naar de PvdA, even verderop in Utrecht, waar het ze dan een stuk minder goed vergaat. Hier geen hip commandocentrum maar een langdurige plenaire behandeling van amendementen. Dit is partijdemocratie in de praktijk.

In de grote zaal zitten een stuk of tien G500-leden geconcentreerd over het congresboek gebogen. Ze hebben moeite het moordende tempo bij te benen waarin de congrestijgers door de amendementen heensjezen. „Het gaat zo snel dat sommigen van ons soms niet durven”, zegt Ingeborg Baltussen een van de aanvoerders van G500. „Dan zeggen ze tegen mij: ga jij even, jij hebt verstand van de materie.”

In de ochtend is er een klein succesje, wanneer het congres op voorspraak van G500 een plan schrapt om technische studies gratis te maken: te duur en oneerlijk. Maar vrijwel alle andere G500-plannen sneuvelen: een aardgasbatenfonds voor innovatie, flexibele huurcontracten, een verwijzing naar solidariteit tussen de generaties in de Grondwet.

Het beeld vertelt het verhaal. Iedere keer als er een G500-amendement in stemming komt, gaan aan de zijkanten van de zaal redelijk wat stembiljetten omhoog. Daar zitten de individuele leden. Maar in het midden blijven de handen in de schoot. Daar zitten de afgevaardigden van de afdelingen, en die hebben bij de PvdA driekwart van de stemmen. Ze volgen het preadvies van het partijbestuur, dat bij vrijwel ieder G500-plan luidt: afwijzen. „Dat middenblok, dat voelt wat oneerlijk”, zegt Baltussen met frustratie in haar stem.

Ook de PvdA-jongeren willen niet echt meewerken. Zoals bij een amendement over een vermogensafhankelijke ‘zorgspaarpot’ in de laatste levensjaren. Nadat een G500-lid een enigszins schuchter pleidooi heeft gehouden in de zaal, neemt een Jonge Socialist het woord: „Niet iedereen heeft genoeg geld om te sparen. Zorg overkomt je. We hebben dit collectief geregeld, en dat blijft zo. Dit plan moet van tafel!”

Applaus uit de zaal. Het amendement wordt afgestemd.

Als aan het begin van de middag de overige G500-leden arriveren vanuit het CDA-congres, valt er weinig meer voor ze te doen. Ze hangen een beetje in de zon bij het oranje G500-busje, laden er hun mobiele telefoons op en drinken een blikje euroshopper energiedrank. De stemming is katerig.

Voordat de PvdA’ers aan het bier gaan, zijn de G500-leden al vertrokken. Ze houden een eigen borrel, ergens in het centrum van Utrecht. „Weet je”, vergoelijkt een van hen, „we zijn ook pas tachtig dagen bezig.”